Bericht openen

De fenghuang en de kom

Er hangt een kastje aan mijn muur waar Japanse, Chinese en handgemaakte bekers, kopjes, vaasjes en gemberpotjes in staan. De oogst van snuffelen in kringloopwinkels. Ik kom het tegen, neem het mee en koester het. Het is er, het is met zorg gemaakt het is gebruikt. Maar op een dag was het niet meer nodig, de eigenaar stierf en de kinderen vonden het oude rommel, er waren scherfjes af, er ontbraken delen.
Neem nu deze kom, deze hele gewone kom met deksel. Eigenlijk vond ik hem niet eens mooi maar ik nam hem toch mee. Hij intrigeerde me en hoe langer hij in mijn kastje stond hoe meer ik er van ging houden.

Deze kom is gemaakt door handen. Deze kom is gebruikt door handen, decennia lang.
Handen die hem vulden met rijst of soep.
Handen die zich warmden aan de warme inhoud.
Deze kom wacht bij mij op de tijd dat hij weer gebruikt zal worden.
Hij is er gewoon en hoe je hem ook draait, hij toont zijn medaillons van de fenghuang, de feniks.

De fenghuang is geen feniks die uit zijn as herrijst. Hij verschijnt waar harmonie is, en blijft weg waar die er niet is. Confucius zag hem aan het eind van zijn leven niet meer komen. Hij zag de strijd, hij zag de oorlogen en wist dat hij het niet meer kon keren.

En ik? Ik zie de fenghuang niet. Ik zie de vuurvogel. Ik zie de vuurvogel zich oprichten uit vuur en as, opvliegen in een razende hemel. Ik zie een huis in puin, een tafel met twee poten, een kom in scherven. Voeten grijs als het stof, uitgestoken handen, ogen vol verdriet en lege gezichten.
Even is er stilte, maar de vuurvogel komt terug. Herrijst uit de as en weer en weer.

En ik? Hier op het continent waar ik woon? Waar ik woon gooien mensen met stenen en vuur naar hen die gevlucht zijn voor vuur en as. De vuurvogel is ook hier.

In mijn kastje staat de kom.

Ik pak de kom vast met twee handen, ik zet hem neer en tik er tegen. Hij klinkt als een gong.
Ik denk aan alle handen die hem voor mij vasthielden. Van maker tot kringloop tot mij.
Ik denk aan alle handen na mij.

Ik zie de kleine blauwe fenghuang op de kom. Hij is er nog.


Bericht openen

De kraai, de wijn, de stenen, de jaren en zij

Hij kwam voor het eerst in het voorjaar, onverwacht, en toch alsof hij er altijd al was geweest.

Ik zat op mijn terras toen hij landde op de rand van mijn dak, me aankeek en me krassend toesprak. Ik dronk een glas wijn, voor het eerst dat jaar op het terras van mijn dakhuis. Ik praatte terug tegen hem. Alsof hij iemand was. Alsof hij haar was. Proost, zei ik, wil je ook een wijntje?  Zij was al jaren dood, maar wie ben ik om een kraai tegen te spreken.

Zij geloofde in god en goden en djins. In de ziel die verder gaat, een nieuw lichaam kiest, terugkomt om te kijken hoe het met je gaat. Ik niet. Ik geloof in de dood als eindpunt, in het lichaam dat ophoudt, in de stilte die blijft. En toch praatte ik alsof zij het was. Niet omdat ik geloofde, maar omdat hij het gesprek begon.

Hij luisterde. Of hij deed alsof. Want wat is het babbelen van een oude vrouw vergeleken met zijn krachtige stem?

Hij bleef terugkomen. Elke avond in het voorjaar, elke avond in de zomer, zat hij op de rand van het dak en zeiden we elkaar gedag — hij met een kleine hoofdknik, ik met woorden. Ik vertelde over de stenen die in een lage schaal op het terras stonden, meegebracht van alle plaatsen die ik bezocht had met mijn nieuwe geliefde. Over hoe zij zo graag stenen over het water scheerde in Griekenland. Over missen dat minder wordt, maar het denken aan haar niet. Over hoe raar het is om oud te worden terwijl iemand anders dat niet meer kan.

Hij sloeg zijn vleugels uit en landde naast de schaal. De zorgvuldig meegebrachte getuigen van de wereld — graniet uit Frankrijk, krijtsteen uit Rügen, kwartsiet uit Noorwegen, obsidiaan uit Alaska, een gladde kiezelsteen van een strand in Griekenland. Stenen die ik gevonden had met een ander, na haar. Hij pakte er een op en smeet die in het grind. Ik lachte. Ik was geërgerd. Waarom doe je zoiets, nu kan ik hem niet meer terugvinden.

Zij keek me aan vanuit die zwarte ogen. Zei niets. Wist genoeg.

De Morrigan stuurde haar kraai als boodschapper naar de mensen die haar nodig hadden. De Japanners zagen in de driepotige kraai een goddelijke gids. De raven van Odin — Huginn en Muninn, Gedachte en Geheugen — vlogen elke dag de wereld rond en kwamen ’s avonds terug om verslag te doen. Ik dacht aan al die verhalen en dacht: misschien is een kraai ook gewoon een kraai die een eenzame vrouw op een terras gevonden heeft en besloot te blijven.

Dan komt de winter.

Hij vertrekt niet ver — ik zie hem, of zijn verwanten, in zwermen in de bomen van het grote park aan de overkant, zwarte stippen in de kale takken, een vergadering van wezens die de kou niet vrezen maar de menselijke nabijheid wel. In de winter worden kraaien gemeenschapsdieren. Ze slapen samen in grote slaapplaatsen, soms duizenden bij elkaar, warmte zoekend in het getal. Mijn terras interesseert haar dan niet. Er is geen avondzon op de tegels, geen vrouw die praat over landen en stenen.

Of misschien is het dit: in de winter is er geen grens meer tussen hem en de andere kraaien. Zij lost op in de zwerm. En pas in het voorjaar, als de zwerm uiteenvalt en elk paar zijn eigen territorium claimt, wordt hij weer zij — mijn kraai, de bezoeker, de steen-verplaatser. Hij is altijd alleen. Misschien denkt hij dat dit zijn terras is, dat ik zijn maatje ben. Krassend jaagt hij iedere andere vogel weg.

Dit jaar zit hij verfomfaaid op de rand. Grijs in de veren, daar waar het zwart zou moeten zijn. Hij wordt oud, of hij heeft een moeilijke winter gehad, of hij is gewoon een kraai die de tijd meeneemt in zijn lichaam zoals wij dat ook doen.

Ik stap naar buiten.

Zij kijkt me aan.

Ik geloof nog steeds niet in reïncarnatie. Maar ik geloof wel in terugkeren. In het feit dat iets of iemand, seizoen na seizoen, de moeite neemt om op de rand van mijn dak te komen zitten. In de kleine trouw van een wezen dat had kunnen kiezen voor een ander terras, een ander mens, maar dit koos — dit terras, deze vrouw, deze stenen uit de hele wereld.

Zij geloofde dat de ziel verdergaat.

Ik geloof dat de kraai terugkomt.

Misschien is het hetzelfde.


Belangstelling:
間 — Ma
de ruimte waarin iets kan ontstaan
無為 — Wu wei
meegaan met wat wil ontstaan
fotografie en historische fotografie processen.


© cyanotypes en tekst IJda Smits | IJBer

Bericht openen

Plezier joy bonheur

“We troosten onszelf door herinneringen aan bescherming opnieuw te beleven. Iets geslotens moet onze herinneringen bewaren, zonder hen hun oorspronkelijke waarde als beelden te ontnemen. Herinneringen aan de buitenwereld zullen nooit dezelfde toon hebben als die aan thuis en door deze herinneringen op te roepen, voegen we ze toe aan onze voorraad dromen; we zijn nooit echte historici, maar altijd bijna dichters, en onze emotie is misschien niets anders dan de uitdrukking van een poëzie die verloren ging.” 
UitLa Poétique de l'espace, De poëtica van de ruimte, Gaston Bachelard

Ik had altijd veel plezier in het maken van dingen. Geen grootse dingen, gewoon binnen mijn mogelijkheden. Ik stond ’s morgens op en dacht: oh, vandaag ga ik dit afmaken — of: oh ja, dat wilde ik nog proberen.
Ik herinner me dat plezier, en ik kan het woord niet vaak genoeg herhalen. Plezier, plezier, plezier.
Op een dag werd het serieus. Mijn teken- en schilderlerares gaf me een zetje, en ik werd aangenomen aan de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Na mijn turbulente actieleven kwam ik het plezier opnieuw in mezelf tegen. Ik schreef al gedichten, maar schrijven gaf me nooit hetzelfde gevoel. Nooit zoveel als werken met mijn handen. Scheppen met mijn handen.

Mijn kinderen waren volwassen, ik hoorde dat ik oma zou worden, en ik had sinds mijn achtendertigste een weduwpensioen dat genoeg was om alleen van te leven. Geen suffe baantjes meer. Ik hoefde alleen nog voor mezelf te zorgen.
Er kwamen schoondochters, kleinkinderen. En een lieve vrouw verscheen in mijn leven.
Natuurlijk ging het leven door — zoals het leven gaat. De lieve vrouw verweduwde me voor de tweede keer. Mijn zoon verloor zijn vrouw en mijn kleindochter haar moeder.
Een andere schoondochter koos voor haar eigen weg. Een zoon vertrok naar de Verenigde Staten.
Wat overeind bleef was mijn liefde voor hen, en mijn plezier in het maken. In het exposeren. In het anderen leren wat ik deed.

Maar ergens onderweg verdween dat plezier. Ik weet niet meer precies wanneer. Misschien toen ik mijn werk op sociale media zette — in de goedkeuringsmachine stapte. Misschien ook omdat je bij het ouder worden als vrouw langzaam uit de maatschappij wordt geschoven. Ongemerkt, maar voelbaar.

Bij het opruimen vond ik oud werk terug. En ik herinnerde me hoe het voelde om het te maken.
Ik wil dat terug. Niet het succes, niet de likes, niet de bevestiging. Het plezier zelf — zonder goedkeuring. Puur het maken, zoals vroeger op die ochtenden: oh, vandaag ga ik dit proberen.

Dat is genoeg. Dat was altijd genoeg.


Gelezen:

  • De poëtica van de ruimte, Gaston Bachelard
  • Essay Authenticiteit als product,
    Lieke Knijnenburg, De groene Amsterdam 6 mei 2026
  • mijn gedachten, herinneringen en handen

  • oude stoffen
    in de jaren zacht geworden
    met de vage geur van gebruik
    een vleug parfum
    wat groene zeep

    wil ik door mijn handen laten glijden

    versleten borduursels
    losse draadjes
    sleetse plekjes

    gladstrijken met mijn vingertoppen

    en dan langzaam
    heel langzaam

    mijn gezicht naar mijn handen buigen

    joy
    bonheur

    alles kunnen helen


    ©IJda Smits IJBer

    Bericht openen

    Proberen de wind te vangen

    is net zo onmogelijk als begrijpen waarom mensen mensen doden

    Ik ben vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren en opgevoed met verhalen over de oorlog — over wie er 'weg' waren, over de holocaust met alle gruwelijke details, over honger en het tekort aan alles. En ook met een behoorlijke afkeer van alles wat Duits was. Niet van mijn vader, want hij vertelde mij altijd dat je niet moet haten — dat haat een gevoel is waar jezelf aan ten gronde gaat. Maar wel door de docenten op school en de ouders van mijn vriendjes. Hij huilde toen ik voor een poosje naar Berlijn vertrok. Vergeven en vergeten kon hij niet.
    'Dat nooit meer' zei iedereen — maar het haten sleet maar langzaam weg. Langzamer dan de ontwikkeling van welvaart en vrede in ons werelddeel duurde. We vielen een beetje in slaap.
    Maar nu voel ik de urgentie om er over na te denken, omdat ik merk dat mijn vanzelfsprekendheden beginnen te schuiven — en ik wil begrijpen waar, en waarom. Om bij de les te blijven. Of in mijn geval: in de tijd te blijven.
    Ik geloof niet in neutraliteit. Ik geloof in stelling nemen — in politiek, in het leven, in de wereld, en zeker in de tijd waarin we nu leven. Maar zelfs daar ben ik niet meer zeker van.
    En toch merk ik verschuivingen.
    Niet in wat ik denk, maar in wat ik toelaat, wat ik accepteer, wat ik gemakshalve vergeet. Het zijn geen grote stappen, geen duidelijke momenten waarop ik een grens overga — maar kleine, glijdende veranderingen die zich opstapelen.

    De berichten zijn er. Over technologiebedrijven die nauw samenwerken met overheden. Over toepassingen die ooit ondenkbaar waren en nu gewoon in ontwikkeling zijn. Over oorlogen waarin technologie steeds autonomer wordt ingezet — op grotere afstand van degene die beslist, en degene die getroffen wordt.
    Het staat gewoon in de krant. Israël, Amerika, Oekraïne — landen die autonome systemen inzetten of ontwikkelen. En daar zit voor mij een scheur.
    Want Israël, Amerika en Rusland — die zijn in mijn hoofd de agressor, de macht. Maar Oekraïne is het land dat wordt aangevallen, dat vecht om te overleven. En toch: als de oorlog eindigt, gaat de ontwikkeling en productie van autonome drones in Oekraïne door. De technologie verdwijnt niet. Wat dan? Waar wordt het dan gebruikt?
    Het bleef liggen, dit stuk. Wilde niet geschreven worden. Niet door mij — ik wilde niet, wilde er niet over nadenken. Maar toch bleef er steeds een stukje bijkomen, tussen het haken en het verwoed aan mijn website werken door.

    In de NRC schreef Maxim Februari een column over De normalisering van het radicale kwaad, waarbij hij Hannah Arendt citeert — de twintigste-eeuwse politiek filosoof die als geen ander heeft nagedacht over wat mensen elkaar kunnen aandoen, en hoe gemeenschappen daar mee omgaan. Arendt maakte onderscheid tussen fouten die vergeven kunnen worden, en wat zij het 'radicale kwaad' noemde: daden zo buiten elke menselijke maat dat ze zich, in haar woorden, "buiten de context van de menselijke samenleving begeven." Ze kunnen niet worden gestraft, niet worden vergeven. Ze vallen buiten het bereik van wat mensen onderling kunnen rechtzetten.
    Februari past dat begrip toe op autonome wapens: autonoom gedrag dat niet kan worden bestraft en niet kan worden vergeven — omdat er niemand is die beslist, en dus niemand die verantwoordelijk kan worden gehouden.

    Omdat elk afzonderlijk bericht nog geen moment is waarop alles anders wordt, omdat alles wordt ingebed in taal die geruststelt: innovatie, veiligheid, efficiëntie. Omdat er ook op mijn angsten en onveiligheid wordt ingespeeld. Omdat de vraag niet is óf we iets moeten doen, maar vooral hóé. Maar in die verschuiving van 'of' naar 'hoe' verdwijnt iets wezenlijks.

    Ik gebruik AI, de technologie zelf. Het helpt me opzoeken, denken, schrijven, ordenen. Het sluit aan bij hoe ik werk en kijk. Juist daarom voel ik de spanning zo scherp. Want gebruik is niet neutraal. Wat wij gebruiken, ondersteunen we — al is het maar een beetje.
    En dus stel ik mezelf een vraag die steeds minder abstract wordt: waar werk ik mee, en waar werk ik aan mee?
    Er is geen eenvoudig antwoord. Maar ik herken het patroon. Niet als een herhaling van de geschiedenis, maar als een beweging die we vaker hebben gezien: grenzen die niet worden overschreden maar langzaam verschuiven. Waarbij elke stap op zichzelf verdedigbaar is, totdat het geheel iets anders is geworden dan we ooit hadden bedoeld.
    We wennen snel. Misschien wel te snel.

    Wat mij verontrust is niet alleen wat er gebeurt, maar hoe vanzelfsprekend het wordt gevonden. Hoe taal verzacht wat eigenlijk op scherp zou moeten staan. Hoe twijfel wordt weggeredeneerd omdat het niet efficiënt is.
    Terwijl juist die twijfel nodig is. Niet om stil te vallen, maar om te voorkomen dat we gedachteloos verder gaan.
    Er wordt vaak gedaan alsof er geen alternatief is. Alsof dit simpelweg is waar de wereld naartoe gaat. Ik geloof dat niet. Ik denk dat er altijd een moment is waarop je kunt vertragen. Waarop je kunt weigeren om iets vanzelfsprekend te vinden, alleen omdat het overal gebeurt.
    Misschien is dat geen groot gebaar. Misschien verandert het de wereld niet.
    Maar het verandert wel iets anders:
    Het moment waarop je ophoudt met jezelf geruststellen — en begint met werkelijk te kijken naar waar je deel van uitmaakt.

    Gelezen:
    Hannah Arendt: Eichmann in Jeruzalem.
    NRC 3 maart 2026 column Maxim Februari,
    De normalisering van het radicale kwaad
    Diverse artikelen over autonome wapens.


    het is anders
    weet je
    zo anders hoe traag
    de laatste beweging is
    die je maakt

    het is anders
    weet je
    als winden wervelende
    woorden inblazen
    die je niet begrijpt

    het verandert
    weet je
    zodra je niet meer weet
    dat het anders is
    dat het verandert

    als je beweging stolt
    en de woorden verdwijnen


    Gedicht: 24 april 2026, eerste publicatie
    Schetsboek pagina:
    Proberen de wind te vangen
    april 2026
    © IJBer | IJda Smits 2026

    Bericht openen

    De verleiding van morele zekerheid

    De teloorgang van het geheugen

    Ik wil al een tijdje een tekst schrijven over morele zekerheid. Het lukt me niet — het is een te groot onderwerp voor mij. Dus pak ik een bolletje roze wol en ga een varkentje haken. Misschien wil ik daarmee het onderwerp eerst klein maken voordat ik het aanpak. De kleur roze is de kleur van de onschuld, maar ook van de homo- en lesbische beweging in mijn tijd: de roze driehoek die we droegen als eerbetoon aan de homoseksuelen die in de Tweede Wereldoorlog een roze driehoek moesten dragen. Vooruit, doorhaken — dan komt mijn schrijfvaardigheid ook weer op gang.

    En waarom wil ik dit grote onderwerp aanpakken?

    Omdat ik soms teksten lees die zo enthousiast geprezen worden om helderheid, scherpte en morele overtuiging, dat ik er graag op wil reageren — maar dat niet doe. Want terwijl ik lees, ontstaat er een aarzeling, een soort tegenzin. Niet omdat de onderwerpen onbelangrijk zijn — racisme, femicide, ongelijkheid en macht verdienen alle aandacht — maar omdat de toon zo doordrenkt is van morele verongelijktheid dat ik me afvraag: is zo halstarrig aan je eigen gelijk vasthouden niet gevaarlijk? Zijn de rollen zo helder verdeeld dat wie eenmaal aan de juiste kant staat, niet langer hoeft te twijfelen?

    Je zou denken dat die neiging alleen aan extreem rechts, antidemocraten en autoritaire leiders is voorbehouden. Ik schrikt dan ook op als iemand die ik volg — iemand die ik zie als jong talent in het schrijven van linkse opiniestukken — in een stuk naar anderen trapt, in de overtuiging van het eigen gelijk heeft.

    Ik haak nog even een paar toertjes aan mijn roze varkentje om mijn gedachten te ordenen en moed te verzamelen. Want ik wil iets over mezelf vertellen — over mijn eigen plek in precies die beweging die nu zo gemakkelijk wordt weggezet. Maar eerst nog even zeggen waarom het mij zo tegen de borst stuit.

    Laatst las ik een tekst waarin het feminisme uit de tijd dat ik er deel van uitmaakte, werd samengevat onder de noemer ‘wit feminisme’. Het stuk werd veel gedeeld en enthousiast ontvangen. Toch keek ik er met groeiende verbazing naar. Niet omdat kritiek op het feminisme onmogelijk zou zijn — geen enkele beweging staat boven kritiek — maar omdat een complexe en vaak rommelige geschiedenis van zoeken, botsen en veranderen plotseling werd samengebracht in één etiket. Die geschiedenis werd niet benaderd als een periode waarin hard gewerkt werd en veel maatschappelijke veranderingen hun vorm vonden.

    Eerlijk gezegd voelde ik me ook aangesproken, weggezet en beledigd. Want zonder mij en de andere vrouwen die aan veranderingen werkten, waren we nog steeds de huisvrouwen geweest die wettelijk afhankelijk waren van hun vaders en echtgenoten. En ja, misschien was het ‘wit feminisme’ — en ook ‘middenklassefeminisme’, al werd dat laatste in het stuk niet genoemd, terwijl het minstens zo’n belangrijk onderscheid is. En daarmee kom ik op mezelf.

    IJda in 1979

    Ik voelde me vaak ongemakkelijk bij de feministische groepen waar ik deel van uitmaakte, omdat ik er niet in paste: het was onduidelijk of ik wel of niet wit was, en als kind uit een arm arbeidersgezin hoorde ik er al helemaal niet vanzelfsprekend bij. Toch deed ik mijn best actief te zijn op de punten die ik belangrijk vond. Op een gegeven moment hield ik een toespraak over Vrouw en Werk en gelijke beloning voor gelijk werk — totdat ik halverwege plotseling aan mijn grootmoeder dacht, aan mijn moeder en de andere vrouwen in mijn familie. Zij moesten werken niet om zichzelf te ontplooien, maar omdat het inkomen van hun mannen niet toereikend was om de — meestal grote — gezinnen draaiende te houden. Ik aarzelde of ik door moest gaan.

    Ik pak mijn roze varkentje in wording weer op. Beter gezegd: ik pak alle losse gehaakte onderdelen om ze in elkaar te zetten. Zoals ik probeer mijn geheugen weer in elkaar te zetten — de losse fragmenten weer samen te voegen.

    Ik zocht en vond vrouwen bij wie het onbehagen niet speelde. Met hen richtte ik Vrouwen in de Bijstand op — met als kern de feministische idealen van zelfstandigheid, opleiding en ontplooiing, maar dan voor de vrouwen die daar tot dan toe buiten waren gevallen. In de jaren zeventig konden vrouwen eindelijk zelfstandig scheiden en een uitkering aanvragen om zichzelf en hun kinderen te onderhouden — in theorie al eerder mogelijk, maar pas in die jaren in de praktijk haalbaar. Ook slaagden we erin dat vrouwen tijdens hun uitkering een opleiding mochten volgen, om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

    Wij begeleidden de vrouwen, ook degenen van wie de kinderen werden ontvoerd of ontnomen. We steunden hen zonder discriminatie op kleur of afkomst. We trokken samen op. Het middenklassegehalte dat me bij andere groepen zo stoorde, was verdwenen. Uit twijfel waren nieuwe initiatieven geboren — maar veel van die initiatieven haalden de media noch de geschiedenisboeken.

    Misschien is dit wel de grootste verleiding van onze tijd: de geruststelling van morele zekerheid. Het idee dat de wereld overzichtelijk is geworden, dat we precies weten wie er aan de goede kant staat en wie niet. Maar de werkelijkheid is zelden zo ordelijk. Ze vraagt iets moeilijkers van ons: aandacht, geheugen en soms ook twijfel. Misschien is twijfel wel een vorm van geheugen.

    Het roze varkentje is af.

    Gelezen:
    De prijs van witheid bij de Dolle Mina’s
    Het nieuwe zusterschap, met groeipijn

    Boeken die mij in die tijd vormden:

    Feminisme en vrouwenstudies:
    Nancy Chodorow — The Reproduction of Mothering (1978)
    Philomena Essed — Alledaags racisme (1984)
    Adrienne Rich — Of Woman Born (1976)
    Marilyn French — The Women’s Room (1977)
    Mary Daly — Beyond God the Father (1973)

    Sociologie en kolonialisme:
    Frantz Fanon — De verworpenen der aarde (1961)
    H.Ph. Milikowski — Lof der onaangepastheid (1967)


    Zelfs als je heilig bent,
    verlicht met gouden aureool,
    met één oog is het perspectief
    toch minder accuraat
    meer rechtlijnig gehalveerd

    ik denk dat empathie
    en mededogen zich aan de blinde
    kant bevinden


    Gedicht uit De laatste dwaze krabbels
    uit de serie Dwaze krabbels
    Lees hier meer over de Dwaze krabbels
    Alle dwaze krabbels zijn te lezen op: @dwaze_krabbels


    ©IJda Smits

    Bericht openen

    ik kraak

    Gelezen:

    Alles wat ik gelezen heb heeft niets met dit stuk te maken.
    Laat het me weten als je er anders over denkt.

    NRC, De Groene, 
    De wisselwachter van Geert Mak

    Ik herhaal je
    Ingrid Jonker, Gedichten

    Ook gelezen:

    Mijn gedachten en ervaringen


    mogelijkheid VIII

    is het mogelijk dat het begrip
    
perspectief toch anders is

    dan menigeen uit gewoonte

    aanneemt dat het niet meer is

    

dan het punt aan de einder
    
waar al onze zichtlijnen verdwijnen
    
verdoezelen in blauwe poederlucht
    
het vergezicht waaiert niet uit 



    het vervaagt onze blik 

    tot een niet gekende naïviteit
    
over vergeefse verwachtingen



    van hoop van kansen en de illusie
    
van gespiegelde gedachten met 
onszelf
    als de kern van het universum



    dat is niet mogelijk of wel?



    Gedicht uit:
    mogelijkheden
    tien sonnetten en een toegift
    uit de serie grijze schriftjes

    IJda Smits

    Nog te koop in mijn webshop

    Beeld: Hier gebeurde niets
    cuprotype/cyanotype 2026
    meer beelden

    Ik kraak niet echt, alleen mijn longen kraken nog, maar dat hoor ik niet zelf. Verder ben ik een tamelijk kraakvrije bejaarde.

    Oh, dat laatste mag ik niet zeggen, daar krijg ik altijd commentaar op. Laatst nog, ik zette wat nieuw werk op social media en schreef erbij dat ik met twee projecten bezig ben en dat ik nog een aantal dingen wil afmaken en vroeg me af of me dat nog zou lukken in dit leven. “Nou ja zeg, in dit leven”, zette iemand er onder die een jaar ouder is dan ik. Ik word over drie maanden negenenzeventig en mijn leven is eindig. Waarom dat ontkennen. En eerlijk gezegd wil ik niet heel stokoud worden. Ik heb alles wel een beetje gedaan en meegemaakt. Ik blijf niet altijd kraakvrij.
    Maar ik had het over mijn gezondheid, dat ik kraak.

    Dat heb je met het ouder worden. Gedachten en associaties vliegen van hot naar her. Focus en contratie hebben een korte tijdspanne. of heeft dat met mijn recente ervaringen te maken?

    Ze zeggen, al jaren, dat de gezondheidszorg te duur is.
    Ze zeggen, al jaren, dat dat komt door de vergrijzing.

    Ik ben behoorlijk grijs en kost de laatste maanden veel alhoewel ik de hoge rekening in Japan zelf heb moeten betalen omdat het zorg was door een niet gecontracteerde zorgverlener. Het was makkelijker geweest als ik gewoon dood was gegaan, ik oude grijze vrouw. Wat zocht ik ook daar ver weg eigenlijk, hoor ik denken, als ze niet gegaan was dan was dit niet gebeurd.

    Weer terug ben in Nederland merkte ik hoe traag de zorgverlening hier is. Ik had, in mijn conditie, direct toegang moeten hebben tot specialist en/of ziekenhuis niet pas twee maanden later. Zo komt het dat ik, drie maanden na terugkomst, weer aan de antibiotica en andere medicatie moest omdat er nog ontstekingen in mijn longen zaten en nog meer ongerechtigheden te zien zijn.
    Ik rook niet, ik rook al lang niet meer, maar dan begint de longarts te zeuren over roken. Ik word een beetje kwaaiig, ik heb een Covid longontsteking overleefd, hoe denk je dat mijn longen er uit zien na een uitstekende behandeling in Japan en medische verwaarlozing na mijn terugkeer in Nederland.

    Ik ben een oud en vrouw. Dat zijn twee benamingen waardoor ze niet hard lopen om je serieus te nemen.
    Ik schrijf over de kleine dingen dicht bij mij zelf want voor de grote dingen heb ik geen woorden en geen energie meer.
    Ik houd alle wereldgebeurtenissen wel bij, alle intolerantie, verrechtsing, ook in Nederland, volg ik nog steeds. Er zijn genoeg jongere mensen die het heel goed verwoorden. Het is hun toekomst niet meer de mijne. Wel heb ik het gevoel dat ik in een soort herhaling zit. Veel is anders maar veel wordt weer hetzelfde. Helaas.
    Vroeger was ik strijdbaar binnen het feminisme, binnen de homo- en lesbische beweging, in de vredesbeweging, de kraakbeweging. Heerlijk demonstreren en ja, soms provoceren en een beetje rellen, in Woensel aan hekken geketend zijn, losgeknipt worden, in busjes gedragen worden en dan weer ontsnappen. Dat soort dingen. Er moest ook veel veranderen.
    De mooiste opmerking kreeg ik in de zeventiger jaren: ik zou mijn kinderen indoctrineren omdat ze tijdens een demonstratie met een kartonnen roze driehoek opliepen met daarop de tekst ‘mijn moeder is lesbisch en die van u’.
    Soms zie ik nog oude coryfeeën in demonstraties meelopen. Misschien moet ik dat ook doen. Ik wil dat niet en jongeren willen dat ook niet. Ze willen hun eigen strijd strijden zoals ik mijn strijd streed/strijdt. Ik sta wel 100% achter ze.

    Even voor een beter begrip, ik heb het niet over rechtse jongeren of over ‘ongehoord’ Nederland. De mensen die denken dat haat rondstrooien vrijheid van meningsuiting is. Mensen die racistisch zijn, xenofoob, vrouwenhaters. Daar sta ik niet achter maar wel al die anderen die de wereld en de mensheid een goed hart toedragen en niet alleen aan hun eigen kleine persoontje denken.

    Zoals ik nu wel aan mijn eigen kleine persoontje denk. Ik had het over de gezondheidszorg, over de bezuinigingen. Ik had het over mijzelf, over mijn recente ervaringen. Het persoonlijke is politiek, stelden we in het begin van de tweede feministische golf. Daar verontschuldig ik me dan maar mee.
    Over de benadering van patienten wil ik het ook hebben ooit misschien. Ik weet eigenlijk niet hoe ik benaderd word. Volgens mij lopen de ziekenhuizen al vast op de bezuinigen vooruit. Een wachttijd van twee maanden voordat ik, na de repratiering uit Japan, bij een longarts terecht kon, voelt voor mij toch wat bedenkelijk.

    Ook de ziektekostenverzekering loopt alvast op de bezuinigingen vooruit. Ooit heb ik deze verzekering genomen omdat ze pretendeerden dat ze geen contracten sluiten omdat je bij iedere arts terecht moet kunnen. Nou mooi niet hoor maar dat leer je pas als je er mee te maken hebt. Is er iemand die alle kleine lettertjes leest? Ik niet dus, ik neem het globaal door. Ik moest lang zoeken voor ik het vond.
    Ze wilden de kosten niet betalen want het was ongecontracteerde zorg. Ook mijn beroep op hun hardheidsclausule deden ze af als foute argumenten van een lastige oude vrouw, een oude vrouw die na weken 'nee' gehoord te hebben, weigerde lief en beleefd te zijn, die haar recht op eist, haar plaats niet weet. Dat had ik van tevoren moeten aanvragen!
    Dus voor een ieder die op reis gaat, vraag vast van te voren allerlei behandelingen aan. Voor de zekerheid.
    Ik ga er verder niet op door, het ligt nu bij een stichting die het verder gaat behandelen. Ik heb een reisverzekering, die hebben al de extra verblijfskosten en de repatriering uitgekeerd, maar zolang deze ziektekostenverzekering niet wil specificeren wat ze wel en niet vergoeden en mij ‘uit coulance’ een derde van het bedrag uitgekeerd hebben, kan de reisverzekering ook niet veel doen.
    Dat niet specificeren heeft te maken met concurrentiebeding volgens de medewerker van klachten en geschillen.

    Nu ik er over na denk tijdens dit schrijven, kraken niet alleen mijn longen maar kraakt mijn hoofd ook. Ik voel me een persoon in het Proces van Kafka. Ik weet niet wat ik verkeerd doe of fout gedaan heb en hoe ik het kan oplossen. Hoop dat het op een dag gewoon ophoudt.

    En dat doet het natuurlijk, op een dag, vooral als de bezuinigingen op de medische kosten voor al die krakende bejaarden waar ze al jaren over roepen er komen.
    Dan houdt het misschien wat eerder op, op een dag.

    “Ach,” zei iemand tegen me, “je hoofd kraakt niet, het buigt gewoon door veel wind.”

    Bericht openen

    ik ben doof geworden

    Gelezen:
    NRC
    de Groene
    de Correspondent
    artikelen op Substack van oa van Timothy Snyder
    maar vooral veel nagedacht


    en dan

    als het kussen is geschud
    de lakens zijn gladgestreken
    de laatste geur
    door het open raam
    naar de hemel is ontsnapt

    zullen er dan nog
    herinneringen zijn
    misschien?

    wie denkt er nog
    aan dit leven
    als alle afdrukken
    alle indrukken
    verwijderd zijn

    huil maar niet
    is mij als kind geleerd
    huil maar niet
    heb ik mijn kinderen geleerd

    als het kussen is geschud
    en de lakens zijn gladgestreken


    Het laatste gedicht uit het grijze schriftje AI en Oud en Rauw en Houtskool en Ik
    © teksten en beeld IJda Smits


     

    Waarom schrijf ik dit, lees dit vooral niet het is niet interessant! Wat is er nou helemaal gebeurd. Ik keek de dood in ogen maar leef nog, er is niets. Misschien hoop ik mijn vermogen tot schrijven terug te vinden door dit op te schrijven. Alhoewel mijn schrijfsels nooit erg lezenswaardig zijn geweest. Hoe erg is het dat ik dat kwijt ben, waarom wil ik het weer terug. Ik vind het ook rustig dat het weg is. Verborgen, verdwenen, er nooit geweest.

    Verborgen

    de maan komt vanavond weer dichter
    en dichterbij
    stijgend tij

    je drinkt het tij volledig op
    maar niet te vullen, dat hart
    met het zwarte gat

    Chen Yuhong, uit: de zon verschrompelt tot een witte berg, vertaling Sylvia Marijnissen.

    Tijdens een gedenkwaardig verblijf in Japan begon ik doof te worden. En nu, 5 weken terug in Nederland, is mijn gehoor nog verder achteruit gegaan. Met deze doofheid dringt ook mijn interesse in alle wereldgebeurtenissen niet meer tot me door. Misschien dringt zelfs mijn leven niet meer tot mij door. Ik heb er ook geen woorden meer voor. Ik ben met stomheid geslagen, mijn stem is verdwenen. Om de woorden weer toegang te geven of uit gewoonte blijf ik al mijn linksige kranten en tijdschriften lezen. Vandaag las ik mijn lief een column voor uit een van de bladen. Mijn stem kwam erg moeizaam uit mijn borstkast omhoog en moest toen nog door mijn strot geperst worden. Het geluid van mijn stem is een doffe verre klank in mijn eigen oren.
    Is dit het dan, denk ik, is dit het échte ouder worden, geen geluid meer kunnen horen, geen geluid meer kunnen maken. Ik ben wel oud maar had tot voor een paar weken een gehoor en een stem, ik luisterde en werd gehoord.  Dit is geen beklag, ik moet er nog aan wennen.
    Zal het toch nog over gaan of heeft het virus dat mij aanviel mijn zintuigen aangetast en misschien ook mijn brein. Er heerste een oorlog in mij tussen het virus en mijn immuunsysteem. Er moest vrede gevonden worden dus werd mijn immuunsysteem bevolen zich terug te trekken.

    Het was oorlog in mijn brein. Ik vertelde verhalen over de onbekende grootvader die als kind in het 'Jappenkamp' zat. In de ziekenhuiskamer opgesloten, alleen vreemde klanken horend,  werd mijn brein  achterdochtig om alles wat ik niet mocht of wat wel en niet gebeurde. Mijn sloffen onder het bed waar ik niet bij kon, het wassen vergeten, niet douchen, het hoofdeind van het bed niet zelf mogen bedienen. En Blafkaptein die iedere dag over geld kwam praten en hard de klanken van haar taal uitstootte en dokter Zegtniets en het jonge meisje dat op haar knieen buigend mij in drie engelse woorden de ziekenhuisregels probeerde bij te brengen.  Ondertussen werd er van alles in mij gedruppeld en slikte ik de pillen die me gaven. En de camera die mij dag en nacht bewaakte.
    Op een nacht stond ik in de hal van het ziekenhuis met een fotootje van een kleine jongen in mijn hand.

    'Zien jullie deze kleine jongen, het is de vader van mijn kinderen en de grootvader van mijn kleinkinderen, hij werd opgesloten en uitgehongerd met zijn moeder en zussen, zoveel lijden dat hij op een dag het leven niet meer aankon en ging.'
    Ik sprak vloeiend Japans.
    'Ik weet al het leed van na de oorlog hier in dit land, daar denk ik ook écht aan. En al het leed dat er nog steeds is, daar denk ik voortdurend aan. ' Zwijg, praat er niet over, wat weet jij er van, siste het in mijn hoofd.

    Ik werd wakker, mijn kussen was nat. Ik wreef over mijn gezicht en keek naar het gezicht van Saito. I give you some oxigen, zei ze.

    Waarom deze werkelijke dromen, het is niet mijn oorlog, het is nooit mijn oorlog geweest. Waarom dan nu wel?  Is het het land waar ik ben of een tekort aan zuurstof? Ik lig in dat bed en volg de ziekenhuisroutines. Emoties verdwijnen, een niet gekende rust neemt de plaats in.

    Het is zo vreemd, zo onbekend, dit gevoel van vlakheid, dit ontbreken van handelen. Ik hoef niets meer. Er is geen ruimte meer voor creativiteit, voor tekenen, schilderen, mijn geliefde fototechnieken. Hier, thuis, zie ik het allemaal terug en ik bedenk me alleen dat ik het moet opruimen voor ik dood ga. Wat moeten mijn erfgenamen met die troep?
    In plaats van alles naar buiten te gooien,  voeg ik er wat brei- en haakwerkjes aan toe.  Ik brei een beertje, ik haak amigurumi kleine Japanse knuffeltjes. Van die laatsten wil de hele familie er één, of meer. En o, de beertjes zijn ook in trek. Alle wensen zal ik inwilligen. Ik word per slot van rekening overgrootmoeder en met deze bezigheden rol ik in mijn rol.

    En mijn doofheid zul je je afvragen, of misschien ook niet. Zo lang ik niemand zie die tegen me praat heb ik er geen last van. Maar als er anderen zijn doe ik net of ik hun woorden hoor en knik belangstellend. Niets terug zeggen spaart mijn stem.


     

    Bericht openen

    Ik wilde over liefde schrijven maar

    Gelezen:
    Roman Krznaric, Geschiedenis voor morgen
    Inspiratie uit het verleden voor de toekomst.
    Timothy Snyder, Over tirannie
    Twintig lessen uit de twintigste eeuw.


    vandaag vond ik mijzelf
    vijfendertig jaar geleden
    ik was twee en veertig
    strijdlustig en heel zeker hoe
    de wereld zou moeten zijn

    er zou plaats zijn overal
    voor iedereen en vrede
    gerechtigheid
    en liefde voor het leven

    gezegend is de ouderdom
    met de jaren slijt de strijd
    en het ongenoegen
    zo wordt gedacht
    maar bij mij slijt de zekerheid
    en strijdlust wordt onrust
    voor alle jonge mensen

    waarom? vraag ik
    en hoe?
    wat is er verkeerd gegaan?


    Gedicht IJda Smits
    Uit: Ik ben niet dapper, eigen uitgave.


    Illustraties uit mijn schetsboek 1992


    Ik wilde over liefde schrijven. Liefde denk ik, ja laten we het over liefde hebben. Wat is liefde  eigenlijk? Is liefde niet een zelfzuchtige emotie?? Ik lief jou en daarom moet jij mij lieven. Ik wilde schamper over liefde schrijven.

    Is het niet een drogreden om in deze turbulente tijden te praten over liefde en zachte krachten. Dat doen we al jaren en zie het resultaat. De zelfzucht van zelf-liefde viert hoogtij. Het is niet dat ik niet in liefde geloof maar ik geloof niet dat liefde en zachte krachten de wereld kunnen veranderen in een paradijs. Ja wij wonen hier in een soort paradijs, in het paradijs 'de westers wereld', maar met hoevelen zijn wij eigenlijk in de westerse wereld?

    Er leven ongeveer 8 miljard mensen op de wereld en ongeveer 1,4 miljard leven in ernstige armoede ($ 1,90 per dag). Deze cijfers zullen wel arbitrair zijn want ze verschillen iets per website die ik bezoek, waarschijnlijk vanuit welk perspectief je het bekijkt en telt. Maar goed, dit luttele bedrag is de bodem van de bestaanszekerheid en er zullen nog miljarden mensen zijn die daar boven zitten en ook erg arm zijn.

    En het daar over hebbende: ik zag laatst een filmpje op Instagram en daar noemden ze het percentage mensen dat westers genoemd wordt. Het was niet veel, gezien op de wereldbevolking. Ik heb wel een globaal idee hoe het is maar omdat ik tegenwoordig alles met cijfers wil staven als een gevecht tegen alle wilde theorieën, ga ik op onderzoek uit op internet in kranten, tijdschriften en uiteindelijk bij AI.
    Ik raadpleeg alle AI apps die ik ken en distilleer daar de onderstaande gegevens uit:

    'Westerse wereld:
    Meestal worden de volgende regio’s/landen tot de Westerse wereld gerekend:
    Europa (EU + VK + Noorwegen, Zwitserland, etc.)
    Verenigde Staten en Canada
    Australië en Nieuw-Zeeland
    Israël (soms ook meegerekend vanwege culturele en economische oriëntatie)

    'Niet-westerse wereld':
    De rest van de wereld – dus:
    Azië (incl. China, India, Midden-Oosten)
    Afrika
    Latijns-Amerika

    In cijfers en percentages 2024-2025

    • Westerse wereld: 1.17 miljard - 14%
    • Niet-Westerse wereld: 6.93 miljard - 86%
    • Wereldbevolking: 8,1 miljard - 100%

    Mijn god, denk ik, hoe hovaardig zijn wij 'westerse' mensen. We weten het nog steeds beter. We begonnen met onze religies op te dringen aan de rest van de wereld, we eigenden ons land en alles wat dat land te bieden had toe, we dringen onze nieuwe religie, onze 'fantastische democratie' op. We vinden ook onze cultuur beter dan alle andere culturen. Het is een soort houding van alles wat anders is moet vernietigd.
    Het gaat natuurlijk om macht en geld, met geld heb je macht. Het gaat om veel geld nu. Het geld/kapitaal regeert.
    Deze bewering vraagt natuurlijk weer om verder onderzoek voordat ik over me heen krijg dat ik een complotdenker zou zijn. Ja, ik dek me aan alle kanten in.

    De verdeling van rijkdom tussen de Westerse wereld en de niet-Westerse wereld is zeer ongelijk – ondanks dat het grootste deel van de wereldbevolking in niet-Westerse landen woont, is een groot deel van het mondiale vermogen nog steeds geconcentreerd in de Westerse landen.
    Hier een overzicht op basis van recente cijfers (rond 2023/2024), onder andere van Credit Suisse, de Wereldbank, en het IMF.

    Totaal wereldvermogen: ca. $500–$600 biljoen USD

    (Let op: dit is netto vermogen, dus bezittingen min schulden).
    De gemiddelden kunnen misleidend zijn door extreem hoge rijkdom bij een kleine elite. De mediaan is vaak veel lager.

    Landen zoals de VS alleen al bezitten ongeveer 30–35% van het wereldvermogen.
    Europa samen: ongeveer 20–25%.
    China is de grootste niet-Westerse uitzondering, met ongeveer 15–20% van het wereldvermogen.
    Afrika bezit minder dan 1% van het totale wereldvermogen, ondanks dat het meer dan 17% van de wereldbevolking heeft.

    De Westerse wereld (~14% van de mensen) bezit ruim de helft van de wereldrijkdom (~55–60%).
    De niet-Westerse wereld (~86% van de mensen) moet het doen met minder dan de helft van het vermogen (~40–45%).
    Binnen de niet-Westerse wereld zijn grote verschillen: China en rijke golfstaten hebben relatief veel vermogen, terwijl veel landen in Afrika en Zuid-Azië nauwelijks vermogen per persoon hebben.

    Ik moet het natuurlijk ook over de boeken hebben die ik gelezen heb en die me de noodzaak gaven dit stuk te schrijven en zo helderheid in mijn hoofd te krijgen. Tegen de onderbuikse sentimenten, zeg maar. Het boek Over Tirannie van Timothy Snyder is een helder, en voor mij troostgevend boek. Een soort doeboek met achtergrond. Het luchtte me op en ik volg nu zijn geschreven teksten op Substack.

    Het voornaamste en eigenlijke doel van de geschiedenis is om inzichtelijk te maken hoe de mens, door kennis te nemen van het verleden, zich in het heden verstandig en met oog voor de toekomst kan gedragen.
    -Thomas Hobbes, uit het voorwoord bij zijn vertaling van 'de Geschiedenis van de Peloponnesische Oorlog van Tchucydes'-.

    Met dit citaat begint het het boek Geschiedenis voor morgen van Roman Krznaric.
    In het boek staan 10 essays waarin de geschiedenis aan het heden gekoppeld wordt.
    In hoofdstuk 6 Het vertrouwen in de democratie herstellen legt hij bijvoorbeeld uit dat er ooit een wijdverspreide participatieve politiek bestond wat we ook gemeenschapsdemocratie kunnen noemen en die gebaseerd is op decentralisatie, deliberatie en directe besluitvorming. De opkomst van op representatief bestuur gebaseerde natiestaten was in de achttiende eeuw.
    Dat laatste neem ik aan maar wat ik uit mijn geschiedenislessen vooral onthouden heb over de tijd voor de achttiende eeuw zijn de begrippen feodaal, onderhorigen, oorlogen, macht van de koningen, keizers en verdere adel. Ik ben geen historica en heb dat niet verder uitgezocht en ga dat ook niet doen. Ik ben er nog steeds niet zeker van of geschiedenis ons helpt om machtsmisbruik te voorkomen. Een andere ideeën en gedachtenwereld helpt misschien wel. Ik ben er tamelijk pessimistisch over hoe dat te bereiken.
    Hoofdstuk 8 gaat over De ongelijkheidskloof dichten. Dat komt al dichter bij de levensovertuiging die ik al in mijn jeugd had over welvaart voor ieder, dat er eerlijk gedeeld wordt misschien zelfs een basisinkomen om te beginnen. Dat de individuele mens ook meer macht en zeggenschap over hun leven heeft, wereldwijd, en in ieder geval een menswaardig bestaan. Maar hoe moet dit bereikt worden als geld de macht viert en niemand ook maar iets wil inleveren?

    Kom ik dan toch weer bij de liefde uit, liefde en empathie? En hoe vechten we met liefde en empathie tegen de harde egocentrische krachten van het kapitaal en veel politici, tegen xenofobie en racisme, tegen uitbuiting. Nee ik kom bij vechten uit en dat benauwd me.

    En, omdat ik de woorden Global South zo vaak tegenkwam, dit filmpje om het te ontzenuwen:

    Bericht openen

    AI houtskool en ik

    Gelezen

    Artikelen in
    de Groene
    de Correspondent
    de NRC

    Gespeeld met
    ChatGTP
    Le Chat
    Claude
    Perplexity


    op de dag dat mijn linkerhand
    besloot naar rechts te keren
    weigerde om te bewegen

    pakte hij rimpels op
    aarde
    dode bloemen
    doornen
    vuil

    op de dag dat mijn handen
    kracht verloren
    en vorm

    keerde mijn rechterhand
    naar links


    Gedicht en Illustraties
    handgemaakte houtskoolschetsen
    © IJda Smits

    the day that my left hand decided to turn to the right
    the day that my left hand decided to turn to the right

    In de filosofiegroep zou het onderwerp AI zijn. Ik las er al regelmatig over maar nu nog gerichter. De voors en tegens. Want dat vind ik een moeilijke vraagstelling waar ik niet uitkom. Ik heb gemengde gevoelens en gebruik het. Na het eerste enthousiasme van enkele jaren geleden (ik houd van nieuwe ontwikkelingen) ben ik wat terughoudender geworden in het gebruik. Ook vanwege de dataopslag die erg veel energie kost. Dus daarover voel ik me schuldig als ik het gebruik.
    En ook om de andere nadelen van AI en het gevaar dat schuilt in dat het niet goed of voor ronduit slecht zaken gebruikt wordt.
    Onderaan dit blog vind je de voor- en nadelen op een rijtje.
    Ik moest er dus over gaan lezen en het blijven gebruiken want onbekendheid geeft angst, merk ik uit gesprekken met anderen.

    Als zoekmachine is het geweldig omdat je nooit (nog niet?) reclame krijgt. En als vertaler van mijn gedichten vind ik het fantastisch, wel vroeg ChatGTP mij op een dag of het mijn gedichten zijn, dat ze erg mooi zijn en begon aanbevelingen te geven. Ik verwijderde als de wiedeweerga mijn invoer. Ik ben daar nu weer overheen en leer ook beter invoeren zodat ik betere resultaten krijg. In het begin liet ik AI wel eens een gedicht schrijven maar dat was altijd erg slecht en vlak en ik moest er om lachen.

    Wat ik nog verder wil uitdiepen na de filosofieavond waren de voor- en nadelen en waarom sommige mensen in ‘therapie’ gaan bij AI, het als feedback gebruiken, er een vriend(in) mee construeren of andere raad vragen. Hoe werkt dat dan?

    Om dat te proberen, schreef ik in ChatGTP:
    -Een aantal jaren geleden ben ik begonnen met bloemen te fotograferen en cyanotypes te maken. Ik schijn nu een expert te zijn en dan wordt er van je verwacht dat je hier mee doorgaat. Maar ik heb behoefte aan verandering maar weet niet goed hoe ik dat moet doen. Geef mij een aantal tips hiervoor.-
    En de tips kwamen er en vragen en voorstellen. Ik beantwoorde alles want werd steeds nieuwsgieriger wat er verder nog zou komen. Wilde nog niet toegeven dat het goede tips waren waar ik iets aan had. Bedacht wel hoelang ik zelf op internet zou moeten zoeken om de tips bij elkaar te scharrelen en er iets coherents van te maken.
    Ik beantwoorde nog meer vragen, maakte nog meer keuzes en uiteindelijk vroeg AI of ik even wilde brainstormen. Aparte vraag want hoe brainstorm je met AI.
    Ja dus, graag brainstormen! AI, (ik ben nu bijna geneigd het een naam te gaan geven want het voelt zo menselijk aan!) brainstormt razendsnel en geeft mij een aantal voorstellen. Ik kies er drie: oud, rauw en houtskool.

    ‘Zal ik er een projectvoorstel van maken?’ Ja graag, antwoord ik en het projectvoorstel komt met de naam -sporen en houtskool- en AI maakt er zelfs een pdf van die ik download.


    Ik sloeg het op. Dacht dat ik er niets mee zou doen. Want het was een grap, niet waar? Dat was op zaterdag, maar zie, op maandag begon ik met een houtskooltje. Eéntje dan dacht ik, want ik heb nu toch het klimaat al vervuild met mijn opgeslagen data en AI gevoed met mijn input. En nu zes dagen later zijn het er zes en een gedicht en andere schrijfsels. Ook dat schrijven is onderdeel van het project.
    Het werkt nogal verslavend en ik heb toch wel een paar weken nodig om alle AI opdrachten uit te voeren. Of is dat manipulatie en laat ik me graag manipuleren?
    De houtskoolschetsen maak ik gewoon met de hand want AI gegenereerde visuals zijn verschrikkelijk kitscherig en plat en nietszeggend. In mijn ogen dan.
    Al bezig zijnde kwam het idee in me op om zilvernitraat en cyanotypes van de houtskoolschetsen te maken. Het haalt me dus wel uit mijn impasse die ik dacht dat ik die niet had. Sessie geslaagd

    In de filosofieclub kwamen vooral de nadelen naar voren en maar een paar voordelen. Dat het gebruikt kan worden om mensen te manipuleren of valse waarheden te laten lezen.
    Maar het is er en gaat niet meer weg. We kunnen beter proberen er zo goed mogelijk mee om te gaan. Misschien kunnen mensen met goede bedoelingen veel goede input geven en het zo beheersbaar houden. Een item in Nieuwsuur over de herinterpretatie van de Dode zee rollen met heldere uitleg gaf mij een duidelijker beeld hoe het gebruikt wordt voor historisch onderzoek.
    Ik merk zelf dat ik minder twijfel en minder voorbehoud heb over het gebruik van AI nu ik er meer over lees, hoor en het ook gebruik. Ik besef ook plotseling dat mijn zoon en kleindochter allebei op hun werk met AI werken en dat mijn kleindochter afgestudeerd is op iets met AI en logistiek. Ik moet ze dat toch eens vragen voordat ze gaan denken dat ik er niets van snap.

    En wil je weten hoe het nu is met de voortgang van dit project? Het eerste deel is klaar: kijk maar eens!

    En over de voor- en nadelen? Ik vraag het AI maar eens.

    voordelen AI

    Hoewel kunstmatige intelligentie soms angst oproept, biedt het ook veel voordelen die het dagelijks leven juist makkelijker en veiliger kunnen maken. AI helpt artsen bijvoorbeeld bij het sneller opsporen van ziektes, maakt het mogelijk om natuurrampen beter te voorspellen, en ondersteunt ouderen bij het langer zelfstandig wonen. Denk aan spraakassistenten die je herinneren aan medicijnen, of slimme systemen die valpartijen kunnen signaleren. Ook in het onderwijs, het verkeer en de energiebesparing speelt AI een steeds positievere rol. Belangrijk is: AI hoeft geen vervanging te zijn van mensen, maar een hulpmiddel — een extra paar ogen of handen. Als we deze technologie met zorg en gezond verstand gebruiken, kan ze bijdragen aan een samenleving die juist menselijker wordt, niet minder.

    1. Door AI ontworpen fluorescerend eiwit (esmGFP)Wetenschappers hebben met behulp van de AI-taalmodel ESM3 een volledig nieuw fluorescerend eiwit ontwikkeld, genaamd esmGFP. Deze AI simuleerde 500 miljoen jaar aan evolutionaire processen om een functioneel eiwit te creëren dat niet in de natuur voorkomt. Het resultaat is een eiwit dat fluoresceert en potentieel toepassingen heeft in de geneeskunde, milieuwetenschappen en synthetische biologie. 
    2. AI ontrafelt mysteries van de Dode ZeerollenOnderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben een AI-model genaamd Enoch ontwikkeld om de Dode Zeerollen te analyseren. Door handschriftherkenning en radiokoolstofdatering te combineren, ontdekte Enoch dat sommige rollen ouder zijn dan eerder gedacht. Ook suggereert het model dat bepaalde schriftstijlen, zoals Hasmonese en Herodiaanse, eerder verschenen dan voorheen aangenomen. 
    3. AI versnelt ontdekking van geneesmiddelenHet biotechbedrijf Basecamp Research gebruikt AI en milieudna-sequencing om nieuwe genetische sequenties te ontdekken. Door micro-organismen uit afgelegen gebieden te verzamelen, hebben ze al een miljoen nieuwe soorten geïdentificeerd. Deze gegevens verbeteren AI-modellen zoals AlphaFold, wat leidt tot snellere en efficiëntere ontwikkeling van geneesmiddelen. 
    4. AI helpt bij reconstructie van het menselijk brein In samenwerking met Harvard’s Lichtman Lab heeft Google een nanoschaal kaart van een stukje menselijk hersenweefsel gemaakt. Deze AI-gegenereerde reconstructie onthult ongekende details van neuronale structuren en verbindingen, wat kan bijdragen aan een beter begrip van neurologische aandoeningen. 
    5. AI voorspelt overstromingen en detecteert bosbranden. Google’s Flood Hub gebruikt AI om overstromingen tot zeven dagen van tevoren te voorspellen in meer dan 100 landen, wat levensreddend kan zijn in risicogebieden. Daarnaast helpt het FireSat-project bij het vroegtijdig detecteren van bosbranden, waardoor hulpdiensten sneller kunnen reageren.
    6. FDA introduceert AI-tool voor snellere geneesmiddelenbeoordeling
      De Amerikaanse FDA heeft een generatieve AI-tool genaamd Elsa geïntroduceerd om het proces van wetenschappelijke beoordelingen te versnellen. Elsa helpt bij het samenvatten van klinische protocollen en bijwerkingen, waardoor de goedkeuring van nieuwe geneesmiddelen efficiënter verloopt.
    7. AI lost complexe wiskundige problemen op.
      DeepMind’s AlphaGeometry heeft in 2024 complexe meetkundige problemen opgelost op een niveau dat vergelijkbaar is met menselijke Olympiade-winnaars. Samen met AlphaProof loste het systeem 83% van alle historische IMO-meetkundeproblemen van de afgelopen 25 jaar op, wat de potentie van AI in abstract redeneren benadrukt.

    Deze voorbeelden illustreren hoe AI niet alleen bestaande processen versnelt, maar ook geheel nieuwe ontdekkingen mogelijk maakt.

    nadelen AI

    De opkomst van kunstmatige intelligentie roept ingrijpende ethische dilemma’s op. Wie draagt de verantwoordelijkheid als een AI-systeem schade veroorzaakt—de ontwikkelaar, de gebruiker, of het systeem zelf? En hoe zorgen we ervoor dat AI-beslissingen eerlijk, transparant en vrij van vooroordelen zijn? Deze fundamentele vragen blijven voorlopig onbeantwoord. Terwijl AI grote voordelen kan bieden op gebieden zoals gezondheidszorg, mobiliteit en efficiëntie, is het essentieel om de risico’s niet te negeren. Alleen met doordachte regelgeving, duidelijke ethische richtlijnen en een bewuste, menselijke benadering van AI-ontwikkeling kunnen we de nadelen beperken en het vertrouwen in deze technologie behouden.

    1. Desinformatie & Deepfakes. Toepassing: AI wordt gebruikt om geloofwaardige nepvideo’s, -audio en -teksten te genereren.
      Gevolgen: Deepfake-video’s kunnen publieke opinie manipuleren of verkiezingen beïnvloeden.
      Nepnieuws, automatisch gegenereerd door taalmodellen, ondermijnt vertrouwen in media en instituties.
      Politici of publieke figuren kunnen “incriminated” worden met nepcontent.
    2. Massasurveillance & Repressie. Toepassing: Overheden gebruiken gezichtsherkenning en gedragsanalyse voor surveillance.
      Gevolgen: In landen als China worden burgers 24/7 gevolgd via AI-gestuurde camera’s (bijv. “social credit systems”).
      Oppositiegroepen kunnen worden onderdrukt of gestraft op basis van AI-analyses.
    3. Autonome wapens & militaire toepassingen. Toepassing: Drones of wapensystemen met AI kunnen zelfstandig doelen identificeren en aanvallen.
      Gevolgen: Onmenselijke besluitvorming over leven en dood zonder menselijke tussenkomst.
      Escalatie van conflicten (AI-wapens reageren sneller dan mensen).
    4. Cyberaanvallen & hacking. Toepassing: AI kan kwetsbaarheden analyseren, phishingmails genereren of wachtwoorden kraken.
      Gevolgen: Geautomatiseerde cyberaanvallen zijn effectiever en moeilijker op te sporen.
      AI gegenereerde e-mails zijn moeilijk van echt te onderscheiden en kunnen mensen misleiden (social engineering).
    5. Werkloosheid & economische ongelijkheid. Toepassing: Automatisering van taken door AI in bijvoorbeeld administratie, productie en zelfs creatieve sectoren.
      Gevolgen: Miljoenen banen verdwijnen of veranderen radicaal.
      AI-vermogende bedrijven krijgen meer macht en marktdominantie.
      Economische ongelijkheid groeit tussen mensen met en zonder toegang tot AI.
    6. Bias & discriminatie. Toepassing: AI-algoritmes nemen beslissingen in rechtspraak, werving of kredietverlening.
      Gevolgen: AI-systemen kunnen bestaande vooroordelen versterken (bijv. etnisch profileren).
      Gebrek aan transparantie (“black box”) maakt het moeilijk om fouten aan te kaarten.
    7. Misbruik in wetenschap en geneeskunde. Toepassing: AI kan worden gebruikt voor biohacking of het ontwerpen van schadelijke stoffen.
      Gevolgen: In 2022 toonde een onderzoek aan dat een AI-systeem in een paar uur duizenden potentieel dodelijke moleculen ontwierp (als proof of concept).
    Bericht openen

    verschuivingen

    Aan het lezen:

    Ouder worden als ervaring
    Filosofie van het late leven
    van Suzanne Biewinga

    Luisteren

    Interview met Anna Enquist
    in podcast Het Uur van de NRC


    Tiptoeing

    omdat ik krimp
    krimpt de wereld met me mee
    ik word langzaam
    transparant

    op het kleine stukje weg
    dat ik voorzichtig beloop
    in het uur dat ik nog over heb
    botsen mensen tegen mij aan

    ik heb nooit willen leren om
    niet gezien te worden
    dit is de eerste keer in het leven
    dat ik oud word

    en de laatste


    Gedicht IJda Smits
    ongepubliceerd


    Terwijl ik aan het lezen en schrijven ben over de toestanden in de wereld en daar bij stagneer omdat ik denk dat ik misschien te oud ben om daar over te oordelen en dat iedereen die er over schrijft dat beter kan dan ik, gebeurt er iets waardoor ik plotseling een adrenaline stoot krijg. De dingen vallen op hun plek. Ik wist het wel maar toch ook niet. Ik moet gewoon doorwerken, hoe dan ook en ik pak mijn wol uit de doos en experimenteer wat met een, dacht ik, mislukt stukje ruwe wol dat ik in fenegriek geverfd heb.
    Als er door de buitenwereld maar genoeg dingen gezegd en ongezegd gecommuniceerd worden ga je je oud voelen en stagneert je scherpe geest als vanzelf en ervaar je een vorm van ongelukkig zijn die je niet begrijpt.

    Uit: Ouder worden als ervaring:

    -Omdat ouderen weinig worden afgebeeld in de media en ageistische afbeeldingen hen niet als persoon laten zien, wordt hun gelaat uitgewist en geschonden.
    Door de vooroordelen over ouder worden, worden ouderen als de ander gezien en ontmenselijkt.-

    En mijn persoonlijke mening en gevoel is dat dit naar vrouwen meer gebeurt dan naar mannen. Vrouwen worden altijd op uiterlijk beoordeeld. Dat uiterlijk verandert en wordt niet mooi gevonden. En ook op vruchtbaarheid, want ageisme begint voor vrouwen vroeger dan voor mannen. De meesten dan want ik wil niet generaliseren.

    Terwijl de wol onder mijn viltmachine doorglijdt en met talloze gaatjes in de klit gebracht wordt, glijden mijn gedachten van het boek ‘Ouder worden als ervaring’ naar het interview met Anna Enquist in de podcast het Uur, waarin ze vertelt dat het ouder worden met zich meebrengt dat je weggeschoven wordt, uitgeschakeld, terwijl dat helemaal niet nodig is omdat je nog genoeg kennis en kunde hebt om nog mee te kunnen doen.
    Daar heb ik ervaring in, denk ik. Ik kon het niet duiden maar opmerkingen als ‘oh wat goed op jouw leeftijd, dat je dat nog kan, goh wat kun je met jou nog leuk praten, werden steeds veelvuldiger tegen me gezegd. Ik voelde me er niet lekker onder, want ik zeg toch ook niet tegen jongere mensen ‘Oh wat goed op jouw leeftijd, dat je dat al kan, oh dat je al zo leuk met mij kunt praten.’ Ik ga er gewoon van uit dat degene met wie ik in gesprek ben kan wat ik ook kan. Het ouder worden heeft me niet gelijk van mijn verstand beroofd.

    Er is een event waar ik uitgeschoven dreigde te worden met de reden dat ik er vorig jaar al aan mee gedaan heb. ‘Plausibel', denkt mijn redelijke zelf en ik trok me terug van het gebeuren. Maar nu zie ik dat er wel mensen van vorig jaar mee doen.

    Tegen mij liegen vind ik onacceptabel.

    Ik bewoog mij altijd onbekommerd tussen mensen tot daar vorig jaar verandering in kwam. Mede daarom heb ik de beslissing genomen om mij niet meer onder mensen jonger dan 50 te begeven, niet meer deel te nemen aan evenementen en ook mijn kennis over alternatieve fotografie en textielbewerking niet meer te delen met hen. Want delen moet wederzijds zijn en niet nemen en niets teruggeven. Dit voornemen en het begrip van wat er gebeurt geven mij in ieder geval vrijheid in mijn hoofd. Of ik me er aan houd is een tweede want soms kom ik een aardig jong mens tegen waar ik graag iets mee deel.

    Terwijl de wol onder mijn viltmachine doorglijdt om in de klit gebracht te worden, probeer ik mijn gedachten te ontklitten en mijn boosheid als een goede stoicijn te laten afvloeien.
    Ook oude mensen kunnen nog boos worden en dat is geen teken van beginnende dementie, wel van onmacht omdat je tegen een dikke glasplaat praat.

    Al denkende belandt mijn wollen lapje, geverfd met fenegriek onder de free motion embroidery machine voor de finishing touch.
    En vind ik moed en kracht door deze jonge anarca-feministische chanteuse:

    Op de site van Amnesty International lees ik het volgende: Ageism gaat over stereotypes, vooroordelen en discriminatie die te maken hebben met je leeftijd. Ouderen ervaren de pijnlijke gevolgen ervan. Wereldwijd is ageism de basis van veel schendingen van mensenrechten. Amnesty International documenteerde schendingen in binnen- en buitenland.
    De internationale mensenrechten beschermen momenteel niet duidelijk tegen ageism. Sterker nog: de maatschappij vergeet vaak de bijzondere noden van ouderen om volop hun mensenrechten te laten gelden. Er is geen internationaal verdrag dat overheden verplicht om daarvoor aparte inspanningen te doen.
    Amnesty International pleit samen met veel andere organisaties voor een ouderenrechtenverdrag. Dat kan oudere mensen beschermen tegen ageism, en andere gebreken in het internationaal recht opvullen.
    STEREOTYPES, VOOROORDELEN EN DISCRIMINATIE
    Ageism verschijnt in verschillende gedaantes: in stereotypes (hoe we denken), in vooroordelen (hoe we voelen) en in discriminatie (hoe we handelen) op basis van leeftijd. Het verkleurt het beeld dat we van ouderen hebben: ze zouden allemaal kwetsbaar, passief en zorgbehoevend zijn. Laat staan dat ze nog interesse hebben om te werken of om nog veel met hun leven te doen.

    Berichten navigatie

    1 2
    Scroll naar boven