Bericht openen

mijzelf bij elkaar tekenen

Gelezen:
De kunst van het ouder worden van Joep Dohmen & Jan Baars (red.)
kranten en tijdschriften


wel ja wat

zei ik vanmorgen
tegen niemand in het bijzonder
toen de bel ging en ook
de telefoon voordat ik
mijzelf fatsoenlijk
bij elkaar getekend had

hoe kan ik de deur openen
zonder handen
hoe kan ik de telefoon opnemen
zonder mond om mee te praten

ja wel hoe

IJda

Ik ben er weer met mijn leven en het onderwerp ouder worden. Ik mag weer bestaan van mij zelf naast alle verschrikkelijke oorlogen en de vele doden die daarbij vallen. Langzaam ben ik uit de shocks gekomen en kijk ik verbaasd naar Nederland en hoe hier voor super rechts gekozen is.
Maar goed, ik ben er weer, ik heb mijzelf weer bij elkaar getekend.

 
XIX Nu rest mij nog het vierde argument dat mensen van onze leeftijd het meest bang en ongerust schijnt te maken: het feit dat de dood naderbij komt. Het is waar, die kan niet ver verwijderd zijn van de levensavond. Maar wat een beklagenswaardige grijsaard , die in zo'n lange tijd van leven nog niet heeft ingezien dat men zich voor de dood geen zorgen moet maken. Cicero, uit Over Ouderdom

Het is een dik en lijvig boek, het boek de kunst van het ouder worden.  Ik lees graag filosofische teksten , maar nu ik met de onderwerpen ouder worden en sterven bezig ben, beginnen er sterretjes voor mijn ogen te draaien en wist ik niet waar te beginnen. Bij de oude Grieken of de modernen of ergens tussenin. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het al jaren in de kast heb staan, het oppakte en weer terugzette en vergat wat er in stond. Dit blog is er dus ook voor om niet gelezen boeken te gaan lezen. Maar ik beloof mijzelf niet dat ik dat waar kan maken.

De inhoudsopgave zou mij inspiratie geven, dacht ik, maar ik zag alleen de heren-filosofen en welgeteld drie-dames filosofen. En een gedicht van Sappho waarin ze het oud worden en het verlies van schoonheid betreurt. Voor dit onderwerp kan ik me niet met mannen en hun gedachten daarover verhouden, denk ik.  Ik ging dus naar de sectie hedendaagse auteurs en begon bij het stuk van Sandra Lee Bartky “ Ongeplande overbodigheid: Enkele bespiegelingen over ouder worden. Alleen de titel al deed een donker gordijn over mijn brein vallen en de rest over alles is verlies,  maakte mij diep depressief.  Ze verlangt naar gesprekken met leeftijdgenoten en treurt over het teloorgaan van haar jeugdcultuur.  

Misschien hadden de bejaarden verwacht dat ze als een schatkamer vol wijsheid beschouwd zouden worden, maar dat is niet zo; ze worden vaker gezien als mensen die niet met hun tijd zijn meegegaan, als hopeloos ouderwets. Sandra Lee  Bartky, Ongeplande overbodigheid.

De rest van de onderwerpen? Verlies van sociale en werkgerelateerde netwerken, intellectuele, morele en culturele overbodigheid, verlies van de bewonderende blik, verlies van mogelijkheden om seksuele relaties aan te gaan. 

Ik verzet me tegen haar verlies litanie maar weet dat ze in bepaalde opzichten gelijk heeft. De meeste verliezen die ze noemt kunnen vervangen worden door nieuwe mogelijkheden of het verlies van bewonderde blikken zo'n verlies is? Ik vind dat heerlijk rustig. Eigenlijk vind ik veel in deze levensfase aangenamer, het je minder aantrekken wat anderen van je denken, het niets uitmaken van hoe je er uit ziet, beter je grenzen kunnen stellen. Ik zou haar ongeplande overbodigheid willen vervangen door overbodige overbodigheid en door -je kunt jezelf zo overbodig maken als je wilt-. Heerlijk toch.

Waar de overbodigheid wel een venijnige vorm aanneemt is het feit dat bij het oud worden mensen denken dat je gebrekkig bent, dommer bent geworden, je niet meer goed kan nadenken, je per definitie kwetsbaar zou zijn.  Uit ervaring weet ik dat ik in sommige situaties aangesproken word alsof ik een onmondig kind ben. En als ik tijdens een gesprek als een normaal mens antwoord dan wordt er vaak gezegd "wat heb je nog een levendige geest"! Ja sorry, waarom zou ik geen levendige geest hebben, misschien wel levendiger dan de geest van degenen die zo'n opmerking maken. Maar ik zeg er niets over want ik mag van mijn kleindochter niet met iedereen ruzie maken, en ze heeft gelijk, het maakt het leven makkelijker om niet meer steeds snedig in discussie te gaan en je gelijk te willen bewijzen. Ik had in de vorige alinea gesteld dat ik me minder aantrek van wat anderen van me denken dus waarom daar dan een punt van maken.

Gelukkig sloeg ik ook een stuk van Bertrand Russell (1872-1970) open, het essay 'How to grow old' uit Portraits from Memory and other Essays (1956) en daar vond ik me helemaal in. Het is dus toch mogelijk me met heren filosofen te verhouden op bepaalde punten. Misschien, misschien vallen mannelijke en vrouwelijke ervaringen over ouderdom wel samen na een bepaalde leeftijd, verdwijnen de verschillen.
Het is een kort essay en ik neem er maar één citaat uit maar het is het lezen waard en misschien ga ik maar eens een vertaling van dit boek zoeken.

Ik denk dat een geslaagde ouderdom het makkelijkst is voor mensen die sterke, niet op de persoon gerichte interesses hebben, waar geschikte activiteiten uit voortvloeien. Op dat terrein is lange ervaring werkelijk vruchtbaar, en op dat terrein kan de wijsheid die voortkomt uit ervaring een rol spelen zonder benauwend te worden. Bertrand Russel, Hoe je oud moet worden.

Ik doe mijn best!

Bericht openen

De toekomst van het sterven

Gelezen: Marli Huijer:
De toekomst van het sterven


Vannacht wilde ik sterven

of op zijn minst wegvliegen
in de koele duisternis.

Een dolk stak onder mijn sleutelbeen
met draaiende beweging
kraste mijn schouderblad.

Het pulst het pulst van hals tot pols
uren lang in draai uit in draai uit.
Vannacht wilde ik sterven

totdat de donkere lucht lichtte
en ik dacht aan alles wat nog is te doen

en aan liefde.

 

Ik ben bang om te sterven, maar het eeuwige leven - dat is wel erg lang. (Simone de Beauvoir, Alle mensen zijn sterfelijk)

Ik ben niet bang te sterven maar wel dat ik te lang doorbehandeld word of de zeggenschap verlies. Ik gebruik het citaat omdat het boek van Marli Huijer er mee begint, en Alle mensen zijn sterfelijk is een prachtig boek. Ik ben veel met sterven bezig in lezen en denken. Dat komt natuurlijk omdat, nu ik oud ben, ik toch wel enigszins moet vertellen aan mijn nabestaanden hoe ik het wil hebben, straks, als ik nog ouder ben en bedlegerig of ik het allemaal niet meer zo weet.

Ik heb het boek 'De toekomst van het sterven' van Marli Huijer  aangeschaft om mijn ideeën over doorbehandelen, sterven en euthanasie wat meer achtergrond te geven voor mijzelf. Uit de recensies die ik las maakte ik op dat het wel in mijn gedachtenlijn past over het te lang doorbehandelen van oude mensen. Vooral over dat laatste denk ik veel na. Ik heb een paar jaar geleden een niet-behandel wilsverklaring opgesteld, en als ik het zelf niet meer kan verwoorden heb ik mijn oudste zoon en mijn kleindochter volmacht gegeven om dat in mijn plaats te doen. Ze weten wat ik wil en ik vertrouw ze.

Er is veel onbegrip over die wens van mij zowel bij artsen als bij mensen die ik er over vertel. De laatsten zeggen 'maar je bent nog jong!' Ik kan jullie alleen zeggen, 'ik ben niet meer jong'. De realiteit is dat ik grote kans heb binnen nu en tien jaar te sterven. Ik wil niet meer jong zijn, ik wil de ouderdom aanvaarden en ervaren en sterven.

De huisartsen die ik had en heb denken dat het een euthanasieverklaring is en zeggen 'wij doen geen euthanasie in deze praktijk'. Het wordt dus niet gelezen. Zelfs het titelblad niet want daar staat met grote letters op: NIET BEHANDEL VERKLARING.  Een niet behandelverklaring houdt in dat ik geen levensverlengende behandelingen wil als ik oud ben. Na het vijfenzeventigste levensjaar, heeft de Amerikaanse oncoloog en bio-ethicus Ezekiel J. Emanuel ervaren in zijn werkzaam leven, nemen de gebreken, chronische ziekten en algehele veroudering zozeer toe dat deze een beperking worden in het dagelijks leven. Ik ervaar dat zelf en heb ook van anderen gehoord dat vijf- zesenzeventig een omslag is in het leven. Ik zie het als een cyclus, tot tien jaar zijn we kind dan komen we in de pubertijd en vanaf vijftien jaar fysiek op weg naar volwassenheid. Dan sterven we langzaam weg in ongeveer vijftien jaar.  Ik leefde het leven met al haar ups en downs en nu is er een rust in mij gekomen, een blijdschap en onbekommerdheid over mijzelf die ik ook in mijn kinderjaren had. De cyclus, zoals Marli Huijer beschrijft 'mensen verschijnen en mensen verdwijnen', is dan voltooid voor mij.

Het is dus geen euthanasieverklaring want euthanasie wil ik niet. De pijnstilling en palliatieve zorg zijn tegenwoordig zo goed dat dat, wat mij aangaat, voldoende is om mijn laatste levensweken dragelijk te maken. Eerlijk gezegd stuit het mij tegen de borst om een ander mens te vragen mij dood te maken. Mijn ervaring met degenen die ik verzorgde in het laatste stukje van hun leven is, dat zij hun stervenswens steeds opschoven. Vaak tot ze het niet meer konden zeggen en hun doodsverzoek op papier niet voldoende was. Ik ben niet tegen euthanasie, ik vind dat ieder een eigen keuze heeft en ga er van uit dat het een zorgvuldig overwogen beslissing is.

Het eerste hoofdstuk heet Het huis der sterflijkheid wat ik een prachtige poëtische titel vind. Ze beschrijft hierin een gesprek met een collega-filosoof en medicus als tafelgast bij een gesprek zitten en luisteren naar een transhumanist van zesentwintig jaar. Transhumanisten willen het verouderingsproces kunnen stopzetten en het leven verlengen, zonder degeneratieve ziekten oud worden.Volgens Huijer verwaarlozen wij dan het huis der sterfelijkheid en houden ons niet bezig met lijden en dood.

Ik kijk naar mijn ouder wordend lichaam. Ik voel hoe het begint te protesteren tegen een eeuwig leven. Natuurlijk dacht ik toen ik jong was dat ik het eeuwig leven had. Tegen beter weten in want in mijn moeder's familie stierven de meesten voor hun zestigste verjaardag. In mijn naaste familie, waarbij ik mijn zonen en kleinkinderen buiten beschouwing laat want zij behoren eeuwig te leven, maar wel mijn zussen en broer en hun kinderen toe reken, bestaat uit twaalf personen waarvan er al zes dood zijn. Waarvan vijf voor hun zestigste levensjaar.

Die onverzadigbare zucht naar meer tijd...../ Het menselijk zijn is door en door sterfelijk, we weten dat maar proberen het tragisch besef daarvan verre van ons te houden. (Marli Huijer).

Het is voor mij onmogelijk het tragisch besef verre van mij te houden. De realiteit diende zich al jong aan maar er écht over nadenken kwam pas later, pas na de dood van mijn vader.  Ik was toen  vijf en veertig. In mei 1992 belde hij mij.  'Ik ga dood' zei hij nadat ik mijn naam had gezegd.  'Ja papa' antwoordde ik. 'Ik heb een mooi leven gehad maar nu is het genoeg'. Mijn vader is lang gezond geweest maar toen hij drieëntachtig was kreeg hij problemen met zijn nieren. 'Iedereen wil dat ik naar het ziekenhuis ga voor dialyse maar dat wil ik niet, laten ze die dialyse maar voor jongere mensen bewaren. Je moet me helpen'. Ik begreep hem want ik wist dat, welke medicijnen hij ook kreeg, hij ze nooit gebruikte. Hij was tegen de medicalisering van het oud worden en sterven voordat daar over gesproken werd.

Ik hoefde er niet over na te denken, ik ging. Hij hing schuin in een stoel en morste koffie, mijn fiere trotse vader. Samen met zijn vriendin vormden we een buffer tegen 'iedereen', hij wilde niet behandeld worden. Hij stopte met eten en drinken en na een paar onrustige dagen gaf hij zich over. De gifstoffen door niet-werkende nieren tasten zijn hersenen aan en de morfine stapelde zich in zijn lijf. Niet lang daarna ging hij dood. Ik vond hem dapper. Hij leed en droeg het zonder klagen. Hij is vijfentachtig geworden. Dit was het moment dat ik ging nadenken over het in leven willen blijven en het rekken met allerlei behandelingen. Marli Huijer heeft het over wegsterven en dat heeft mijn vader gedaan en het afscheid nemen was verdrietig, maar niet zo dat ik in een diepe rouw kwam.

Honderd jaar oud worden en , zonder ziekten of gebreken, en dan pats-boem de geest geven. Wie wil dat nou niet? Rechthoekig leven heet dat ideaal. Marli Huijer.

Het rechthoekig leven en transhumanisme is niets voor mij want het betekent dat het leven, de levensduur vast staat. En stel, en stel dat het steeds maar opgerekt wordt, het rechthoekige leven en de wereld alleen nog maar bevolkt wordt door dezelfde mensen, aangenomen dat ze niet verongelukken of elkaar uitmoorden, hoe conservatief en zonder vernieuwingen zal de Westerse wereld dan niet worden. Want dit rechthoekig leven is een westers perspectief.

Er komt uiteraard een dag waarop de doodsengel/ Bij wijze van spreken geen werk meer heeft/ Dan zal hij de hand aan zichzelf moeten slaan. Mustafa Stitou, Varkensroze ansichten

Mooi in het boek is dat er ook over de gevolgen voor het klimaat gesproken wordt. We hebben een lange klimaatschaduw, we gebruiken teveel fossiele brandstoffen, al onze medicatie belandt op de een of andere manier in de grond. Ze noemt ook het boek, dat ik al langer aan het lezen ben maar steeds weg leg om iets ander te lezen, De goede voorouder van Roman Krznaric, lange termijndenken voor een kortetermijnwereld. Het lange termijn denken houdt in dat wij al denken aan komende generaties en zo leven dat wij de wereld leefbaar achterlaten voor ze. Maar dat is een onderwerp voor een volgend blog en gelukkig zijn er al ouderen die daar bewust mee bezig zijn.

Dit essay van Marli Huiler heeft veel meer inhoud en denkstof dan de omvang, 168 pagina's, doet vermoeden. In dit blog kan ik het niet allemaal verwoorden maar ik ben blij dat mijn denken over dit onderwerp bevestigd wordt en ik het misschien duidelijker kan uitleggen waarom ik het wil zoals ik wil.

Rest mij nog te zeggen dat op een dag in de nabije toekomst, ik me ga terug trekken om rustig, tevreden en vrolijk langzaam uit het leven te verdwijnen.

 

Meer over het onderwerp:
Lezing van Marli Huijer
Ivan Illich, Het medisch bedrijf
Roman Krznaric, De goede voorouder

 

 

 

Bericht openen

Het jaar van het magisch denken

Gelezen: Joan Didion *1934 † 2021, Het jaar van het magisch denken


Ik denk nooit magisch!

ik vul de wereld
met afbeeldingen en woorden
zodat als ik er niet meer ben
jullie je kunnen omringen
met dat wat ik gemaakt heb

Oh, ik weet wel
dat het zal verdwijnen
zoals alles verdwijnt
en nooit meer terugkomt

IJda 2023

Niet zo lang geleden vroeg een kennis mij 'hoe doe je dat' tijdens een gesprek over het sterven van een vriendin uit zijn jeugd. Ik keek hem aan en zei dat je toch weer op moet staan en verder gaan. Eigenlijk wilde ik hem vertellen dat ik verschillende manieren heb. Ik luister naar muziek, als eerste naar de uitvoering van Kathleen Ferrier Erbarme Dich uit de Matheus Passion van Bach. En ik ga lezen, van alles lezen en onderzoeken. Uitzoeken wat er precies gebeurd is en of het voorkomen had kunnen worden. Dat laatste zal wel mijn magisch denken zijn. Ik ga ook vreselijk slechte gedichten schrijven waarin ik al mijn kwaadheid kwijt kan. Tegenwoordig doe ik dat, niet toen ik kind was.

Het leven verandert van het ene op het andere moment.
Een heel gewoon moment. (Joan Didion)

En dat moment probeer je te bezweren met alles wat je in je hebt.
Kathleen Ferrier was de lievelingszangeres van mijn te jong gestorven moeder. Ze liet vijf kinderen achter, mij op de drempel van mijn negende verjaardag, mijn driejarig zusje, mijn tienjarig broertje en twee oudere zussen van zeventien en twintig  jaar.
Mijn moeder zal wel niet naar de Mattheus Passion geluisterd hebben want ze was niet katholiek, maar ze zong graag opera of operette. Toen ik een jaar of zes was mocht ik mee naar een uitvoering van de Zigeunerbaron waarin ze in het operettekoor zong. In prachtige, wat we nu hippie, bohochique of zoiets noemen, kleding in mijn ogen.

Heeft het voortdurende gemis, als je al jong met het verlies van een ouder geconfronteerd wordt, zich in je DNA gevestigd en blijft het DNA veranderen bij ieder sterven van een geliefd persoon?
Een psychologe heeft mij eens uitgelegd dat het iets verandert in het oudste deel van je hersenen, het reptielenbrein. Het reptielenbrein wil maar één ding: overleven. Het opstaan en doorgaan gedrag is dan sterk gestimuleerd. Ik houd me liever bij het aanwezig zijn in je lichaam van een diep en eenzaam verdriet, uitspraak Dora van der Groen, actrice, regisseur en docent, zij benoemde dat in een interview en ik heb het schaamteloos gepikt voor een klein gedichtje omdat het mij zo eigen is, omdat het mij is.

tussen
alle liefde
alle blijdschap
alle narrige grappen
de vrolijke woorden die ontsnappen

tussen daadkracht en doortastendheid
kronkelt traag en verborgen
een eenzaam dun
verdriet

Ik heb het nooit durven vragen aan de anderen in mijn gezin en familie die hetzelfde doormaakten, aan al de moeder- en vaderloze kinderen, ik weet alleen dat ze allemaal weer opstaan en verdergaan. We moeten overleven en plannen wat daar voor nodig is. Ik kom uit een zwijgzame familie en ben dat zelf ook geworden, zwijgzaam over bepaalde zaken.
Mijn reptielenbrein dreef mij voort na ieder verlies, er waren altijd kinderen om voor te zorgen.

Wat wij ook zijn, wij zijn de kinderen van de tijd van de doodontkenning. Joan Didion noemt het boek 'Het uur van onze dood: 1000 jaar sterven, rouwen en gedenken van Philippe Ariès'. Ik heb het besteld nu ik  over de dood wil en durf te schrijven.
Omstreeks 1930 heeft zich in de Westerse wereld een verandering ontwikkeld van de dood als alom tegenwoordig naar een dood die niet bestaat. Wat niet kan maar we proberen wel om de dood uit te bannen of in ieder geval op te schuiven. We moeten er liever niet meer over praten, we mogen niet te lang rouwen want er is een gebod om ons te vermaken, een gebod niets te doen wat een ander zou kunnen schaden. Dat laatste is natuurlijk zo maar of het waar is dat het zien van de dood de ander schaadt is een stelling waar ik het niet mee eens ben. (Geoffrey Lorer; Death, grieve and mourning, 1965)
Ik denk aan hoe het ging in mijn jeugd. Ik mocht mijn moeder wel stervend zien maar niet dood waardoor in mijn kinderhoofd en lang daarna het beeld van mijn lijdende moeder is blijven bestaan maar niet een beeld van mijn rustige dode moeder. Ik denk dat het niet zien van mijn dode moeder mij meer geschaad heeft dan haar wel mogen zien. De begrafenisdienst in de kerk woonde ik bij met mijn schoolklas, ik droeg een knalgeel jack, terwijl ik de plaats verdiende die mij toekwam; haar kind zijn en niet een verre toeschouwer. Toen de kist naar buiten werd gedragen riep een van de kinderen 'wat zit er in die kist' en ik riep 'mijn moeder'. Veel later, toen de vrouw van mijn jongste zoon verongelukt was, stortte haar moeder, die haar niet gezien had, zich op de kist. De familieleden trokken haar er af en ik zei 'laat haar'. Dit speelde in de Verenigde staten waar de dood nog meer taboe is dan hier denk ik.

Het kan ook anders heb ik gezien toen de geliefde van mijn zoon, moeder van mijn driejarige kleindochter, overleed. Ze was aanwezig en raakte haar moeder aan, ze vond het niet schrikwekkend haar dode moeder te zien. Toch, tijdens de dienst, vroeg ze 'wie ligt er in die kist'. Na het antwoord ging ze weer spelen met haar neefje.  Ik zou hier nog meer over kunnen schrijven maar het is nog steeds hartbrekend. Het brak mijn hart en ik weet dat dit een cliché is maar ik weet er geen andere omschrijving voor.

Didion beschrijft het rouwproces zonder zichzelf te censureren, lijkt het. Ik merk dat ik stok met mijn verhaal als ik bij mijn herinneringen kom en vooral als mijn naasten er bij betrokken zijn. Tegelijkertijd roept haar boek herinneringen bij me op en weemoed en is het een hulp om nu, nu ik 76 ben, terug te kijken. Is dat wat je doet als je ouder wordt? Didion was 71 toen het boek uitgegeven werd. In 2011 heeft ze nog Blauwe Nachten geschreven over de dood van haar dochter.

Mensen die pas iemand verloren hebben, hebben een bepaalde blik over zich........... / het is de blik van extreme kwetsbaarheid, naakt, open. | Ik wilde meer dan een nacht van zuchten en gemis. Ik wilde krijsen. Ik wilde hem terug!  (Joan Didion).

Ik weet dat ik vaak die bepaalde blik had die bij iedere naaste die dood ging weer tevoorschijn kwam. Mensen die mij niet echt kenden en mensen die snel hun oordeel klaar hebben dachten vaak dat ik bang was, maar dat was ik niet, dat wist ik wel maar wat het wel was wist ik niet. Nu besef ik dat het die blik was. Die blik van onheil en naaktheid, van de wereld zien als een vreemde entiteit.  We leefden gehaast, mijn zusje en ik, we zouden niet ouder dan vijfenveertig worden want het moederlijk voorbeeld van ouder was er niet. We zijn allebei ouder geworden. Mijn zusje heeft net de vijftig gehaald, door de verbeterde medische wetenschap neem ik aan.

De rouw van Joan Didion is rouw na een lang en hecht huwelijk. over de rouw om haar dochter schrijft ze in Blauwe Nachten 2011, een boek dat niet meer te koop is. Mijn rouw is om een persoon die ik eigenlijk nooit echt gekend heb. En alle rouwperiodes daarna over alle andere verliezen zijn anders per persoon maar met altijd dat dunne eenzame verdriet.  Ik noem ze  de schuld, het diepe verdriet, de enorme kwaadheid, het gat in mijn hart, het onbegrijpelijke, de vervreemding. Of misschien heeft iedere rouw wel al deze gevoelens in zich.

Terwijl ik dit schrijf  besef ik dat ik dit verhaal niet af wil maken. (Joan Didion).

Ook ik wil dit verhaal niet afmaken. Nu ik eenmaal begonnen ben is het alsof het één na het ander zich aandient. De dood zal nog even mijn inspiratie zijn.

Bericht openen

Warshan Shire

Gelezen: Warshan Shire, Teaching my mother how to give birth


In Love and war

To my daughter I will say,
'when the men come, set yourself on fire'.

Warshan Shire

 

Alhoewel ik meestal even snel door Facebook scroll, komt er soms ineens een pareltje langs dat mij laat pauzeren.
Een van die pareltjes is het gedicht what they did yesterday afternoon1 van Warsan Shire.

they set my aunts house on fire
i cried the way women on tv do
folding at the middle
like a five pound note.
i called the boy who used to love me
tried to ‘okay’ my voice
i said hello
he said warsan, what’s wrong, what’s happened?

i’ve been praying,
and these are what my prayers look like;
dear god
i come from two countries
one is thirsty
the other is on fire
both need water.

later that night
i held an atlas in my lap
ran my fingers across the whole world
and whispered
where does it hurt?

it answered
everywhere
everywhere
everywhere.

Dit gedicht treft mij diep in mijn hart en niet alleen vanwege het actuele thema maar ook door hoe Warsan Shire in een paar zinnen het ontheemd zijn verwoordt. Haar taalgebruik is direct, alsof ze je aanspreekt, tegen je praat, waardoor je de neiging kan hebben over de diepere lagen heen te lezen.
Ik had nog nooit van haar gehoord, maar het gedicht maakte mij nieuwsgierig genoeg om te gaan zoeken op internet. Inmiddels heb ik een ebook in mijn bezit, twee papieren bundels en een mapje op mijn bureaublad met gedichten en artikelen die ik verzameld heb waaronder het gedicht Home. Dit gedicht gaat over vluchtelingen, over de ontberingen die zij meemaken en de verschrikkelijke redenen waarom ze vluchten. Alleen al de openingszinnen komen binnen als een mokerslag:

– no one leaves home unless / home is the mouth of a shark –

De link naar het hele gedicht staat onder aan de pagina (2.)
Soms gebruikt ze dezelfde beelden in verschillende gedichten. Beelden uit het gedicht Home zijn al eerder gebruikt in het gedicht Conversations about home (at the deportationcentre) (4.).
Waak ik er zelf voor om beelden te hergebruiken omdat ik dat zwak vind, bij Warsan merk ik dat het herhaaldelijk gebruik van min of meer dezelfde beelden ervoor zorgt dat alles indringender binnenkomt bij mij, de lezer.

Londen en Mogadishu
Warsan Shire is in 1988 geboren in Kenia uit Somalische ouders. Het grootste deel van haar leven heeft ze in Londen gewoond.
In haar gedichten komen haar leven en haar achtergrond duidelijk naar voren. Ze put uit de verhalen van haar familie, van de Somalische gemeenschap. Haar gedichten bewegen zich met groot gemak tussen Mogadishu en Londen. Ze heeft het talent en de dapperheid om over omstreden onderwerpen te schrijven zoals sex, oorlog, trauma en detentiecentra, niet alleen uit het perspectief van vrouwen maar ook uit het perspectief van mannen.
Ook taboe onderwerpen schuwt ze niet. Zoals vrouwenbesnijdenis in het gedicht Sara (3.):

– We typed the word clitoris in to Google / and found a numbered diagram, / then spend hours with a small mirror, / comparing –

en de perspectiefwisseling naar de man:

– Imagine, he says, pointing to my mouth, /pushing an entire finger / into the gap / between your front teeth. –

En het gedicht eindigt met:

– You know she begged me? Even though it / hurt she still begged me, kept whispering: / make me / normal, please / make me normal, open me up. –

Kameelah Janan Rasheed in het interview To be vulnerable and fearless in Well & Often Newsletter in november 2012:
Her poetry carries the energy of multiple women, the depth of many generations, and the weight of many lives lived (5.).
En daar ben ik het helemaal mee eens. Bij de gedichten van Warsan Shire krijgen de termen identiteit en eenzaamheid een wijdere betekenis. Ik voel triestheid om wat ze beschrijft en tegelijkertijd bewondering om haar moed dit alles naar buiten te brengen in gedichten waar je niet aan voorbij kunt.
Ik eindig met de laatste strofe van het gedicht The house uit haar tweede bundel Her Blue Body :

x
At parties I point to my body and say This is where love comes to die. Welcome, come in, make yourself at home. Everybody laughs; they think i’m joking.

en hoop met dit stuk de nieuwsgierigheid van anderen gewekt te hebben om deze dichter te gaan lezen. Verder rest mij nederigheid bij het lezen van deze gedichten en bij het denken aan mensen op drift.

Bronnen:

1. Het gedicht what they did yesterday afternoon kwam van haar tumblr pagina maar is nu verwijderd.
2. Het hele gedicht Home is te lezen op: http://www.cbc.ca/
3. uit: Her Blue Body
4. uit: Teaching my mother how to give birth
5. Het hele interview met Warsan Shire is hier te lezen: http://wellandoftenpress.com/

Bundels:
Debuutbundel: Teaching my mother how to give birth, mouthmarkseries 2011 flipped eye publishing ISBN 978-1-905233-29-8 Her blue body, the flap series 2015, flipped eye publishing, ISBN 978-1-905233-48-9

Bericht openen

Nog nooit hebben twee mensen hetzelfde gedacht

Gelezen: Michel de Montaigne; Over de ervaring,
Irshad Manji; Het Islam dilemma, 
Michel Houellebeq; De mogelijkheid van een eiland


er zijn veel mogelijkheden

er zijn mensen die
alle mogelijkheden overwegen
en mensen die geen mogelijkheden zien

er zijn mensen die
hun eerste reactie bevragen
en er zijn mensen die
vasthouden aan hun eerste gelijk
niet kunnen zeggen
ja misschien misschien
is dat ook een mogelijkheid

misschien kan ik mij beraden
zeggen zo had ik het niet bedacht
maar wat jij zegt zo kan het ook zijn

er zijn veel meer mogelijkheden

IJda mei 2022

Nog nooit hebben twee mensen hetzelfde gedacht

Ieder denkt op eigen wijze over zaken en koestert eigen opvattingen. Dat geeft afwisseling aan de communicatie over en weer. We discussiëren, proberen de ander te overtuigen van onze opvattingen. Deze discussies kunnen verschuivingen aanbrengen in het denken.

De titel boven dit stuk is een gedeelte van een zin uit ‘Over de ervaring’ van de uitvinder van het essay, Michel de Montaigne, geschreven in 1580. -Nog nooit hebben twee mensen hetzelfde over een onderwerp gedacht, en het bestaat niet dat je twee volkomen identieke opvattingen tegenkomt, noch bij twee verschillende mensen,   noch bij een en dezelfde man op twee verschillende tijdstippen.-

En ik? Denk ik altijd hetzelfde? Neem het belangrijke onderwerp van deze dagen: het geëiste verbod op het dragen van een burka door moslimvrouwen in Nederland. Mijn denken hierover kan snel wisselen. Bij het lezen van een artikel in de krant denk ik dat het niet verboden mag worden. Ieder heeft de vrijheid zich te kleden zoals zij of hij wil. Sta ik tegenover iemand waarbij ik sterke vooroordelen hoor over onze Islamitische medeburgers dan zal ik een betoog houden over de vrijheid van godsdienst, over de vrijheid te zijn wie je bent. Op dat moment denk ik ook werkelijk zo.

In mijn woonbuurt zie ik een enkele keer een vrouw lopen gehuld in zwarte kleden, een gaasje voor de ogen of een spleet om door te kijken. Aan haar zwart gehandschoende hand een meisje met hoofddoek die alleen haar gezichtje vrijlaat, in lange jurk of jas. Dan draait mijn opvatting 180 graden. Ik denk hoe erg het is dat zij zich moet verbergen, ik denk hoe ongezond het is dat ze te weinig zonlicht krijgt, ik denk dat zij zichzelf buiten de Nederlandse maatschappij zet. Ik denk onderdrukking. Ik ben bang voor de confrontatie met onderdrukking. Ik wil vragen waarom maar iets weerhoudt mij. Ik heb een dilemma.

Is dit dilemma van toepassing op het denken over de Islam in Nederland. We willen tolerant zijn, maar diep in ons zit de oeroude angst voor dat wat vreemd is, voor vreemdelingen. We willen ze liever weren uit ons territorium. We zijn een stam, de Christelijke stam der Nederlanden en dat willen we zo houden. Maar misschien zijn zij, de vreemdelingen wel net zo angstig in een hun vreemde wereld te midden van mensen die hen vijandig gezind zijn. Ze zijn een stam, een Islamitische stam in een ver vreemd land.

Angst versterkt het stamgevoel. De verschillen in denken tussen de individuele mensen valt weg in het zich sterk maken van de groep tegen de vijand. -Ik smeek u, Europa,- schrijft Irshad Manji in haar boek ‘Het Islam dilemma’ -geen onheilige alliantie tussen het tribalisme van de woestijnen en de eigen tribalismen op te voeren. Waarom noemt men hen nog steeds immigranten van de tweede of derde generatie in plaats van burgers van…..- 

De conflicten tussen de Islam en het Christendom bestaan al sinds het ontstaan van de Islam. Hoewel beide religies uit de eerste monotheïstisch religie, het judaïsme, stammen, claimen beide godsdiensten het recht om de enige ware religie te zijn, met de enige ware God. Behalve hun afstamming hebben ze ook gemeen dat in deze religies het denken van mensen gedwongen eenduidig wordt. Om te geloven is het noodzakelijk zonder zelf te denken en zonder vragen te stellen de geloofsdoctrine te aanvaarden. –Erger was de scheiding tussen verstand en ziel. Tijdens mijn zaterdag in de medresse leerde ik dat als je spiritueel bent je niet nadenkt- aldus Manji in haar boek waarin ze met kritische blik de autocratische doctrines van de Islam beschrijft en vragen stelt aan haar geloofsgenoten. Stellen wij, levend in een cultuur/maatschappij die gestoeld is op de christelijke traditie, onszelf regelmatig de vraag hoelang het geleden is dat wij de doctrines van Paus of dominees gedachteloos aanvaarden? Stellen wij onszelf wel eens de vraag door welke doctrines we ons nu laten regeren? 

De voortdurende aandacht in de media beïnvloed ons denken, versterkt het conflict en verhevigt het stammengevoel.   -Door conflicten tussen mensen tot op de bodem te analyseren maak je ze in het algemeen onoplosbaar.- overpeinst Michel Houellebeq in ‘De mogelijkheid van een eiland’.   Vervang –tussen twee mensen- door –tussen twee religies- of –tussen twee culturen- en vraag je af of het voortdurende ventileren van opvattingen en het politiek analyseren van de laatste jaren een oplossing hebben gebracht. Of kunnen we beter erkennen dat het conflict onoplosbaar is. Het bezien naar het citaat van Montaigne waar ik mee begon en met elkaar leven in het besef dat geen twee mensen hetzelfde denken en dat ook onze eigen opvattingen aan veranderingen onderhevig zijn.

Scroll naar boven