Bericht openen

ik kraak

Gelezen:

Alles wat ik gelezen heb heeft niets met dit stuk te maken.
Laat het me weten als je er anders over denkt.

NRC, De Groene, 
De wisselwachter van Geert Mak

Ik herhaal je
Ingrid Jonker, Gedichten

Ook gelezen:

Mijn gedachten en ervaringen


mogelijkheid VIII

is het mogelijk dat het begrip

perspectief toch anders is

dan menigeen uit gewoonte

aanneemt dat het niet meer is



dan het punt aan de einder

waar al onze zichtlijnen verdwijnen

verdoezelen in blauwe poederlucht

het vergezicht waaiert niet uit 



het vervaagt onze blik 

tot een niet gekende naïviteit

over vergeefse verwachtingen



van hoop van kansen en de illusie

van gespiegelde gedachten met 
onszelf
als de kern van het universum



dat is niet mogelijk of wel?



Gedicht uit:
mogelijkheden
tien sonnetten en een toegift
uit de serie grijze schriftjes

IJda Smits

Nog te koop in mijn webshop

Beeld: Hier gebeurde niets
cuprotype/cyanotype 2026
meer beelden

Ik kraak niet echt, alleen mijn longen kraken nog, maar dat hoor ik niet zelf. Verder ben ik een tamelijk kraakvrije bejaarde.

Oh, dat laatste mag ik niet zeggen, daar krijg ik altijd commentaar op. Laatst nog, ik zette wat nieuw werk op social media en schreef erbij dat ik met twee projecten bezig ben en dat ik nog een aantal dingen wil afmaken en vroeg me af of me dat nog zou lukken in dit leven. “Nou ja zeg, in dit leven”, zette iemand er onder die een jaar ouder is dan ik. Ik word over drie maanden negenenzeventig en mijn leven is eindig. Waarom dat ontkennen. En eerlijk gezegd wil ik niet heel stokoud worden. Ik heb alles wel een beetje gedaan en meegemaakt. Ik blijf niet altijd kraakvrij.
Maar ik had het over mijn gezondheid, dat ik kraak.

Dat heb je met het ouder worden. Gedachten en associaties vliegen van hot naar her. Focus en contratie hebben een korte tijdspanne. of heeft dat met mijn recente ervaringen te maken?

Ze zeggen, al jaren, dat de gezondheidszorg te duur is.
Ze zeggen, al jaren, dat dat komt door de vergrijzing.

Ik ben behoorlijk grijs en kost de laatste maanden veel alhoewel ik de hoge rekening in Japan zelf heb moeten betalen omdat het zorg was door een niet gecontracteerde zorgverlener. Het was makkelijker geweest als ik gewoon dood was gegaan, ik oude grijze vrouw. Wat zocht ik ook daar ver weg eigenlijk, hoor ik denken, als ze niet gegaan was dan was dit niet gebeurd.

Weer terug ben in Nederland merkte ik hoe traag de zorgverlening hier is. Ik had, in mijn conditie, direct toegang moeten hebben tot specialist en/of ziekenhuis niet pas twee maanden later. Zo komt het dat ik, drie maanden na terugkomst, weer aan de antibiotica en andere medicatie moest omdat er nog ontstekingen in mijn longen zaten en nog meer ongerechtigheden te zien zijn.
Ik rook niet, ik rook al lang niet meer, maar dan begint de longarts te zeuren over roken. Ik word een beetje kwaaiig, ik heb een Covid longontsteking overleefd, hoe denk je dat mijn longen er uit zien na een uitstekende behandeling in Japan en medische verwaarlozing na mijn terugkeer in Nederland.

Ik ben een oud en vrouw. Dat zijn twee benamingen waardoor ze niet hard lopen om je serieus te nemen.
Ik schrijf over de kleine dingen dicht bij mij zelf want voor de grote dingen heb ik geen woorden en geen energie meer.
Ik houd alle wereldgebeurtenissen wel bij, alle intolerantie, verrechtsing, ook in Nederland, volg ik nog steeds. Er zijn genoeg jongere mensen die het heel goed verwoorden. Het is hun toekomst niet meer de mijne. Wel heb ik het gevoel dat ik in een soort herhaling zit. Veel is anders maar veel wordt weer hetzelfde. Helaas.
Vroeger was ik strijdbaar binnen het feminisme, binnen de homo- en lesbische beweging, in de vredesbeweging, de kraakbeweging. Heerlijk demonstreren en ja, soms provoceren en een beetje rellen, in Woensel aan hekken geketend zijn, losgeknipt worden, in busjes gedragen worden en dan weer ontsnappen. Dat soort dingen. Er moest ook veel veranderen.
De mooiste opmerking kreeg ik in de zeventiger jaren: ik zou mijn kinderen indoctrineren omdat ze tijdens een demonstratie met een kartonnen roze driehoek opliepen met daarop de tekst ‘mijn moeder is lesbisch en die van u’.
Soms zie ik nog oude coryfeeën in demonstraties meelopen. Misschien moet ik dat ook doen. Ik wil dat niet en jongeren willen dat ook niet. Ze willen hun eigen strijd strijden zoals ik mijn strijd streed/strijdt. Ik sta wel 100% achter ze.

Even voor een beter begrip, ik heb het niet over rechtse jongeren of over ‘ongehoord’ Nederland. De mensen die denken dat haat rondstrooien vrijheid van meningsuiting is. Mensen die racistisch zijn, xenofoob, vrouwenhaters. Daar sta ik niet achter maar wel al die anderen die de wereld en de mensheid een goed hart toedragen en niet alleen aan hun eigen kleine persoontje denken.

Zoals ik nu wel aan mijn eigen kleine persoontje denk. Ik had het over de gezondheidszorg, over de bezuinigingen. Ik had het over mijzelf, over mijn recente ervaringen. Het persoonlijke is politiek, stelden we in het begin van de tweede feministische golf. Daar verontschuldig ik me dan maar mee.
Over de benadering van patienten wil ik het ook hebben ooit misschien. Ik weet eigenlijk niet hoe ik benaderd word. Volgens mij lopen de ziekenhuizen al vast op de bezuinigen vooruit. Een wachttijd van twee maanden voordat ik, na de repratiering uit Japan, bij een longarts terecht kon, voelt voor mij toch wat bedenkelijk.

Ook de ziektekostenverzekering loopt alvast op de bezuinigingen vooruit. Ooit heb ik deze verzekering genomen omdat ze pretendeerden dat ze geen contracten sluiten omdat je bij iedere arts terecht moet kunnen. Nou mooi niet hoor maar dat leer je pas als je er mee te maken hebt. Is er iemand die alle kleine lettertjes leest? Ik niet dus, ik neem het globaal door. Ik moest lang zoeken voor ik het vond.
Ze wilden de kosten niet betalen want het was ongecontracteerde zorg. Ook mijn beroep op hun hardheidsclausule deden ze af als foute argumenten van een lastige oude vrouw, een oude vrouw die na weken 'nee' gehoord te hebben, weigerde lief en beleefd te zijn, die haar recht op eist, haar plaats niet weet. Dat had ik van tevoren moeten aanvragen!
Dus voor een ieder die op reis gaat, vraag vast van te voren allerlei behandelingen aan. Voor de zekerheid.
Ik ga er verder niet op door, het ligt nu bij een stichting die het verder gaat behandelen. Ik heb een reisverzekering, die hebben al de extra verblijfskosten en de repatriering uitgekeerd, maar zolang deze ziektekostenverzekering niet wil specificeren wat ze wel en niet vergoeden en mij ‘uit coulance’ een derde van het bedrag uitgekeerd hebben, kan de reisverzekering ook niet veel doen.
Dat niet specificeren heeft te maken met concurrentiebeding volgens de medewerker van klachten en geschillen.

Nu ik er over na denk tijdens dit schrijven, kraken niet alleen mijn longen maar kraakt mijn hoofd ook. Ik voel me een persoon in het Proces van Kafka. Ik weet niet wat ik verkeerd doe of fout gedaan heb en hoe ik het kan oplossen. Hoop dat het op een dag gewoon ophoudt.

En dat doet het natuurlijk, op een dag, vooral als de bezuinigingen op de medische kosten voor al die krakende bejaarden waar ze al jaren over roepen er komen.
Dan houdt het misschien wat eerder op, op een dag.

“Ach,” zei iemand tegen me, “je hoofd kraakt niet, het buigt gewoon door veel wind.”

Bericht openen

ik ben doof geworden

Gelezen:
NRC
de Groene
de Correspondent
artikelen op Substack van oa van Timothy Snyder
maar vooral veel nagedacht


en dan

als het kussen is geschud
de lakens zijn gladgestreken
de laatste geur
door het open raam
naar de hemel is ontsnapt

zullen er dan nog
herinneringen zijn
misschien?

wie denkt er nog
aan dit leven
als alle afdrukken
alle indrukken
verwijderd zijn

huil maar niet
is mij als kind geleerd
huil maar niet
heb ik mijn kinderen geleerd

als het kussen is geschud
en de lakens zijn gladgestreken


Het laatste gedicht uit het grijze schriftje AI en Oud en Rauw en Houtskool en Ik
© teksten en beeld IJda Smits


 

Waarom schrijf ik dit, lees dit vooral niet het is niet interessant! Wat is er nou helemaal gebeurd. Ik keek de dood in ogen maar leef nog, er is niets. Misschien hoop ik mijn vermogen tot schrijven terug te vinden door dit op te schrijven. Alhoewel mijn schrijfsels nooit erg lezenswaardig zijn geweest. Hoe erg is het dat ik dat kwijt ben, waarom wil ik het weer terug. Ik vind het ook rustig dat het weg is. Verborgen, verdwenen, er nooit geweest.

Verborgen

de maan komt vanavond weer dichter
en dichterbij
stijgend tij

je drinkt het tij volledig op
maar niet te vullen, dat hart
met het zwarte gat

Chen Yuhong, uit: de zon verschrompelt tot een witte berg, vertaling Sylvia Marijnissen.

Tijdens een gedenkwaardig verblijf in Japan begon ik doof te worden. En nu, 5 weken terug in Nederland, is mijn gehoor nog verder achteruit gegaan. Met deze doofheid dringt ook mijn interesse in alle wereldgebeurtenissen niet meer tot me door. Misschien dringt zelfs mijn leven niet meer tot mij door. Ik heb er ook geen woorden meer voor. Ik ben met stomheid geslagen, mijn stem is verdwenen. Om de woorden weer toegang te geven of uit gewoonte blijf ik al mijn linksige kranten en tijdschriften lezen. Vandaag las ik mijn lief een column voor uit een van de bladen. Mijn stem kwam erg moeizaam uit mijn borstkast omhoog en moest toen nog door mijn strot geperst worden. Het geluid van mijn stem is een doffe verre klank in mijn eigen oren.
Is dit het dan, denk ik, is dit het échte ouder worden, geen geluid meer kunnen horen, geen geluid meer kunnen maken. Ik ben wel oud maar had tot voor een paar weken een gehoor en een stem, ik luisterde en werd gehoord.  Dit is geen beklag, ik moet er nog aan wennen.
Zal het toch nog over gaan of heeft het virus dat mij aanviel mijn zintuigen aangetast en misschien ook mijn brein. Er heerste een oorlog in mij tussen het virus en mijn immuunsysteem. Er moest vrede gevonden worden dus werd mijn immuunsysteem bevolen zich terug te trekken.

Het was oorlog in mijn brein. Ik vertelde verhalen over de onbekende grootvader die als kind in het 'Jappenkamp' zat. In de ziekenhuiskamer opgesloten, alleen vreemde klanken horend,  werd mijn brein  achterdochtig om alles wat ik niet mocht of wat wel en niet gebeurde. Mijn sloffen onder het bed waar ik niet bij kon, het wassen vergeten, niet douchen, het hoofdeind van het bed niet zelf mogen bedienen. En Blafkaptein die iedere dag over geld kwam praten en hard de klanken van haar taal uitstootte en dokter Zegtniets en het jonge meisje dat op haar knieen buigend mij in drie engelse woorden de ziekenhuisregels probeerde bij te brengen.  Ondertussen werd er van alles in mij gedruppeld en slikte ik de pillen die me gaven. En de camera die mij dag en nacht bewaakte.
Op een nacht stond ik in de hal van het ziekenhuis met een fotootje van een kleine jongen in mijn hand.

'Zien jullie deze kleine jongen, het is de vader van mijn kinderen en de grootvader van mijn kleinkinderen, hij werd opgesloten en uitgehongerd met zijn moeder en zussen, zoveel lijden dat hij op een dag het leven niet meer aankon en ging.'
Ik sprak vloeiend Japans.
'Ik weet al het leed van na de oorlog hier in dit land, daar denk ik ook écht aan. En al het leed dat er nog steeds is, daar denk ik voortdurend aan. ' Zwijg, praat er niet over, wat weet jij er van, siste het in mijn hoofd.

Ik werd wakker, mijn kussen was nat. Ik wreef over mijn gezicht en keek naar het gezicht van Saito. I give you some oxigen, zei ze.

Waarom deze werkelijke dromen, het is niet mijn oorlog, het is nooit mijn oorlog geweest. Waarom dan nu wel?  Is het het land waar ik ben of een tekort aan zuurstof? Ik lig in dat bed en volg de ziekenhuisroutines. Emoties verdwijnen, een niet gekende rust neemt de plaats in.

Het is zo vreemd, zo onbekend, dit gevoel van vlakheid, dit ontbreken van handelen. Ik hoef niets meer. Er is geen ruimte meer voor creativiteit, voor tekenen, schilderen, mijn geliefde fototechnieken. Hier, thuis, zie ik het allemaal terug en ik bedenk me alleen dat ik het moet opruimen voor ik dood ga. Wat moeten mijn erfgenamen met die troep?
In plaats van alles naar buiten te gooien,  voeg ik er wat brei- en haakwerkjes aan toe.  Ik brei een beertje, ik haak amigurumi kleine Japanse knuffeltjes. Van die laatsten wil de hele familie er één, of meer. En o, de beertjes zijn ook in trek. Alle wensen zal ik inwilligen. Ik word per slot van rekening overgrootmoeder en met deze bezigheden rol ik in mijn rol.

En mijn doofheid zul je je afvragen, of misschien ook niet. Zo lang ik niemand zie die tegen me praat heb ik er geen last van. Maar als er anderen zijn doe ik net of ik hun woorden hoor en knik belangstellend. Niets terug zeggen spaart mijn stem.


 

Scroll naar boven