Bericht openen

Proberen de wind te vangen

is net zo onmogelijk als begrijpen waarom mensen mensen doden

Ik ben vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren en opgevoed met verhalen over de oorlog — over wie er 'weg' waren, over de holocaust met alle gruwelijke details, over honger en het tekort aan alles. En ook met een behoorlijke afkeer van alles wat Duits was. Niet van mijn vader, want hij vertelde mij altijd dat je niet moet haten — dat haat een gevoel is waar jezelf aan ten gronde gaat. Maar wel door de docenten op school en de ouders van mijn vriendjes. Hij huilde toen ik voor een poosje naar Berlijn vertrok. Vergeven en vergeten kon hij niet.
'Dat nooit meer' zei iedereen — maar het haten sleet maar langzaam weg. Langzamer dan de ontwikkeling van welvaart en vrede in ons werelddeel duurde. We vielen een beetje in slaap.
Maar nu voel ik de urgentie om er over na te denken, omdat ik merk dat mijn vanzelfsprekendheden beginnen te schuiven — en ik wil begrijpen waar, en waarom. Om bij de les te blijven. Of in mijn geval: in de tijd te blijven.
Ik geloof niet in neutraliteit. Ik geloof in stelling nemen — in politiek, in het leven, in de wereld, en zeker in de tijd waarin we nu leven. Maar zelfs daar ben ik niet meer zeker van.
En toch merk ik verschuivingen.
Niet in wat ik denk, maar in wat ik toelaat, wat ik accepteer, wat ik gemakshalve vergeet. Het zijn geen grote stappen, geen duidelijke momenten waarop ik een grens overga — maar kleine, glijdende veranderingen die zich opstapelen.

De berichten zijn er. Over technologiebedrijven die nauw samenwerken met overheden. Over toepassingen die ooit ondenkbaar waren en nu gewoon in ontwikkeling zijn. Over oorlogen waarin technologie steeds autonomer wordt ingezet — op grotere afstand van degene die beslist, en degene die getroffen wordt.
Het staat gewoon in de krant. Israël, Amerika, Oekraïne — landen die autonome systemen inzetten of ontwikkelen. En daar zit voor mij een scheur.
Want Israël, Amerika en Rusland — die zijn in mijn hoofd de agressor, de macht. Maar Oekraïne is het land dat wordt aangevallen, dat vecht om te overleven. En toch: als de oorlog eindigt, gaat de ontwikkeling en productie van autonome drones in Oekraïne door. De technologie verdwijnt niet. Wat dan? Waar wordt het dan gebruikt?
Het bleef liggen, dit stuk. Wilde niet geschreven worden. Niet door mij — ik wilde niet, wilde er niet over nadenken. Maar toch bleef er steeds een stukje bijkomen, tussen het haken en het verwoed aan mijn website werken door.

In de NRC schreef Maxim Februari een column over De normalisering van het radicale kwaad, waarbij hij Hannah Arendt citeert — de twintigste-eeuwse politiek filosoof die als geen ander heeft nagedacht over wat mensen elkaar kunnen aandoen, en hoe gemeenschappen daar mee omgaan. Arendt maakte onderscheid tussen fouten die vergeven kunnen worden, en wat zij het 'radicale kwaad' noemde: daden zo buiten elke menselijke maat dat ze zich, in haar woorden, "buiten de context van de menselijke samenleving begeven." Ze kunnen niet worden gestraft, niet worden vergeven. Ze vallen buiten het bereik van wat mensen onderling kunnen rechtzetten.
Februari past dat begrip toe op autonome wapens: autonoom gedrag dat niet kan worden bestraft en niet kan worden vergeven — omdat er niemand is die beslist, en dus niemand die verantwoordelijk kan worden gehouden.

Omdat elk afzonderlijk bericht nog geen moment is waarop alles anders wordt, omdat alles wordt ingebed in taal die geruststelt: innovatie, veiligheid, efficiëntie. Omdat er ook op mijn angsten en onveiligheid wordt ingespeeld. Omdat de vraag niet is óf we iets moeten doen, maar vooral hóé. Maar in die verschuiving van 'of' naar 'hoe' verdwijnt iets wezenlijks.

Ik gebruik AI, de technologie zelf. Het helpt me opzoeken, denken, schrijven, ordenen. Het sluit aan bij hoe ik werk en kijk. Juist daarom voel ik de spanning zo scherp. Want gebruik is niet neutraal. Wat wij gebruiken, ondersteunen we — al is het maar een beetje.
En dus stel ik mezelf een vraag die steeds minder abstract wordt: waar werk ik mee, en waar werk ik aan mee?
Er is geen eenvoudig antwoord. Maar ik herken het patroon. Niet als een herhaling van de geschiedenis, maar als een beweging die we vaker hebben gezien: grenzen die niet worden overschreden maar langzaam verschuiven. Waarbij elke stap op zichzelf verdedigbaar is, totdat het geheel iets anders is geworden dan we ooit hadden bedoeld.
We wennen snel. Misschien wel te snel.

Wat mij verontrust is niet alleen wat er gebeurt, maar hoe vanzelfsprekend het wordt gevonden. Hoe taal verzacht wat eigenlijk op scherp zou moeten staan. Hoe twijfel wordt weggeredeneerd omdat het niet efficiënt is.
Terwijl juist die twijfel nodig is. Niet om stil te vallen, maar om te voorkomen dat we gedachteloos verder gaan.
Er wordt vaak gedaan alsof er geen alternatief is. Alsof dit simpelweg is waar de wereld naartoe gaat. Ik geloof dat niet. Ik denk dat er altijd een moment is waarop je kunt vertragen. Waarop je kunt weigeren om iets vanzelfsprekend te vinden, alleen omdat het overal gebeurt.
Misschien is dat geen groot gebaar. Misschien verandert het de wereld niet.
Maar het verandert wel iets anders:
Het moment waarop je ophoudt met jezelf geruststellen — en begint met werkelijk te kijken naar waar je deel van uitmaakt.

Gelezen:
Hannah Arendt: Eichmann in Jeruzalem.
NRC 3 maart 2026 column Maxim Februari,
De normalisering van het radicale kwaad
Diverse artikelen over autonome wapens.


het is anders
weet je
zo anders hoe traag
de laatste beweging is
die je maakt

het is anders
weet je
als winden wervelende
woorden inblazen
die je niet begrijpt

het verandert
weet je
zodra je niet meer weet
dat het anders is
dat het verandert

als je beweging stolt
en de woorden verdwijnen


Gedicht: 24 april 2026, eerste publicatie
Schetsboek pagina:
Proberen de wind te vangen
april 2026
© IJBer | IJda Smits 2026

Bericht openen

ik ben niet dapper

Gelezen:
Svetlana Aleksijevitsj
De oorlog heeft geen vrouwengezicht.
Kunnen woorden ons nog redden,
essay Belle van Zuijlenlezing 9 oktober 2024.

Gekeken en geluisterd:
Carefree Wandering


Ik ben niet dapper

laten we ons niet door woede laten leiden

als er te veel mensen opstaan

met geweld in hun ogen

waardoor er te veel mensen lijden
en
de wereld zoals wij die kennen

bedreigd wordt in haar bestaan

als ons brein geteisterd wordt

door wervelwinden aardverschuivingen

een klauw van onmacht ons vast

in zijn greep houdt laten we dan niet

het kwaad met kwaad willen bestrijden

laten wij ons niet door woede laten leiden

laten we zeggen dat we niet dapper zijn

niet dapper genoeg om op barricades te klimmen

maar laten we zeggen dat we dit niet willen

zeg, ik ben niet dapper maar dit wil ik niet

zeg het zolang als het nodig is


Gedicht IJda Smits
ongepubliceerd

Soms schrijf ik een stukje maar sinds ik luisterde naar de toespraak van (nu) NAVO-leider Rutte stromen mijn woorden nog wel in mijn hoofd maar ik kan ze moeilijker uiten. Het is oorlog zei hij en we moeten ons geestelijk voorbereiden op oorlog. Cybercrime en desinformatie om chaos te veroorzaken waaiert uit over de wereld. Ik raakte lichtelijk in paniek en wil direct noodpakketten, wereldradio's en zonnepanelen aanschaffen. Ik weet heel goed dat dat geen zin heeft maar blijf zoeken op internet naar alle benodigdheden om te overleven, of in ieder geval mijn geliefde kinderen en kleinkinderen te laten overleven. Ga weg, denk ik ga daar weg maar ook dat heeft geen zin want het is wereldwijd.
Mijn zoon stuurde mij het YouTube kanaal Carefree Wandering. Ik keek naar de filosofische gesprekken, haalde diep adem en herpakte mijzelf. Liet mijn verstand weer de plaats innemen van mijn angst.
Er zijn mensen die het westen de schuld geven van wat er gebeurt want het westen moet eigenlijk gewoon niet op bedreigingen reageren. We moeten de dictator niet tarten want dan escaleert het. Ze vergeten dat de dictator de agressor is en niet het land dat aangevallen wordt. Als die landen nou maar gewoon toegeven dat ze……… dan ………… Blaming the victim heet dat en het zal wel door angst ontstaan, hoop ik. Maar angst is een slechte leider en onmacht ook.

Kunnen woorden ons nog redden

Ik had, en heb nog steeds, geen mensen om me heen die geen oorlog hebben meegemaakt: een opa, ouders, zonen, echtgenoten – allemaal, omdat we ofwel in oorlog waren óf ons op een oorlog voorbereidden. Een ander leven kennen we niet. We zijn oorlogsmensen. Onze kinderen hebben altijd oorlogje gespeeld, dat doen ze graag. Ze krijgen oorlogsspeelgoed.

Uit de Belle van Zuylen lezing van Svetlana Aleksijevitsj, gepubliceerd in de Groene
https://www.groene.nl/artikel/op-zoek-naar-een-getuige

foto van mijn moeder en vier van de vijf kinderen uit 1948

Ik herken deze uitspraak van Svetlana Aleksijevitsj. Net als zij kom ik uit een gezin dat getekend is door oorlog. Mijn oudste zussen en mijn ouders en de meeste andere familie hebben de oorlog, wonende in Rotterdam, volop meegemaakt. Er werd nooit over gepraat, ook niet waarom het gezin niet bij elkaar woonde in de oorlog, waarom mijn zusjes naar andere plekken gebracht werden, waar mijn vader was, waar mijn moeder was. Mijn broer, zusje en ik zijn van na de oorlog. Ik vroeg maar kreeg geen antwoord. Met dit schrijven doorbreek ik een taboe maar heb ik nog steeds geen antwoord. Ik weet alleen dat iedere oorlog, ieder geweld mij diep treft.
Het enige dat mijn nog levende oudere zus mij vertelde een paar jaar geleden, is dat ze nog steeds bang is voor vliegtuigen en sirenes is. Daarbij krijg ik de beelden van kinderen van nu voor ogen en zie dat ze, net zo als mijn zus, schrik en angst in hun ogen hebben. Dat is dus voor levenslang. Waarom wordt dit kinderen aangedaan voor levenslang.

Ik begrijp nu de eenzaamheid van de mens die daaruit (de oorlog) terugkeert. Als van een andere planeet of uit het hiernamaals. Zo'n mens weet iets wat anderen niet weten, wat alleen bestaat in de buurt van de dood. Als ze iets met woorden over willen brengen voelen ze zich rampzalig en raken verstomd. Zij willen vertellen en de anderen willen begrijpen, maar iedereen is machteloos.
Uit: De oorlog heeft geen vrouwengezicht, van Svetlana Aleksijevitsj

Naar aanleiding van de lezing ben ik het boek De oorlog heeft geen vrouwengezicht gaan lezen. Het blaast mij omver, het grijpt me bij mijn strot. Ik leg het weg en pak het weer op. En dan heb ik het alleen over het voorwoord, de inleiding van het boek. Want het boek zijn interviews met Russische vrouwen die in de tweede wereldoorlog gevochten hebben. Als kantonnier, schutter, vlieger, kortom alles wat mannen ook deden. Maar na de oorlog konden en mochten ze niet meer praten over wat ze gedaan en meegemaakt hadden. De oorlog is een mannenzaak, heldhaftig en groot en vrouwen zijn niet heldhaftig en groot. En bovendien waren hun herinneringen niet heldhaftig en groot. Dus zwegen ze, tot ze geïnterviewd werden. Hun taboe om te spreken over de oorlog is groter dan mijn taboe om over mijn familie te schrijven.
En toch hebben ze er over gesproken en is het nu opgetekend.

Ik heb het geluk dat ik leefde en mijn kinderen en kleinkinderen opgevoed werden in de veilige bubbel van vrede in de westerse wereld waarvan we denken dat die nog steeds bestaat.
Maar Mark Rutte haalde ons doeltreffend uit onze genoegzame wereldje.

En daarom lees ik nu Roman Krznaric, Geschiedenis voor morgen en Tim Snyders, Over tirannie om te leren hoe het ook anders kan en in de hoop me wat minder machteloos te voelen. En als de angst weer toeslaat kijk ik weer naar een aflevering op Carefree Wandering.

Bericht openen

zullen er ooit weer bloemen bloeien?

zullen er ooit weer

Lezen: kranten en tijdschriften

Luisteren: radio, podcasts

Zien: televisie


zullen er ooit weer bloemen bloeien?

nu duizenden bommen de grond
hebben vergiftigd
nu grijs as en hopen beton

de vruchtbare aarde bedekken
zal er ooit weer hoop groeien
in alle gewonde hoofden

zullen er ooit weer bloemen bloeien?

Vrede

is het enige woord
dat mij vandaag
te binnen schiet

vrede en vrijheid
voor iedereen

Bovenstaande schreef ik  op 15 oktober 2023 nadat ik na 8 oktober in een denk-blokkade kwam.

Vol goede moed was ik een paar dagen er voor aan mijn volgende blog artikel begonnen. Over hoe oud te worden dit keer. Maar de oorlog kwam, de oorlog tussen Hamas en Israël. Het beantwoorden van geweld met nog veel meer geweld. Ik stokte want was er nog enige waarde aan mijn ouder worden, hoe belangrijk is dat nog. Wat een luxe probleem dat ik nadenk over hoe ik wil sterven en dat ik het recht opeis om oud te mogen worden. Ik zal vanzelf dood gaan en er zal een wereld vol haat en geweld achterblijven. Mag ik me zorgen maken om hoe het mijn kinderen en kleinkinderen zal vergaan? Ik wil niet schrijven over deze gewelddaden maar ik kan niet meer schrijven. Om de blokkade dragelijk te maken moet ik er over schrijven.

Mijn vader in 1940

Ik was net bekomen van de inval van Rusland in Oekraïne, ook dat greep me aan. Helaas moet ik bekennen dat het ook went, iedere keer weer went. Ik ga niet alle brandhaarden opnoemen, er zijn er te veel. Ik probeer er niet te veel over te denken  en voelen. Ik lees het wel, ik hoor het wel.  Als ik de geschiedenis er op nakijk is het altijd zo geweest. ‘De mens is van nature slecht’ zei mijn vader en ik bestreed hem. De mens is van nature goed. Ik wil dat nog geloven maar er hapert iets in mijn geloof. Ik herhaal het als een mantra ‘de mens is goed, de mens is goed, de mens is goed’. Leefde ik in een waanvoorstelling en haalt de werkelijkheid me in.

En nu is het 10 november en ik staar voor me uit. Ik heb mijn expositie opgehangen, op de opening glimlachend alle complimenten in ontvangst genomen en workshops gegeven. De oorlogen woeden door. Ik ben ziek geworden, mijn zwager stierf. Hij was oud en ik word geconfronteerd met mijn leeftijd. Zoveel jonger ben ik niet. Ik denk aan de kinderen, de mensen die sterven in die vreselijke oorlogen, aan alle woonplekken die vernietigd worden.  Ik lees 'Blauwe nachten van Joan Didion'.

Het laatste hoofdstuk begint zo:

Wanneer we het gevoel verliezen dat alles mogelijk is, verliezen we het snel. De ene dag zijn we druk bezig met ons uiterlijk verzorgen, het nieuws volgen, de dingen bij houden, de dingen de baas kunnen, alles wat onder de noemer 'in leven blijven' valt - de volgende dag niet meer.

Joan Didion heeft het over haar ouderdom maar ik denk  aan alle slachtoffers en wat zij moeten doen om in leven te blijven en de dingen de baas kunnen is al helemaal niet op hen van toepassing. Ze zijn overgeleverd aan machtsbeluste rigide alfamannen die niet geïnteresseerd zijn in mensen, ze hebben altijd bestaan maar de middelen en wapens die ze gebruiken zijn nu veel vernietigender.

Ik kies partij, onverdeeld partij voor de lange lijdensweg van de Palestijnen maar dan lees ik een een column van Jessica Durlacher in de NRC. Ik lees de angst van haar vader en ik lees de angst van Jessica Durlacher als tweede generatie oorlogsslachtoffer. Ik lees over het pistool dat haar vader onder het bureau had geplakt.   Ik lees hoe overal het antisemitisme weer opkomt en denk aan de eeuwenlange vervolging van Joodse mensen in Europa en de ergste uitwas daarvan, de holocaust. En ook denk ik aan de vader van mijn kinderen die, als kind,  in een Japans gevangenkamp in Indonesië zat en nooit had geleerd hoe zonder angst te leven. Dat doet oorlog met mensen, deze angst voor de levens van wie je liefhebt en jezelf, deze angst voor het leven. De omvang van het leed is niet te overzien.

Waarom, vraag ik, waarom deze haat tegen bevolkingsgroepen? Of laat ik het duidelijker zeggen, waarom deze haat tegen mensen die niet het christelijk geloof hebben, die niet grootgebracht worden in de christelijke tradities. Want ook de mensen die niet (meer) christelijk gelovig zijn, seculier zijn, in het ietsisme geloven, zijn grootgebracht in de christelijke cultuur. Dat denk ik na de zoveelste uitleg dat je de huidige Israëlische machthebbers niet moet verwarren met mensen, overal in de wereld, die het joodse geloof hebben. Dat je niet alle mensen overal in de wereld, die islamitisch zijn moet verwarren met IS of Hamas of Taliban.

Dan komt er op één van mijn sociale mediakanalen een speech langs die Norman Finkelstein voor studenten hield in 2009. Een moedige speech een denker wiens familie grotendeels omkwam in de holocaust,  die het leed van de Palestijnen ziet en de woorden waarmee hij eindigt zijn: 'Als je een hart hebt, huil je om de Palestijnen!' Ik heb nog meer gelezen over een orthodoxe groep Joden die ook huilen om de Palestijnen. Maar bij die laatste, hoe waar het verder ook is wat wordt gezegd, komt mijn feministisch lesbisch hart in het verweer omdat ik weet hoe vrouwonderdrukkend deze religies kunnen zijn.

Vandaag 12 november sluit ik dit schrijven af in de hoop dat het geweld stopt. Ik kies nog steeds onverminderd partij voor de Palestijnen maar heb tijdens het schrijven, voor mijzelf meer nuance aangebracht.  Hoopvol is het artikel in de NRC over Amsterdamse raadsleden, Itay Garmi (joods) en Seher Khan (Moslim) die samen in Amsterdam voorlichting geven op scholen over antisemitisme en over islamhaat en het in dialoog blijven. En sluit af met de zin van deze twee jonge docenten:

Je kunt in ieder geval één kant kiezen: de mensenrechten. Die worden overal ter wereld geschonden.

 

 

Scroll naar boven