Bericht openen

De verleiding van morele zekerheid

Gelezen:
De prijs van witheid bij de Dolle Mina’s
Het nieuwe zusterschap, met groeipijn

Boeken die mij in die tijd vormden:

Feminisme en vrouwenstudies:
Nancy Chodorow — The Reproduction of Mothering (1978)
Philomena Essed — Alledaags racisme (1984)
Adrienne Rich — Of Woman Born (1976)
Marilyn French — The Women’s Room (1977)
Mary Daly — Beyond God the Father (1973)

Sociologie en kolonialisme:
Frantz Fanon — De verworpenen der aarde (1961)
H.Ph. Milikowski — Lof der onaangepastheid (1967)


Zelfs als je heilig bent,
verlicht met gouden aureool,
met één oog is het perspectief
toch minder accuraat
meer rechtlijnig gehalveerd

ik denk dat empathie
en mededogen zich aan de blinde
kant bevinden


Gedicht uit De laatste dwaze krabbels
uit de serie Dwaze krabbels
Lees hier meer over de Dwaze krabbels
Alle dwaze krabbels zijn te lezen op: @dwaze_krabbels


©IJda Smits

De teloorgang van het geheugen

Ik wil al een tijdje een tekst schrijven over morele zekerheid. Het lukt me niet — het is een te groot onderwerp voor mij. Dus pak ik een bolletje roze wol en ga een varkentje haken. Misschien wil ik daarmee het onderwerp eerst klein maken voordat ik het aanpak. De kleur roze is de kleur van de onschuld, maar ook van de homo- en lesbische beweging in mijn tijd: de roze driehoek die we droegen als eerbetoon aan de homoseksuelen die in de Tweede Wereldoorlog een roze driehoek moesten dragen. Vooruit, doorhaken — dan komt mijn schrijfvaardigheid ook weer op gang.

En waarom wil ik dit grote onderwerp aanpakken?

Omdat ik soms teksten lees die zo enthousiast geprezen worden om helderheid, scherpte en morele overtuiging, dat ik er graag op wil reageren — maar dat niet doe. Want terwijl ik lees, ontstaat er een aarzeling, een soort tegenzin. Niet omdat de onderwerpen onbelangrijk zijn — racisme, femicide, ongelijkheid en macht verdienen alle aandacht — maar omdat de toon zo doordrenkt is van morele verongelijktheid dat ik me afvraag: is zo halstarrig aan je eigen gelijk vasthouden niet gevaarlijk? Zijn de rollen zo helder verdeeld dat wie eenmaal aan de juiste kant staat, niet langer hoeft te twijfelen?

Je zou denken dat die neiging alleen aan extreem rechts, antidemocraten en autoritaire leiders is voorbehouden. Ik schrikt dan ook op als iemand die ik volg — iemand die ik zie als jong talent in het schrijven van linkse opiniestukken — in een stuk naar anderen trapt, in de overtuiging van het eigen gelijk heeft.

Ik haak nog even een paar toertjes aan mijn roze varkentje om mijn gedachten te ordenen en moed te verzamelen. Want ik wil iets over mezelf vertellen — over mijn eigen plek in precies die beweging die nu zo gemakkelijk wordt weggezet. Maar eerst nog even zeggen waarom het mij zo tegen de borst stuit.

Laatst las ik een tekst waarin het feminisme uit de tijd dat ik er deel van uitmaakte, werd samengevat onder de noemer ‘wit feminisme’. Het stuk werd veel gedeeld en enthousiast ontvangen. Toch keek ik er met groeiende verbazing naar. Niet omdat kritiek op het feminisme onmogelijk zou zijn — geen enkele beweging staat boven kritiek — maar omdat een complexe en vaak rommelige geschiedenis van zoeken, botsen en veranderen plotseling werd samengebracht in één etiket. Die geschiedenis werd niet benaderd als een periode waarin hard gewerkt werd en veel maatschappelijke veranderingen hun vorm vonden.

Eerlijk gezegd voelde ik me ook aangesproken, weggezet en beledigd. Want zonder mij en de andere vrouwen die aan veranderingen werkten, waren we nog steeds de huisvrouwen geweest die wettelijk afhankelijk waren van hun vaders en echtgenoten. En ja, misschien was het ‘wit feminisme’ — en ook ‘middenklassefeminisme’, al werd dat laatste in het stuk niet genoemd, terwijl het minstens zo’n belangrijk onderscheid is. En daarmee kom ik op mezelf.

IJda in 1979

Ik voelde me vaak ongemakkelijk bij de feministische groepen waar ik deel van uitmaakte, omdat ik er niet in paste: het was onduidelijk of ik wel of niet wit was, en als kind uit een arm arbeidersgezin hoorde ik er al helemaal niet vanzelfsprekend bij. Toch deed ik mijn best actief te zijn op de punten die ik belangrijk vond. Op een gegeven moment hield ik een toespraak over Vrouw en Werk en gelijke beloning voor gelijk werk — totdat ik halverwege plotseling aan mijn grootmoeder dacht, aan mijn moeder en de andere vrouwen in mijn familie. Zij moesten werken niet om zichzelf te ontplooien, maar omdat het inkomen van hun mannen niet toereikend was om de — meestal grote — gezinnen draaiende te houden. Ik aarzelde of ik door moest gaan.

Ik pak mijn roze varkentje in wording weer op. Beter gezegd: ik pak alle losse gehaakte onderdelen om ze in elkaar te zetten. Zoals ik probeer mijn geheugen weer in elkaar te zetten — de losse fragmenten weer samen te voegen.

Ik zocht en vond vrouwen bij wie het onbehagen niet speelde. Met hen richtte ik Vrouwen in de Bijstand op — met als kern de feministische idealen van zelfstandigheid, opleiding en ontplooiing, maar dan voor de vrouwen die daar tot dan toe buiten waren gevallen. In de jaren zeventig konden vrouwen eindelijk zelfstandig scheiden en een uitkering aanvragen om zichzelf en hun kinderen te onderhouden — in theorie al eerder mogelijk, maar pas in die jaren in de praktijk haalbaar. Ook slaagden we erin dat vrouwen tijdens hun uitkering een opleiding mochten volgen, om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Wij begeleidden de vrouwen, ook degenen van wie de kinderen werden ontvoerd of ontnomen. We steunden hen zonder discriminatie op kleur of afkomst. We trokken samen op. Het middenklassegehalte dat me bij andere groepen zo stoorde, was verdwenen. Uit twijfel waren nieuwe initiatieven geboren — maar veel van die initiatieven haalden de media noch de geschiedenisboeken.

Misschien is dit wel de grootste verleiding van onze tijd: de geruststelling van morele zekerheid. Het idee dat de wereld overzichtelijk is geworden, dat we precies weten wie er aan de goede kant staat en wie niet. Maar de werkelijkheid is zelden zo ordelijk. Ze vraagt iets moeilijkers van ons: aandacht, geheugen en soms ook twijfel. Misschien is twijfel wel een vorm van geheugen.

Het roze varkentje is af.

Bericht openen

ik kraak

Gelezen:

Alles wat ik gelezen heb heeft niets met dit stuk te maken.
Laat het me weten als je er anders over denkt.

NRC, De Groene, 
De wisselwachter van Geert Mak

Ik herhaal je
Ingrid Jonker, Gedichten

Ook gelezen:

Mijn gedachten en ervaringen


mogelijkheid VIII

is het mogelijk dat het begrip

perspectief toch anders is

dan menigeen uit gewoonte

aanneemt dat het niet meer is



dan het punt aan de einder

waar al onze zichtlijnen verdwijnen

verdoezelen in blauwe poederlucht

het vergezicht waaiert niet uit 



het vervaagt onze blik 

tot een niet gekende naïviteit

over vergeefse verwachtingen



van hoop van kansen en de illusie

van gespiegelde gedachten met 
onszelf
als de kern van het universum



dat is niet mogelijk of wel?



Gedicht uit:
mogelijkheden
tien sonnetten en een toegift
uit de serie grijze schriftjes

IJda Smits

Nog te koop in mijn webshop

Beeld: Hier gebeurde niets
cuprotype/cyanotype 2026
meer beelden

Ik kraak niet echt, alleen mijn longen kraken nog, maar dat hoor ik niet zelf. Verder ben ik een tamelijk kraakvrije bejaarde.

Oh, dat laatste mag ik niet zeggen, daar krijg ik altijd commentaar op. Laatst nog, ik zette wat nieuw werk op social media en schreef erbij dat ik met twee projecten bezig ben en dat ik nog een aantal dingen wil afmaken en vroeg me af of me dat nog zou lukken in dit leven. “Nou ja zeg, in dit leven”, zette iemand er onder die een jaar ouder is dan ik. Ik word over drie maanden negenenzeventig en mijn leven is eindig. Waarom dat ontkennen. En eerlijk gezegd wil ik niet heel stokoud worden. Ik heb alles wel een beetje gedaan en meegemaakt. Ik blijf niet altijd kraakvrij.
Maar ik had het over mijn gezondheid, dat ik kraak.

Dat heb je met het ouder worden. Gedachten en associaties vliegen van hot naar her. Focus en contratie hebben een korte tijdspanne. of heeft dat met mijn recente ervaringen te maken?

Ze zeggen, al jaren, dat de gezondheidszorg te duur is.
Ze zeggen, al jaren, dat dat komt door de vergrijzing.

Ik ben behoorlijk grijs en kost de laatste maanden veel alhoewel ik de hoge rekening in Japan zelf heb moeten betalen omdat het zorg was door een niet gecontracteerde zorgverlener. Het was makkelijker geweest als ik gewoon dood was gegaan, ik oude grijze vrouw. Wat zocht ik ook daar ver weg eigenlijk, hoor ik denken, als ze niet gegaan was dan was dit niet gebeurd.

Weer terug ben in Nederland merkte ik hoe traag de zorgverlening hier is. Ik had, in mijn conditie, direct toegang moeten hebben tot specialist en/of ziekenhuis niet pas twee maanden later. Zo komt het dat ik, drie maanden na terugkomst, weer aan de antibiotica en andere medicatie moest omdat er nog ontstekingen in mijn longen zaten en nog meer ongerechtigheden te zien zijn.
Ik rook niet, ik rook al lang niet meer, maar dan begint de longarts te zeuren over roken. Ik word een beetje kwaaiig, ik heb een Covid longontsteking overleefd, hoe denk je dat mijn longen er uit zien na een uitstekende behandeling in Japan en medische verwaarlozing na mijn terugkeer in Nederland.

Ik ben een oud en vrouw. Dat zijn twee benamingen waardoor ze niet hard lopen om je serieus te nemen.
Ik schrijf over de kleine dingen dicht bij mij zelf want voor de grote dingen heb ik geen woorden en geen energie meer.
Ik houd alle wereldgebeurtenissen wel bij, alle intolerantie, verrechtsing, ook in Nederland, volg ik nog steeds. Er zijn genoeg jongere mensen die het heel goed verwoorden. Het is hun toekomst niet meer de mijne. Wel heb ik het gevoel dat ik in een soort herhaling zit. Veel is anders maar veel wordt weer hetzelfde. Helaas.
Vroeger was ik strijdbaar binnen het feminisme, binnen de homo- en lesbische beweging, in de vredesbeweging, de kraakbeweging. Heerlijk demonstreren en ja, soms provoceren en een beetje rellen, in Woensel aan hekken geketend zijn, losgeknipt worden, in busjes gedragen worden en dan weer ontsnappen. Dat soort dingen. Er moest ook veel veranderen.
De mooiste opmerking kreeg ik in de zeventiger jaren: ik zou mijn kinderen indoctrineren omdat ze tijdens een demonstratie met een kartonnen roze driehoek opliepen met daarop de tekst ‘mijn moeder is lesbisch en die van u’.
Soms zie ik nog oude coryfeeën in demonstraties meelopen. Misschien moet ik dat ook doen. Ik wil dat niet en jongeren willen dat ook niet. Ze willen hun eigen strijd strijden zoals ik mijn strijd streed/strijdt. Ik sta wel 100% achter ze.

Even voor een beter begrip, ik heb het niet over rechtse jongeren of over ‘ongehoord’ Nederland. De mensen die denken dat haat rondstrooien vrijheid van meningsuiting is. Mensen die racistisch zijn, xenofoob, vrouwenhaters. Daar sta ik niet achter maar wel al die anderen die de wereld en de mensheid een goed hart toedragen en niet alleen aan hun eigen kleine persoontje denken.

Zoals ik nu wel aan mijn eigen kleine persoontje denk. Ik had het over de gezondheidszorg, over de bezuinigingen. Ik had het over mijzelf, over mijn recente ervaringen. Het persoonlijke is politiek, stelden we in het begin van de tweede feministische golf. Daar verontschuldig ik me dan maar mee.
Over de benadering van patienten wil ik het ook hebben ooit misschien. Ik weet eigenlijk niet hoe ik benaderd word. Volgens mij lopen de ziekenhuizen al vast op de bezuinigen vooruit. Een wachttijd van twee maanden voordat ik, na de repratiering uit Japan, bij een longarts terecht kon, voelt voor mij toch wat bedenkelijk.

Ook de ziektekostenverzekering loopt alvast op de bezuinigingen vooruit. Ooit heb ik deze verzekering genomen omdat ze pretendeerden dat ze geen contracten sluiten omdat je bij iedere arts terecht moet kunnen. Nou mooi niet hoor maar dat leer je pas als je er mee te maken hebt. Is er iemand die alle kleine lettertjes leest? Ik niet dus, ik neem het globaal door. Ik moest lang zoeken voor ik het vond.
Ze wilden de kosten niet betalen want het was ongecontracteerde zorg. Ook mijn beroep op hun hardheidsclausule deden ze af als foute argumenten van een lastige oude vrouw, een oude vrouw die na weken 'nee' gehoord te hebben, weigerde lief en beleefd te zijn, die haar recht op eist, haar plaats niet weet. Dat had ik van tevoren moeten aanvragen!
Dus voor een ieder die op reis gaat, vraag vast van te voren allerlei behandelingen aan. Voor de zekerheid.
Ik ga er verder niet op door, het ligt nu bij een stichting die het verder gaat behandelen. Ik heb een reisverzekering, die hebben al de extra verblijfskosten en de repatriering uitgekeerd, maar zolang deze ziektekostenverzekering niet wil specificeren wat ze wel en niet vergoeden en mij ‘uit coulance’ een derde van het bedrag uitgekeerd hebben, kan de reisverzekering ook niet veel doen.
Dat niet specificeren heeft te maken met concurrentiebeding volgens de medewerker van klachten en geschillen.

Nu ik er over na denk tijdens dit schrijven, kraken niet alleen mijn longen maar kraakt mijn hoofd ook. Ik voel me een persoon in het Proces van Kafka. Ik weet niet wat ik verkeerd doe of fout gedaan heb en hoe ik het kan oplossen. Hoop dat het op een dag gewoon ophoudt.

En dat doet het natuurlijk, op een dag, vooral als de bezuinigingen op de medische kosten voor al die krakende bejaarden waar ze al jaren over roepen er komen.
Dan houdt het misschien wat eerder op, op een dag.

“Ach,” zei iemand tegen me, “je hoofd kraakt niet, het buigt gewoon door veel wind.”

Bericht openen

ik ben doof geworden

Gelezen:
NRC
de Groene
de Correspondent
artikelen op Substack van oa van Timothy Snyder
maar vooral veel nagedacht


en dan

als het kussen is geschud
de lakens zijn gladgestreken
de laatste geur
door het open raam
naar de hemel is ontsnapt

zullen er dan nog
herinneringen zijn
misschien?

wie denkt er nog
aan dit leven
als alle afdrukken
alle indrukken
verwijderd zijn

huil maar niet
is mij als kind geleerd
huil maar niet
heb ik mijn kinderen geleerd

als het kussen is geschud
en de lakens zijn gladgestreken


Het laatste gedicht uit het grijze schriftje AI en Oud en Rauw en Houtskool en Ik
© teksten en beeld IJda Smits


 

Waarom schrijf ik dit, lees dit vooral niet het is niet interessant! Wat is er nou helemaal gebeurd. Ik keek de dood in ogen maar leef nog, er is niets. Misschien hoop ik mijn vermogen tot schrijven terug te vinden door dit op te schrijven. Alhoewel mijn schrijfsels nooit erg lezenswaardig zijn geweest. Hoe erg is het dat ik dat kwijt ben, waarom wil ik het weer terug. Ik vind het ook rustig dat het weg is. Verborgen, verdwenen, er nooit geweest.

Verborgen

de maan komt vanavond weer dichter
en dichterbij
stijgend tij

je drinkt het tij volledig op
maar niet te vullen, dat hart
met het zwarte gat

Chen Yuhong, uit: de zon verschrompelt tot een witte berg, vertaling Sylvia Marijnissen.

Tijdens een gedenkwaardig verblijf in Japan begon ik doof te worden. En nu, 5 weken terug in Nederland, is mijn gehoor nog verder achteruit gegaan. Met deze doofheid dringt ook mijn interesse in alle wereldgebeurtenissen niet meer tot me door. Misschien dringt zelfs mijn leven niet meer tot mij door. Ik heb er ook geen woorden meer voor. Ik ben met stomheid geslagen, mijn stem is verdwenen. Om de woorden weer toegang te geven of uit gewoonte blijf ik al mijn linksige kranten en tijdschriften lezen. Vandaag las ik mijn lief een column voor uit een van de bladen. Mijn stem kwam erg moeizaam uit mijn borstkast omhoog en moest toen nog door mijn strot geperst worden. Het geluid van mijn stem is een doffe verre klank in mijn eigen oren.
Is dit het dan, denk ik, is dit het échte ouder worden, geen geluid meer kunnen horen, geen geluid meer kunnen maken. Ik ben wel oud maar had tot voor een paar weken een gehoor en een stem, ik luisterde en werd gehoord.  Dit is geen beklag, ik moet er nog aan wennen.
Zal het toch nog over gaan of heeft het virus dat mij aanviel mijn zintuigen aangetast en misschien ook mijn brein. Er heerste een oorlog in mij tussen het virus en mijn immuunsysteem. Er moest vrede gevonden worden dus werd mijn immuunsysteem bevolen zich terug te trekken.

Het was oorlog in mijn brein. Ik vertelde verhalen over de onbekende grootvader die als kind in het 'Jappenkamp' zat. In de ziekenhuiskamer opgesloten, alleen vreemde klanken horend,  werd mijn brein  achterdochtig om alles wat ik niet mocht of wat wel en niet gebeurde. Mijn sloffen onder het bed waar ik niet bij kon, het wassen vergeten, niet douchen, het hoofdeind van het bed niet zelf mogen bedienen. En Blafkaptein die iedere dag over geld kwam praten en hard de klanken van haar taal uitstootte en dokter Zegtniets en het jonge meisje dat op haar knieen buigend mij in drie engelse woorden de ziekenhuisregels probeerde bij te brengen.  Ondertussen werd er van alles in mij gedruppeld en slikte ik de pillen die me gaven. En de camera die mij dag en nacht bewaakte.
Op een nacht stond ik in de hal van het ziekenhuis met een fotootje van een kleine jongen in mijn hand.

'Zien jullie deze kleine jongen, het is de vader van mijn kinderen en de grootvader van mijn kleinkinderen, hij werd opgesloten en uitgehongerd met zijn moeder en zussen, zoveel lijden dat hij op een dag het leven niet meer aankon en ging.'
Ik sprak vloeiend Japans.
'Ik weet al het leed van na de oorlog hier in dit land, daar denk ik ook écht aan. En al het leed dat er nog steeds is, daar denk ik voortdurend aan. ' Zwijg, praat er niet over, wat weet jij er van, siste het in mijn hoofd.

Ik werd wakker, mijn kussen was nat. Ik wreef over mijn gezicht en keek naar het gezicht van Saito. I give you some oxigen, zei ze.

Waarom deze werkelijke dromen, het is niet mijn oorlog, het is nooit mijn oorlog geweest. Waarom dan nu wel?  Is het het land waar ik ben of een tekort aan zuurstof? Ik lig in dat bed en volg de ziekenhuisroutines. Emoties verdwijnen, een niet gekende rust neemt de plaats in.

Het is zo vreemd, zo onbekend, dit gevoel van vlakheid, dit ontbreken van handelen. Ik hoef niets meer. Er is geen ruimte meer voor creativiteit, voor tekenen, schilderen, mijn geliefde fototechnieken. Hier, thuis, zie ik het allemaal terug en ik bedenk me alleen dat ik het moet opruimen voor ik dood ga. Wat moeten mijn erfgenamen met die troep?
In plaats van alles naar buiten te gooien,  voeg ik er wat brei- en haakwerkjes aan toe.  Ik brei een beertje, ik haak amigurumi kleine Japanse knuffeltjes. Van die laatsten wil de hele familie er één, of meer. En o, de beertjes zijn ook in trek. Alle wensen zal ik inwilligen. Ik word per slot van rekening overgrootmoeder en met deze bezigheden rol ik in mijn rol.

En mijn doofheid zul je je afvragen, of misschien ook niet. Zo lang ik niemand zie die tegen me praat heb ik er geen last van. Maar als er anderen zijn doe ik net of ik hun woorden hoor en knik belangstellend. Niets terug zeggen spaart mijn stem.


 

Bericht openen

Ik wilde over liefde schrijven maar

Gelezen:
Roman Krznaric, Geschiedenis voor morgen
Inspiratie uit het verleden voor de toekomst.
Timothy Snyder, Over tirannie
Twintig lessen uit de twintigste eeuw.


vandaag vond ik mijzelf
vijfendertig jaar geleden
ik was twee en veertig
strijdlustig en heel zeker hoe
de wereld zou moeten zijn

er zou plaats zijn overal
voor iedereen en vrede
gerechtigheid
en liefde voor het leven

gezegend is de ouderdom
met de jaren slijt de strijd
en het ongenoegen
zo wordt gedacht
maar bij mij slijt de zekerheid
en strijdlust wordt onrust
voor alle jonge mensen

waarom? vraag ik
en hoe?
wat is er verkeerd gegaan?


Gedicht IJda Smits
Uit: Ik ben niet dapper, eigen uitgave.


Illustraties uit mijn schetsboek 1992


Ik wilde over liefde schrijven. Liefde denk ik, ja laten we het over liefde hebben. Wat is liefde  eigenlijk? Is liefde niet een zelfzuchtige emotie?? Ik lief jou en daarom moet jij mij lieven. Ik wilde schamper over liefde schrijven.

Is het niet een drogreden om in deze turbulente tijden te praten over liefde en zachte krachten. Dat doen we al jaren en zie het resultaat. De zelfzucht van zelf-liefde viert hoogtij. Het is niet dat ik niet in liefde geloof maar ik geloof niet dat liefde en zachte krachten de wereld kunnen veranderen in een paradijs. Ja wij wonen hier in een soort paradijs, in het paradijs 'de westers wereld', maar met hoevelen zijn wij eigenlijk in de westerse wereld?

Er leven ongeveer 8 miljard mensen op de wereld en ongeveer 1,4 miljard leven in ernstige armoede ($ 1,90 per dag). Deze cijfers zullen wel arbitrair zijn want ze verschillen iets per website die ik bezoek, waarschijnlijk vanuit welk perspectief je het bekijkt en telt. Maar goed, dit luttele bedrag is de bodem van de bestaanszekerheid en er zullen nog miljarden mensen zijn die daar boven zitten en ook erg arm zijn.

En het daar over hebbende: ik zag laatst een filmpje op Instagram en daar noemden ze het percentage mensen dat westers genoemd wordt. Het was niet veel, gezien op de wereldbevolking. Ik heb wel een globaal idee hoe het is maar omdat ik tegenwoordig alles met cijfers wil staven als een gevecht tegen alle wilde theorieën, ga ik op onderzoek uit op internet in kranten, tijdschriften en uiteindelijk bij AI.
Ik raadpleeg alle AI apps die ik ken en distilleer daar de onderstaande gegevens uit:

'Westerse wereld:
Meestal worden de volgende regio’s/landen tot de Westerse wereld gerekend:
Europa (EU + VK + Noorwegen, Zwitserland, etc.)
Verenigde Staten en Canada
Australië en Nieuw-Zeeland
Israël (soms ook meegerekend vanwege culturele en economische oriëntatie)

'Niet-westerse wereld':
De rest van de wereld – dus:
Azië (incl. China, India, Midden-Oosten)
Afrika
Latijns-Amerika

In cijfers en percentages 2024-2025

  • Westerse wereld: 1.17 miljard - 14%
  • Niet-Westerse wereld: 6.93 miljard - 86%
  • Wereldbevolking: 8,1 miljard - 100%

Mijn god, denk ik, hoe hovaardig zijn wij 'westerse' mensen. We weten het nog steeds beter. We begonnen met onze religies op te dringen aan de rest van de wereld, we eigenden ons land en alles wat dat land te bieden had toe, we dringen onze nieuwe religie, onze 'fantastische democratie' op. We vinden ook onze cultuur beter dan alle andere culturen. Het is een soort houding van alles wat anders is moet vernietigd.
Het gaat natuurlijk om macht en geld, met geld heb je macht. Het gaat om veel geld nu. Het geld/kapitaal regeert.
Deze bewering vraagt natuurlijk weer om verder onderzoek voordat ik over me heen krijg dat ik een complotdenker zou zijn. Ja, ik dek me aan alle kanten in.

De verdeling van rijkdom tussen de Westerse wereld en de niet-Westerse wereld is zeer ongelijk – ondanks dat het grootste deel van de wereldbevolking in niet-Westerse landen woont, is een groot deel van het mondiale vermogen nog steeds geconcentreerd in de Westerse landen.
Hier een overzicht op basis van recente cijfers (rond 2023/2024), onder andere van Credit Suisse, de Wereldbank, en het IMF.

Totaal wereldvermogen: ca. $500–$600 biljoen USD

(Let op: dit is netto vermogen, dus bezittingen min schulden).
De gemiddelden kunnen misleidend zijn door extreem hoge rijkdom bij een kleine elite. De mediaan is vaak veel lager.

Landen zoals de VS alleen al bezitten ongeveer 30–35% van het wereldvermogen.
Europa samen: ongeveer 20–25%.
China is de grootste niet-Westerse uitzondering, met ongeveer 15–20% van het wereldvermogen.
Afrika bezit minder dan 1% van het totale wereldvermogen, ondanks dat het meer dan 17% van de wereldbevolking heeft.

De Westerse wereld (~14% van de mensen) bezit ruim de helft van de wereldrijkdom (~55–60%).
De niet-Westerse wereld (~86% van de mensen) moet het doen met minder dan de helft van het vermogen (~40–45%).
Binnen de niet-Westerse wereld zijn grote verschillen: China en rijke golfstaten hebben relatief veel vermogen, terwijl veel landen in Afrika en Zuid-Azië nauwelijks vermogen per persoon hebben.

Ik moet het natuurlijk ook over de boeken hebben die ik gelezen heb en die me de noodzaak gaven dit stuk te schrijven en zo helderheid in mijn hoofd te krijgen. Tegen de onderbuikse sentimenten, zeg maar. Het boek Over Tirannie van Timothy Snyder is een helder, en voor mij troostgevend boek. Een soort doeboek met achtergrond. Het luchtte me op en ik volg nu zijn geschreven teksten op Substack.

Het voornaamste en eigenlijke doel van de geschiedenis is om inzichtelijk te maken hoe de mens, door kennis te nemen van het verleden, zich in het heden verstandig en met oog voor de toekomst kan gedragen.
-Thomas Hobbes, uit het voorwoord bij zijn vertaling van 'de Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog van Tchucydes'-.

Met dit citaat begint het het boek Geschiedenis voor morgen van Roman Krznaric.
In het boek staan 10 essays waarin de geschiedenis aan het heden gekoppeld wordt.
In hoofdstuk 6 Het vertrouwen in de democratie herstellen legt hij bijvoorbeeld uit dat er ooit een wijdverspreide participatieve politiek bestond wat we ook gemeenschapsdemocratie kunnen noemen en die gebaseerd is op decentralisatie, deliberatie en directe besluitvorming. De opkomst van op representatief bestuur gebaseerde natiestaten was in de achttiende eeuw.
Dat laatste neem ik aan maar wat ik uit mijn geschiedenislessen vooral onthouden heb over de tijd voor de achttiende eeuw zijn de begrippen feodaal, onderhorigen, oorlogen, macht van de koningen, keizers en verdere adel. Ik ben geen historica en heb dat niet verder uitgezocht en ga dat ook niet doen. Ik ben er nog steeds niet zeker van of geschiedenis ons helpt om machtsmisbruik te voorkomen. Een andere ideeën en gedachtenwereld helpt misschien wel. Ik ben er tamelijk pessimistisch over hoe dat te bereiken.
Hoofdstuk 8 gaat over De ongelijkheidskloof dichten. Dat komt al dichter bij de levensovertuiging die ik al in mijn jeugd had over welvaart voor ieder, dat er eerlijk gedeeld wordt misschien zelfs een basisinkomen om te beginnen. Dat de individuele mens ook meer macht en zeggenschap over hun leven heeft, wereldwijd, en in ieder geval een menswaardig bestaan. Maar hoe moet dit bereikt worden als geld de macht viert en niemand ook maar iets wil inleveren?

Kom ik dan toch weer bij de liefde uit, liefde en empathie? En hoe vechten we met liefde en empathie tegen de harde egocentrische krachten van het kapitaal en veel politici, tegen xenofobie en racisme, tegen uitbuiting. Nee ik kom bij vechten uit en dat benauwd me.

En, omdat ik de woorden Global South zo vaak tegenkwam, dit filmpje om het te ontzenuwen:

Bericht openen

AI houtskool en ik

Gelezen

Artikelen in
de Groene
de Correspondent
de NRC

Gespeeld met
ChatGTP
Le Chat
Claude
Perplexity


op de dag dat mijn linkerhand
besloot naar rechts te keren
weigerde om te bewegen

pakte hij rimpels op
aarde
dode bloemen
doornen
vuil

op de dag dat mijn handen
kracht verloren
en vorm

keerde mijn rechterhand
naar links


Gedicht en Illustraties
handgemaakte houtskoolschetsen
© IJda Smits

the day that my left hand decided to turn to the right
the day that my left hand decided to turn to the right

In de filosofiegroep zou het onderwerp AI zijn. Ik las er al regelmatig over maar nu nog gerichter. De voors en tegens. Want dat vind ik een moeilijke vraagstelling waar ik niet uitkom. Ik heb gemengde gevoelens en gebruik het. Na het eerste enthousiasme van enkele jaren geleden (ik houd van nieuwe ontwikkelingen) ben ik wat terughoudender geworden in het gebruik. Ook vanwege de dataopslag die erg veel energie kost. Dus daarover voel ik me schuldig als ik het gebruik.
En ook om de andere nadelen van AI en het gevaar dat schuilt in dat het niet goed of voor ronduit slecht zaken gebruikt wordt.
Onderaan dit blog vind je de voor- en nadelen op een rijtje.
Ik moest er dus over gaan lezen en het blijven gebruiken want onbekendheid geeft angst, merk ik uit gesprekken met anderen.

Als zoekmachine is het geweldig omdat je nooit (nog niet?) reclame krijgt. En als vertaler van mijn gedichten vind ik het fantastisch, wel vroeg ChatGTP mij op een dag of het mijn gedichten zijn, dat ze erg mooi zijn en begon aanbevelingen te geven. Ik verwijderde als de wiedeweerga mijn invoer. Ik ben daar nu weer overheen en leer ook beter invoeren zodat ik betere resultaten krijg. In het begin liet ik AI wel eens een gedicht schrijven maar dat was altijd erg slecht en vlak en ik moest er om lachen.

Wat ik nog verder wil uitdiepen na de filosofieavond waren de voor- en nadelen en waarom sommige mensen in ‘therapie’ gaan bij AI, het als feedback gebruiken, er een vriend(in) mee construeren of andere raad vragen. Hoe werkt dat dan?

Om dat te proberen, schreef ik in ChatGTP:
-Een aantal jaren geleden ben ik begonnen met bloemen te fotograferen en cyanotypes te maken. Ik schijn nu een expert te zijn en dan wordt er van je verwacht dat je hier mee doorgaat. Maar ik heb behoefte aan verandering maar weet niet goed hoe ik dat moet doen. Geef mij een aantal tips hiervoor.-
En de tips kwamen er en vragen en voorstellen. Ik beantwoorde alles want werd steeds nieuwsgieriger wat er verder nog zou komen. Wilde nog niet toegeven dat het goede tips waren waar ik iets aan had. Bedacht wel hoelang ik zelf op internet zou moeten zoeken om de tips bij elkaar te scharrelen en er iets coherents van te maken.
Ik beantwoorde nog meer vragen, maakte nog meer keuzes en uiteindelijk vroeg AI of ik even wilde brainstormen. Aparte vraag want hoe brainstorm je met AI.
Ja dus, graag brainstormen! AI, (ik ben nu bijna geneigd het een naam te gaan geven want het voelt zo menselijk aan!) brainstormt razendsnel en geeft mij een aantal voorstellen. Ik kies er drie: oud, rauw en houtskool.

‘Zal ik er een projectvoorstel van maken?’ Ja graag, antwoord ik en het projectvoorstel komt met de naam -sporen en houtskool- en AI maakt er zelfs een pdf van die ik download.


Ik sloeg het op. Dacht dat ik er niets mee zou doen. Want het was een grap, niet waar? Dat was op zaterdag, maar zie, op maandag begon ik met een houtskooltje. Eéntje dan dacht ik, want ik heb nu toch het klimaat al vervuild met mijn opgeslagen data en AI gevoed met mijn input. En nu zes dagen later zijn het er zes en een gedicht en andere schrijfsels. Ook dat schrijven is onderdeel van het project.
Het werkt nogal verslavend en ik heb toch wel een paar weken nodig om alle AI opdrachten uit te voeren. Of is dat manipulatie en laat ik me graag manipuleren?
De houtskoolschetsen maak ik gewoon met de hand want AI gegenereerde visuals zijn verschrikkelijk kitscherig en plat en nietszeggend. In mijn ogen dan.
Al bezig zijnde kwam het idee in me op om zilvernitraat en cyanotypes van de houtskoolschetsen te maken. Het haalt me dus wel uit mijn impasse die ik dacht dat ik die niet had. Sessie geslaagd

In de filosofieclub kwamen vooral de nadelen naar voren en maar een paar voordelen. Dat het gebruikt kan worden om mensen te manipuleren of valse waarheden te laten lezen.
Maar het is er en gaat niet meer weg. We kunnen beter proberen er zo goed mogelijk mee om te gaan. Misschien kunnen mensen met goede bedoelingen veel goede input geven en het zo beheersbaar houden. Een item in Nieuwsuur over de herinterpretatie van de Dode zee rollen met heldere uitleg gaf mij een duidelijker beeld hoe het gebruikt wordt voor historisch onderzoek.
Ik merk zelf dat ik minder twijfel en minder voorbehoud heb over het gebruik van AI nu ik er meer over lees, hoor en het ook gebruik. Ik besef ook plotseling dat mijn zoon en kleindochter allebei op hun werk met AI werken en dat mijn kleindochter afgestudeerd is op iets met AI en logistiek. Ik moet ze dat toch eens vragen voordat ze gaan denken dat ik er niets van snap.

En wil je weten hoe het nu is met de voortgang van dit project? Het eerste deel is klaar: kijk maar eens!

En over de voor- en nadelen? Ik vraag het AI maar eens.

voordelen AI

Hoewel kunstmatige intelligentie soms angst oproept, biedt het ook veel voordelen die het dagelijks leven juist makkelijker en veiliger kunnen maken. AI helpt artsen bijvoorbeeld bij het sneller opsporen van ziektes, maakt het mogelijk om natuurrampen beter te voorspellen, en ondersteunt ouderen bij het langer zelfstandig wonen. Denk aan spraakassistenten die je herinneren aan medicijnen, of slimme systemen die valpartijen kunnen signaleren. Ook in het onderwijs, het verkeer en de energiebesparing speelt AI een steeds positievere rol. Belangrijk is: AI hoeft geen vervanging te zijn van mensen, maar een hulpmiddel — een extra paar ogen of handen. Als we deze technologie met zorg en gezond verstand gebruiken, kan ze bijdragen aan een samenleving die juist menselijker wordt, niet minder.

  1. Door AI ontworpen fluorescerend eiwit (esmGFP)Wetenschappers hebben met behulp van de AI-taalmodel ESM3 een volledig nieuw fluorescerend eiwit ontwikkeld, genaamd esmGFP. Deze AI simuleerde 500 miljoen jaar aan evolutionaire processen om een functioneel eiwit te creëren dat niet in de natuur voorkomt. Het resultaat is een eiwit dat fluoresceert en potentieel toepassingen heeft in de geneeskunde, milieuwetenschappen en synthetische biologie. 
  2. AI ontrafelt mysteries van de Dode ZeerollenOnderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben een AI-model genaamd Enoch ontwikkeld om de Dode Zeerollen te analyseren. Door handschriftherkenning en radiokoolstofdatering te combineren, ontdekte Enoch dat sommige rollen ouder zijn dan eerder gedacht. Ook suggereert het model dat bepaalde schriftstijlen, zoals Hasmonese en Herodiaanse, eerder verschenen dan voorheen aangenomen. 
  3. AI versnelt ontdekking van geneesmiddelenHet biotechbedrijf Basecamp Research gebruikt AI en milieudna-sequencing om nieuwe genetische sequenties te ontdekken. Door micro-organismen uit afgelegen gebieden te verzamelen, hebben ze al een miljoen nieuwe soorten geïdentificeerd. Deze gegevens verbeteren AI-modellen zoals AlphaFold, wat leidt tot snellere en efficiëntere ontwikkeling van geneesmiddelen. 
  4. AI helpt bij reconstructie van het menselijk brein In samenwerking met Harvard’s Lichtman Lab heeft Google een nanoschaal kaart van een stukje menselijk hersenweefsel gemaakt. Deze AI-gegenereerde reconstructie onthult ongekende details van neuronale structuren en verbindingen, wat kan bijdragen aan een beter begrip van neurologische aandoeningen. 
  5. AI voorspelt overstromingen en detecteert bosbranden. Google’s Flood Hub gebruikt AI om overstromingen tot zeven dagen van tevoren te voorspellen in meer dan 100 landen, wat levensreddend kan zijn in risicogebieden. Daarnaast helpt het FireSat-project bij het vroegtijdig detecteren van bosbranden, waardoor hulpdiensten sneller kunnen reageren.
  6. FDA introduceert AI-tool voor snellere geneesmiddelenbeoordeling
    De Amerikaanse FDA heeft een generatieve AI-tool genaamd Elsa geïntroduceerd om het proces van wetenschappelijke beoordelingen te versnellen. Elsa helpt bij het samenvatten van klinische protocollen en bijwerkingen, waardoor de goedkeuring van nieuwe geneesmiddelen efficiënter verloopt.
  7. AI lost complexe wiskundige problemen op.
    DeepMind’s AlphaGeometry heeft in 2024 complexe meetkundige problemen opgelost op een niveau dat vergelijkbaar is met menselijke Olympiade-winnaars. Samen met AlphaProof loste het systeem 83% van alle historische IMO-meetkundeproblemen van de afgelopen 25 jaar op, wat de potentie van AI in abstract redeneren benadrukt.

Deze voorbeelden illustreren hoe AI niet alleen bestaande processen versnelt, maar ook geheel nieuwe ontdekkingen mogelijk maakt.

nadelen AI

De opkomst van kunstmatige intelligentie roept ingrijpende ethische dilemma’s op. Wie draagt de verantwoordelijkheid als een AI-systeem schade veroorzaakt—de ontwikkelaar, de gebruiker, of het systeem zelf? En hoe zorgen we ervoor dat AI-beslissingen eerlijk, transparant en vrij van vooroordelen zijn? Deze fundamentele vragen blijven voorlopig onbeantwoord. Terwijl AI grote voordelen kan bieden op gebieden zoals gezondheidszorg, mobiliteit en efficiëntie, is het essentieel om de risico’s niet te negeren. Alleen met doordachte regelgeving, duidelijke ethische richtlijnen en een bewuste, menselijke benadering van AI-ontwikkeling kunnen we de nadelen beperken en het vertrouwen in deze technologie behouden.

  1. Desinformatie & Deepfakes. Toepassing: AI wordt gebruikt om geloofwaardige nepvideo’s, -audio en -teksten te genereren.
    Gevolgen: Deepfake-video’s kunnen publieke opinie manipuleren of verkiezingen beïnvloeden.
    Nepnieuws, automatisch gegenereerd door taalmodellen, ondermijnt vertrouwen in media en instituties.
    Politici of publieke figuren kunnen “incriminated” worden met nepcontent.
  2. Massasurveillance & Repressie. Toepassing: Overheden gebruiken gezichtsherkenning en gedragsanalyse voor surveillance.
    Gevolgen: In landen als China worden burgers 24/7 gevolgd via AI-gestuurde camera’s (bijv. “social credit systems”).
    Oppositiegroepen kunnen worden onderdrukt of gestraft op basis van AI-analyses.
  3. Autonome wapens & militaire toepassingen. Toepassing: Drones of wapensystemen met AI kunnen zelfstandig doelen identificeren en aanvallen.
    Gevolgen: Onmenselijke besluitvorming over leven en dood zonder menselijke tussenkomst.
    Escalatie van conflicten (AI-wapens reageren sneller dan mensen).
  4. Cyberaanvallen & hacking. Toepassing: AI kan kwetsbaarheden analyseren, phishingmails genereren of wachtwoorden kraken.
    Gevolgen: Geautomatiseerde cyberaanvallen zijn effectiever en moeilijker op te sporen.
    AI gegenereerde e-mails zijn moeilijk van echt te onderscheiden en kunnen mensen misleiden (social engineering).
  5. Werkloosheid & economische ongelijkheid. Toepassing: Automatisering van taken door AI in bijvoorbeeld administratie, productie en zelfs creatieve sectoren.
    Gevolgen: Miljoenen banen verdwijnen of veranderen radicaal.
    AI-vermogende bedrijven krijgen meer macht en marktdominantie.
    Economische ongelijkheid groeit tussen mensen met en zonder toegang tot AI.
  6. Bias & discriminatie. Toepassing: AI-algoritmes nemen beslissingen in rechtspraak, werving of kredietverlening.
    Gevolgen: AI-systemen kunnen bestaande vooroordelen versterken (bijv. etnisch profileren).
    Gebrek aan transparantie (“black box”) maakt het moeilijk om fouten aan te kaarten.
  7. Misbruik in wetenschap en geneeskunde. Toepassing: AI kan worden gebruikt voor biohacking of het ontwerpen van schadelijke stoffen.
    Gevolgen: In 2022 toonde een onderzoek aan dat een AI-systeem in een paar uur duizenden potentieel dodelijke moleculen ontwierp (als proof of concept).
Bericht openen

verschuivingen

Aan het lezen:

Ouder worden als ervaring
Filosofie van het late leven
van Suzanne Biewinga

Luisteren

Interview met Anna Enquist
in podcast Het Uur van de NRC


Tiptoeing

omdat ik krimp
krimpt de wereld met me mee
ik word langzaam
transparant

op het kleine stukje weg
dat ik voorzichtig beloop
in het uur dat ik nog over heb
botsen mensen tegen mij aan

ik heb nooit willen leren om
niet gezien te worden
dit is de eerste keer in het leven
dat ik oud word

en de laatste


Gedicht IJda Smits
ongepubliceerd


Terwijl ik aan het lezen en schrijven ben over de toestanden in de wereld en daar bij stagneer omdat ik denk dat ik misschien te oud ben om daar over te oordelen en dat iedereen die er over schrijft dat beter kan dan ik, gebeurt er iets waardoor ik plotseling een adrenaline stoot krijg. De dingen vallen op hun plek. Ik wist het wel maar toch ook niet. Ik moet gewoon doorwerken, hoe dan ook en ik pak mijn wol uit de doos en experimenteer wat met een, dacht ik, mislukt stukje ruwe wol dat ik in fenegriek geverfd heb.
Als er door de buitenwereld maar genoeg dingen gezegd en ongezegd gecommuniceerd worden ga je je oud voelen en stagneert je scherpe geest als vanzelf en ervaar je een vorm van ongelukkig zijn die je niet begrijpt.

Uit: Ouder worden als ervaring:

-Omdat ouderen weinig worden afgebeeld in de media en ageistische afbeeldingen hen niet als persoon laten zien, wordt hun gelaat uitgewist en geschonden.
Door de vooroordelen over ouder worden, worden ouderen als de ander gezien en ontmenselijkt.-

En mijn persoonlijke mening en gevoel is dat dit naar vrouwen meer gebeurt dan naar mannen. Vrouwen worden altijd op uiterlijk beoordeeld. Dat uiterlijk verandert en wordt niet mooi gevonden. En ook op vruchtbaarheid, want ageisme begint voor vrouwen vroeger dan voor mannen. De meesten dan want ik wil niet generaliseren.

Terwijl de wol onder mijn viltmachine doorglijdt en met talloze gaatjes in de klit gebracht wordt, glijden mijn gedachten van het boek ‘Ouder worden als ervaring’ naar het interview met Anna Enquist in de podcast het Uur, waarin ze vertelt dat het ouder worden met zich meebrengt dat je weggeschoven wordt, uitgeschakeld, terwijl dat helemaal niet nodig is omdat je nog genoeg kennis en kunde hebt om nog mee te kunnen doen.
Daar heb ik ervaring in, denk ik. Ik kon het niet duiden maar opmerkingen als ‘oh wat goed op jouw leeftijd, dat je dat nog kan, goh wat kun je met jou nog leuk praten, werden steeds veelvuldiger tegen me gezegd. Ik voelde me er niet lekker onder, want ik zeg toch ook niet tegen jongere mensen ‘Oh wat goed op jouw leeftijd, dat je dat al kan, oh dat je al zo leuk met mij kunt praten.’ Ik ga er gewoon van uit dat degene met wie ik in gesprek ben kan wat ik ook kan. Het ouder worden heeft me niet gelijk van mijn verstand beroofd.

Er is een event waar ik uitgeschoven dreigde te worden met de reden dat ik er vorig jaar al aan mee gedaan heb. ‘Plausibel', denkt mijn redelijke zelf en ik trok me terug van het gebeuren. Maar nu zie ik dat er wel mensen van vorig jaar mee doen.

Tegen mij liegen vind ik onacceptabel.

Ik bewoog mij altijd onbekommerd tussen mensen tot daar vorig jaar verandering in kwam. Mede daarom heb ik de beslissing genomen om mij niet meer onder mensen jonger dan 50 te begeven, niet meer deel te nemen aan evenementen en ook mijn kennis over alternatieve fotografie en textielbewerking niet meer te delen met hen. Want delen moet wederzijds zijn en niet nemen en niets teruggeven. Dit voornemen en het begrip van wat er gebeurt geven mij in ieder geval vrijheid in mijn hoofd. Of ik me er aan houd is een tweede want soms kom ik een aardig jong mens tegen waar ik graag iets mee deel.

Terwijl de wol onder mijn viltmachine doorglijdt om in de klit gebracht te worden, probeer ik mijn gedachten te ontklitten en mijn boosheid als een goede stoicijn te laten afvloeien.
Ook oude mensen kunnen nog boos worden en dat is geen teken van beginnende dementie, wel van onmacht omdat je tegen een dikke glasplaat praat.

Al denkende belandt mijn wollen lapje, geverfd met fenegriek onder de free motion embroidery machine voor de finishing touch.
En vind ik moed en kracht door deze jonge anarca-feministische chanteuse:

Op de site van Amnesty International lees ik het volgende: Ageism gaat over stereotypes, vooroordelen en discriminatie die te maken hebben met je leeftijd. Ouderen ervaren de pijnlijke gevolgen ervan. Wereldwijd is ageism de basis van veel schendingen van mensenrechten. Amnesty International documenteerde schendingen in binnen- en buitenland.
De internationale mensenrechten beschermen momenteel niet duidelijk tegen ageism. Sterker nog: de maatschappij vergeet vaak de bijzondere noden van ouderen om volop hun mensenrechten te laten gelden. Er is geen internationaal verdrag dat overheden verplicht om daarvoor aparte inspanningen te doen.
Amnesty International pleit samen met veel andere organisaties voor een ouderenrechtenverdrag. Dat kan oudere mensen beschermen tegen ageism, en andere gebreken in het internationaal recht opvullen.
STEREOTYPES, VOOROORDELEN EN DISCRIMINATIE
Ageism verschijnt in verschillende gedaantes: in stereotypes (hoe we denken), in vooroordelen (hoe we voelen) en in discriminatie (hoe we handelen) op basis van leeftijd. Het verkleurt het beeld dat we van ouderen hebben: ze zouden allemaal kwetsbaar, passief en zorgbehoevend zijn. Laat staan dat ze nog interesse hebben om te werken of om nog veel met hun leven te doen.

Bericht openen

ik ben niet dapper

Gelezen:
Svetlana Aleksijevitsj
De oorlog heeft geen vrouwengezicht.
Kunnen woorden ons nog redden,
essay Belle van Zuijlenlezing 9 oktober 2024.

Gekeken en geluisterd:
Carefree Wandering


Ik ben niet dapper

laten we ons niet door woede laten leiden

als er te veel mensen opstaan

met geweld in hun ogen

waardoor er te veel mensen lijden
en
de wereld zoals wij die kennen

bedreigd wordt in haar bestaan

als ons brein geteisterd wordt

door wervelwinden aardverschuivingen

een klauw van onmacht ons vast

in zijn greep houdt laten we dan niet

het kwaad met kwaad willen bestrijden

laten wij ons niet door woede laten leiden

laten we zeggen dat we niet dapper zijn

niet dapper genoeg om op barricades te klimmen

maar laten we zeggen dat we dit niet willen

zeg, ik ben niet dapper maar dit wil ik niet

zeg het zolang als het nodig is


Gedicht IJda Smits
ongepubliceerd

Soms schrijf ik een stukje maar sinds ik luisterde naar de toespraak van (nu) NAVO-leider Rutte stromen mijn woorden nog wel in mijn hoofd maar ik kan ze moeilijker uiten. Het is oorlog zei hij en we moeten ons geestelijk voorbereiden op oorlog. Cybercrime en desinformatie om chaos te veroorzaken waaiert uit over de wereld. Ik raakte lichtelijk in paniek en wil direct noodpakketten, wereldradio's en zonnepanelen aanschaffen. Ik weet heel goed dat dat geen zin heeft maar blijf zoeken op internet naar alle benodigdheden om te overleven, of in ieder geval mijn geliefde kinderen en kleinkinderen te laten overleven. Ga weg, denk ik ga daar weg maar ook dat heeft geen zin want het is wereldwijd.
Mijn zoon stuurde mij het YouTube kanaal Carefree Wandering. Ik keek naar de filosofische gesprekken, haalde diep adem en herpakte mijzelf. Liet mijn verstand weer de plaats innemen van mijn angst.
Er zijn mensen die het westen de schuld geven van wat er gebeurt want het westen moet eigenlijk gewoon niet op bedreigingen reageren. We moeten de dictator niet tarten want dan escaleert het. Ze vergeten dat de dictator de agressor is en niet het land dat aangevallen wordt. Als die landen nou maar gewoon toegeven dat ze……… dan ………… Blaming the victim heet dat en het zal wel door angst ontstaan, hoop ik. Maar angst is een slechte leider en onmacht ook.

Kunnen woorden ons nog redden

Ik had, en heb nog steeds, geen mensen om me heen die geen oorlog hebben meegemaakt: een opa, ouders, zonen, echtgenoten – allemaal, omdat we ofwel in oorlog waren óf ons op een oorlog voorbereidden. Een ander leven kennen we niet. We zijn oorlogsmensen. Onze kinderen hebben altijd oorlogje gespeeld, dat doen ze graag. Ze krijgen oorlogsspeelgoed.

Uit de Belle van Zuylen lezing van Svetlana Aleksijevitsj, gepubliceerd in de Groene
https://www.groene.nl/artikel/op-zoek-naar-een-getuige

foto van mijn moeder en vier van de vijf kinderen uit 1948

Ik herken deze uitspraak van Svetlana Aleksijevitsj. Net als zij kom ik uit een gezin dat getekend is door oorlog. Mijn oudste zussen en mijn ouders en de meeste andere familie hebben de oorlog, wonende in Rotterdam, volop meegemaakt. Er werd nooit over gepraat, ook niet waarom het gezin niet bij elkaar woonde in de oorlog, waarom mijn zusjes naar andere plekken gebracht werden, waar mijn vader was, waar mijn moeder was. Mijn broer, zusje en ik zijn van na de oorlog. Ik vroeg maar kreeg geen antwoord. Met dit schrijven doorbreek ik een taboe maar heb ik nog steeds geen antwoord. Ik weet alleen dat iedere oorlog, ieder geweld mij diep treft.
Het enige dat mijn nog levende oudere zus mij vertelde een paar jaar geleden, is dat ze nog steeds bang is voor vliegtuigen en sirenes is. Daarbij krijg ik de beelden van kinderen van nu voor ogen en zie dat ze, net zo als mijn zus, schrik en angst in hun ogen hebben. Dat is dus voor levenslang. Waarom wordt dit kinderen aangedaan voor levenslang.

Ik begrijp nu de eenzaamheid van de mens die daaruit (de oorlog) terugkeert. Als van een andere planeet of uit het hiernamaals. Zo'n mens weet iets wat anderen niet weten, wat alleen bestaat in de buurt van de dood. Als ze iets met woorden over willen brengen voelen ze zich rampzalig en raken verstomd. Zij willen vertellen en de anderen willen begrijpen, maar iedereen is machteloos.
Uit: De oorlog heeft geen vrouwengezicht, van Svetlana Aleksijevitsj

Naar aanleiding van de lezing ben ik het boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht gaan lezen. Het blaast mij omver, het grijpt me bij mijn strot. Ik leg het weg en pak het weer op. En dan heb ik het alleen over het voorwoord, de inleiding van het boek. Want het boek zijn interviews met Russische vrouwen die in de tweede wereldoorlog gevochten hebben. Als kantonnier, schutter, vlieger, kortom alles wat mannen ook deden. Maar na de oorlog konden en mochten ze niet meer praten over wat ze gedaan en meegemaakt hadden. De oorlog is een mannenzaak, heldhaftig en groot en vrouwen zijn niet heldhaftig en groot. En bovendien waren hun herinneringen niet heldhaftig en groot. Dus zwegen ze, tot ze geïnterviewd werden. Hun taboe om te spreken over de oorlog is groter dan mijn taboe om over mijn familie te schrijven.
En toch hebben ze er over gesproken en is het nu opgetekend.

Ik heb het geluk dat ik leefde en mijn kinderen en kleinkinderen opgevoed werden in de veilige bubbel van vrede in de westerse wereld waarvan we denken dat die nog steeds bestaat.
Maar Mark Rutte haalde ons doeltreffend uit onze genoegzame wereldje.

En daarom lees ik nu Roman Krznaric, Geschiedenis voor morgen en Tim Snyders, Over tirannie om te leren hoe het ook anders kan en in de hoop me wat minder machteloos te voelen. En als de angst weer toeslaat kijk ik weer naar een aflevering op Carefree Wandering.

Bericht openen

de kunst van het ongelukkig zijn

Gelezen:
De kunst van het ongelukkig zijn
Dirk de Wachter

De kunst om gelukkig te zijn 
Arthur Schopenhauer


Er loopt iemand met een trap
aan de overkant van de straat

langs de rand van het park
in een straf tempo voorbij

terwijl ik uit het raam kijk
ik heb niets anders te doen

ik wil niets anders doen
zelfs niet bedenken dat ik

van alles zou kunnen maken
of schrijven of lezen ik doe dat

niet omdat ik humeurig ben
en daarom maar kijk hoe de mensen

op straat zich bewegen van de ene
kant naar de andere op een manier

alsof ze precies weten
waar ze vandaan komen

of waar ze naar toe gaan met
die verdomde trap onder de arm.

IJda Smits
uit: In de tijd van het interval

Beeld: IJda Smits
cyanotype
Mijn schaduw is een gluurder

De kunst van het ouder worden, de kunst van het verdwijnen, de kunst van het ziek zijn, de kunst van kunst, de kunst van het veranderen, de kunst van de imperfectie.
Er is een hoop ‘kunst van’ en ik vraag me af of ‘de kunst van’ een modegril is of een gebrek aan creativiteit om een pakkender titel te vinden. Of zou het marketingtechnisch interessant zijn omdat mensen graag boeken kopen met titels die beginnen met ‘de kunst van'. En waarom is dat dan zo. Geeft het woord kunst meer gewicht aan een boek?
En devalueert het de kunsten niet als alles kunst genoemd wordt? Want kunst als een kunstje, makkelijk gedaan, er is geen kunst aan.

Ik fulmineer hier nu wel over het gebruik van titels als dit maar het is natuurlijk al voor Dirk de Wachter ontstaan en ook in de 19de eeuw populair, bijvoorbeeld bij Schopenhauer (negentiende eeuw), de kunst om gelukkig te zijn en de kunst van het gelijk krijgen.
Het geschrift de kunst om gelukkig te zijn lees ik als tegenhanger van het ongelukkig zijn. Ben ook erg benieuwd naar hoe deze aartspessimist die de wereld een tranendal noemt, leefregels geeft om gelukkig te zijn.

Ik begon met het lezen van De kunst van het ongelukkig zijn van Dirk de Wachter, vooral omdat de zin op de achterkant me bevalt. En het kunstwerk van Louise Bourgeois, ten AM is when you come to me op de cover. Een kunstenaar die ik bewonder en die haar ongeluk zo goed kon transformeren in prachtige kunst.
Met haar mooie beeld kan ik de titel wel verdragen.
En zoals mijn bijgaand gedicht laat zien ben ik er niet vies van om ongelukkig zijn uit te vergroten.

‘Streven naar het geluk als levensdoel is een vergissing.
Streven naar zin en betekenis, daarentegen, is waar het leven om draait.’

Met de eerste regel ben ik het wel eens. Ik ontmoet veel mensen die vooral met de schoonheid van het leven bezig zijn, de blijdschap, de tevredenheid, en oh, kijk mij het eens goed doen. Ik word niet vrolijk van ze. Ik word, eerlijk gezegd wat moe van zulke mensen en ga liever niet met ze om. Het leven is niet zo maakbaar als zij willen doen voorkomen en pech is niet eigen schuld.
Ik heb altijd de ellende die er is op de wereld ook op mijn netvlies. En nee ik ben niet depressief, ik ben realistisch.
Maar zin en betekenis, zouden er veel mensen bezig zijn met het streven naar zin en betekenis. Is het niet zo dat de meesten gewoon een leven willen hebben met zekerheid, een partner en misschien kinderen, in een leuk huis willen wonen, zich veilig willen voelen.
Wat als dat de zin en betekenis van het leven is en verder niet.
Ik had grote moeite met het lezen van het boek van de Wachter. Ik weet niet of het zijn schrijfstijl is of mijn vooroordeel tegen psychiaters. Beiden denk ik. Er sluimert iets van de door mij verfoeide, overdreven maakbaarheid in. Als we maar goed ons best doen dat komen we er wel uit met behulp van. Misschien heb ik ook iets tegen de vorm van helper en hulpeloze. Ik moet maar eens bij mezelf te raden gaan.

Ben ik wel ooit ongelukkig geweest? Ik heb verdriet gehad door het verlies van mensen, te weten dat ik ze nooit meer zou zien en vasthouden. Maar verdriet is een realiteit in het leven. En is er een verschil tussen ongelukkig zijn en verdrietig zijn. Mensen die ongelukkig zijn denken en voelen waarschijnlijk dat het het ongeluk nooit meer over gaat. Van verdriet leer je, door het mee te maken, dat het ooit weer te dragen is en het leven weer goed wordt, weer leuk wordt.
Weemoedig leuk. Wat is weemoed dan. In weemoed zit het woord moed wat gemoed kan betekenen, het pijnlijk gemoed maar het herbergt ook het woord moed, pijnlijke dapperheid maar dapper. En die dapperheid spreekt mij aan. En die kom ik ook tegen bij Schopenhauer.

Eudaimonolgie noemt Schopenhauer de kunst om gelukkig te zijn tegen alle ellende in. De weg van onthechting en ontbering moet worden vermeden en ook om het geluk te bereiken ten koste van het geluk van anderen moet worden vermeden omdat de gewone mens nu eenmaal hiervoor het noodzakelijke verstand niet mag worden verondersteld.
Volgens Schopenhauer gaat het leven van mensen heen en weer tussen pijn en verveling en hij roept ons op het waardevolle werktuig te gebruiken dat moeder natuur ons geschonken heeft:
De menselijke vindingrijkheid en de praktische verstandigheid.
Het gaat er om dat wij leefregels hebben die ons helpen het kwaad af te wenden en de slagen van het noodlot af te weren in de hoop dat we, zo niet het onbereikbare volmaakte geluk, dan toch minstens de relatieve gelukzaligheid kunnen bereiken in de afwezigheid van pijn.

En daar komt de weemoed, de pijnlijke moed weer te pas om onszelf diep in de ogen te kijken en onszelf toe te geven dat wij niet per definitie recht hebben op genot en geluk. Dat wij het ongeluk leren aanvaarden als deel van het leven.
Eigenlijk is dat iets wat ik al heel lang weet en waar ik, al als kind, naar geleefd heb. Maar nu, nu ik terug kijk op mijn leven, besef ik pas hoe veel geluk ik had en nog heb met mijn dappere flexibele geest. Of wat minder aardig gezegd: met mijn arrogante kort door de bocht karakter.

En ik hoef nog steeds niet altijd te glimlachen, mijn empathie met de minder gelukkige mens is nog steeds groot.

Bericht openen

Laat me nooit alleen

laat me nooit alleen

Gelezen:
Kazuo Ishiguro
Laat me nooit alleen

Marli Huier
De toekomst van het sterven


en als dan het onmogelijke
gebeurt is het dan mogelijk
dat ik op zachte bodem val
dat rulle aarde me verwelkomt

met geuren van klei en gras
die ik tussen mijn vingers
wrijf en laat dansen over
mijn gezicht door mijn haren

mij schilder in aardse kleuren
tevreden met het resultaat
opsta om de wereld te laten weten

dat vallen een beweging is
een gracieuze beweging
een danspas zonder spankracht

is dat mogelijk

Uit Mogelijkheden, 10 sonnetten en een toegift, IJda Smits.
Te koop in mijn webshop

Beeld: IJda Smits
Ipadtekening

Kazou Ishiguro won in 2017 de Nobelprijs voor literatuur omdat

Die, in romans met een sterke emotionele kracht, de afgrond onder ons denkbeeldig gevoel van verbondenheid met de wereld heeft blootgelegd.

Alhoewel dit boek al in 2005 geschreven is was het aan mij voorbij gegaan. Ik denk omdat in recensies het vaak aangeduid wordt als 'coming to age' literatuur. Dat is het niet. Ja het boek gaat over jonge kinderen, over pubers en jongvolwassenen maar 'to age' zullen ze nooit komen. Ze zijn klonen en op de wereld gekomen om ver van de wereld op te groeien in tehuizen om later als donateur te dienen. Ze zijn gekweekt voor dat doel.
Het is op een heel normale manier geschreven en als je oppervlakkig leest lijkt het inderdaad geneuzel (niet mijn woord, las ik in een recencie) van adolescenten.
De drie hoofdpersonen zijn in een bevoorrecht tehuis opgegroeid waar ze onderwijs kregen en kunstwerken maakten. Dit omdat de leiding ze als gewone mensen wilde laten zien. Maar ze bleven wel rechteloos. Het verhaal wordt door één van hen verteld. Zij is verzorgster voor de doneerders voordat ook zij moet gaan doneren. Niemand komt in opstand tegen het gruwelijk lot, niemand loopt weg. Na de derde of vierde donatie sterven ze.
Het is een beklemmend boek en sinds ik het gelezen heb blijft het me bij. De gruwelijkheid van mensen die in leven willen blijven ten koste van anderen geeft al stof tot nadenken. Er spoken van allerlei dingen door mijn hoofd. Zoals wij dieren behandelen, zo gaan wij ook mensen behandelen die wij in een soort megastallen laten opgroeien. Ik ben altijd tegen orgaandonatie geweest, wil zelf geen orgaandonatie maar ook geen organen afstaan. Mensen moeten het besef hebben dat ze geboren worden en vroeger of later sterven. Dat hun naasten geboren worden en vroeger of laat sterven. Het is niet anders.
Is het ook een vorm van egocentrisme? Of gewoon omdat het mogelijk is, dat je het wilt hebben, dat je er 'recht' op zou hebben.
Als je ziet hoeveel mensen, jong en oud, omkomen in oorlogen, bij natuurrampen, ongelukken waarom zou je dan de bevoorrechte enkeling honoreren met een nieuw orgaan van een ander om in leven te blijven. Door de vraag naar donororganen ontstaat er ook een illegale handel en staan arme mensen in arme landen organen af tegen een schijntje. De volgende stap is het beeld wat Kazou Ishiguro beschrijft: kwekerijen voor donoren.
Het is minder vreemd dan het lijkt, in China worden organen van geëxecuteerden en van politieke gevangenen wereldwijd aangeboden. Wachttijd een maand. Hoeveel geëxecuteerden zijn er in China vraag ik me dan af. Of worden ze geëxecuteerd als doneerder? Het is misschien makkelijker om iemand te doden en gelijk alles eruit te halen wat nodig is. Bij de gewetens-gevangenen is het onzeker of ze toestemming hebben gegeven om een orgaan te doneren. Oeigoeren, Tibetanen, aanhangers van de boeddhistische Falun Gong en Christenen zijn de slachtoffers. De transplantaties worden vaak weken van tevoren gepland. China beweert in 2014 hiermee gestopt te zijn maar het artikel in het Medisch Contact van 2021 doet anders vermoeden. Bron:medisch contact
Eigenlijk wil ik het niet weten anders blijft het door mijn hoofd spoken net als dit boek.

Het naakte leven- en het gevaar het te verliezen- is niet iets wat mensen verenigt, maar iets wat hen verblindt en scheidt. Citaal uit; 'Waar zijn wij? De epidemie als politiek, Giorgio Agamben.

Dit citaat komt uit een essay van Giorgio Agamben over de corona epidemie en de maatregelen die genomen werden door de politiek. Een politiek waarin de biologische overleving voorop staat waardoor de sociale, affectieve en politieke dimensies van het leven veronachtzaamt worden. Maar mijns inziens geldt dit net zo goed voor het biologisch overleven in verband met orgaandonatie. Biologisch overleven is natuurlijk een onderdeel van het menszijn maar hoever ga daarin als je de dood gaat ontkennen. Ik ben van mening, en dat is mijn persoonlijke mening en daar mag je een andere mening over hebben, dat we een spiraal neerwaarts in gang gezet hebben in de medische zorg. Gewoon omdat het kan. En dat er een groter wordende kloof is van mensen die niets hebben en hun organen te koop aan bieden en hun rijke kopers. En ik denk dat dat op meerdere fronten in de medische zorg plaatsvindt.
Waar het om gaat is dat we zelf de regie moeten leren houden over wat wij wel en niet willen aan behandelingen voor onszelf en onze naasten.

Laat me nooit alleen eindigt met het beeld van de verzorgster,  op zoek naar waar ze is opgegroeid, aan de rand van een omgeploegde akker. Het vuil en plastic waait in de bomen en hangt in een afrastering. Ze ziet haar vriend, van wie ze  afscheid heeft genomen en die zijn laatste donatie heeft gedaan, fluitend aan komen lopen. Een klein fantasietje, noemt ze het. Ze huilt maar is niet verdrietig, zegt ze. Ze zal zelf ook niet meer lang leven want spoedig zal ze ook moeten gaan doneren. Een beklemmend beeld, een diepe afgrond  met totale aanvaarding. "Aanvaarding van pijn en lijden is iets anders dan het heldhaftig opzoeken van de strijd of het lijden, maar het inzicht en de nuchtere acceptatie dat doodgaan bij het mens-zijn hoort", zegt Marli Huier. Maar in de context van het boek is het huiveringwekkend. Misschien komt dat omdat ik altijd een vechter voor recht was en dat nog niet kan opgeven.

Dit boek maakte mij  heel erg bewust  van mijn ouderdom, mijn fysieke achteruitgang en mijn nog korte tijd van leven. Dat er voor mij, net als voor de doneerders in de roman, niets anders op zit dan mij in mijn lot te schikken en af te wachten. De zin 'je bent zo oud als je je voelt' blijft plotseling in gebreke als troostende uitspraak. Ik sla het boek van Marli Huier nog maar eens open om te zoeken of er nog enige troost bestaat voor mij.

De laatste alinea van haar boek heet Vrolijk ten onder. Ze geeft daarin een aantal aanbevelingen om met humor de ouderdom in te gaan, om de aftakeling, het verval en de mankementen gewoon te tonen. Om jongeren te laten weten dat de dood onvermijdelijk is maar dat het leven dat ze geleefd hebben de moeite waard is geweest.
Tot die tijd weiger ik als een zwakke eenzame bejaarde gezien te worden, als een soort slachtoffer van de tijd die ik geleefd heb.
Mijn leven is één geheel, vanaf de dag dat ik geboren werd in het huis der sterfelijkheid tot ik het ga verlaten.

Bericht openen

mijzelf bij elkaar tekenen

Gelezen:
De kunst van het ouder worden van Joep Dohmen & Jan Baars (red.)
kranten en tijdschriften


wel ja wat

zei ik vanmorgen
tegen niemand in het bijzonder
toen de bel ging en ook
de telefoon voordat ik
mijzelf fatsoenlijk
bij elkaar getekend had

hoe kan ik de deur openen
zonder handen
hoe kan ik de telefoon opnemen
zonder mond om mee te praten

ja wel hoe

IJda

Ik ben er weer met mijn leven en het onderwerp ouder worden. Ik mag weer bestaan van mij zelf naast alle verschrikkelijke oorlogen en de vele doden die daarbij vallen. Langzaam ben ik uit de shocks gekomen en kijk ik verbaasd naar Nederland en hoe hier voor super rechts gekozen is.
Maar goed, ik ben er weer, ik heb mijzelf weer bij elkaar getekend.

 
XIX Nu rest mij nog het vierde argument dat mensen van onze leeftijd het meest bang en ongerust schijnt te maken: het feit dat de dood naderbij komt. Het is waar, die kan niet ver verwijderd zijn van de levensavond. Maar wat een beklagenswaardige grijsaard , die in zo'n lange tijd van leven nog niet heeft ingezien dat men zich voor de dood geen zorgen moet maken. Cicero, uit Over Ouderdom

Het is een dik en lijvig boek, het boek de kunst van het ouder worden.  Ik lees graag filosofische teksten , maar nu ik met de onderwerpen ouder worden en sterven bezig ben, beginnen er sterretjes voor mijn ogen te draaien en wist ik niet waar te beginnen. Bij de oude Grieken of de modernen of ergens tussenin. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het al jaren in de kast heb staan, het oppakte en weer terugzette en vergat wat er in stond. Dit blog is er dus ook voor om niet gelezen boeken te gaan lezen. Maar ik beloof mijzelf niet dat ik dat waar kan maken.

De inhoudsopgave zou mij inspiratie geven, dacht ik, maar ik zag alleen de heren-filosofen en welgeteld drie-dames filosofen. En een gedicht van Sappho waarin ze het oud worden en het verlies van schoonheid betreurt. Voor dit onderwerp kan ik me niet met mannen en hun gedachten daarover verhouden, denk ik.  Ik ging dus naar de sectie hedendaagse auteurs en begon bij het stuk van Sandra Lee Bartky “ Ongeplande overbodigheid: Enkele bespiegelingen over ouder worden. Alleen de titel al deed een donker gordijn over mijn brein vallen en de rest over alles is verlies,  maakte mij diep depressief.  Ze verlangt naar gesprekken met leeftijdgenoten en treurt over het teloorgaan van haar jeugdcultuur.  

Misschien hadden de bejaarden verwacht dat ze als een schatkamer vol wijsheid beschouwd zouden worden, maar dat is niet zo; ze worden vaker gezien als mensen die niet met hun tijd zijn meegegaan, als hopeloos ouderwets. Sandra Lee  Bartky, Ongeplande overbodigheid.

De rest van de onderwerpen? Verlies van sociale en werkgerelateerde netwerken, intellectuele, morele en culturele overbodigheid, verlies van de bewonderende blik, verlies van mogelijkheden om seksuele relaties aan te gaan. 

Ik verzet me tegen haar verlies litanie maar weet dat ze in bepaalde opzichten gelijk heeft. De meeste verliezen die ze noemt kunnen vervangen worden door nieuwe mogelijkheden of het verlies van bewonderde blikken zo'n verlies is? Ik vind dat heerlijk rustig. Eigenlijk vind ik veel in deze levensfase aangenamer, het je minder aantrekken wat anderen van je denken, het niets uitmaken van hoe je er uit ziet, beter je grenzen kunnen stellen. Ik zou haar ongeplande overbodigheid willen vervangen door overbodige overbodigheid en door -je kunt jezelf zo overbodig maken als je wilt-. Heerlijk toch.

Waar de overbodigheid wel een venijnige vorm aanneemt is het feit dat bij het oud worden mensen denken dat je gebrekkig bent, dommer bent geworden, je niet meer goed kan nadenken, je per definitie kwetsbaar zou zijn.  Uit ervaring weet ik dat ik in sommige situaties aangesproken word alsof ik een onmondig kind ben. En als ik tijdens een gesprek als een normaal mens antwoord dan wordt er vaak gezegd "wat heb je nog een levendige geest"! Ja sorry, waarom zou ik geen levendige geest hebben, misschien wel levendiger dan de geest van degenen die zo'n opmerking maken. Maar ik zeg er niets over want ik mag van mijn kleindochter niet met iedereen ruzie maken, en ze heeft gelijk, het maakt het leven makkelijker om niet meer steeds snedig in discussie te gaan en je gelijk te willen bewijzen. Ik had in de vorige alinea gesteld dat ik me minder aantrek van wat anderen van me denken dus waarom daar dan een punt van maken.

Gelukkig sloeg ik ook een stuk van Bertrand Russell (1872-1970) open, het essay 'How to grow old' uit Portraits from Memory and other Essays (1956) en daar vond ik me helemaal in. Het is dus toch mogelijk me met heren filosofen te verhouden op bepaalde punten. Misschien, misschien vallen mannelijke en vrouwelijke ervaringen over ouderdom wel samen na een bepaalde leeftijd, verdwijnen de verschillen.
Het is een kort essay en ik neem er maar één citaat uit maar het is het lezen waard en misschien ga ik maar eens een vertaling van dit boek zoeken.

Ik denk dat een geslaagde ouderdom het makkelijkst is voor mensen die sterke, niet op de persoon gerichte interesses hebben, waar geschikte activiteiten uit voortvloeien. Op dat terrein is lange ervaring werkelijk vruchtbaar, en op dat terrein kan de wijsheid die voortkomt uit ervaring een rol spelen zonder benauwend te worden. Bertrand Russel, Hoe je oud moet worden.

Ik doe mijn best!

Berichten navigatie

1 2
Scroll naar boven