Bericht openen

ik ben doof geworden

Gelezen:
NRC
de Groene
de Correspondent
artikelen op Substack van oa van Timothy Snyder
maar vooral veel nagedacht


en dan

als het kussen is geschud
de lakens zijn gladgestreken
de laatste geur
door het open raam
naar de hemel is ontsnapt

zullen er dan nog
herinneringen zijn
misschien?

wie denkt er nog
aan dit leven
als alle afdrukken
alle indrukken
verwijderd zijn

huil maar niet
is mij als kind geleerd
huil maar niet
heb ik mijn kinderen geleerd

als het kussen is geschud
en de lakens zijn gladgestreken


Het laatste gedicht uit het grijze schriftje AI en Oud en Rauw en Houtskool en Ik
© teksten en beeld IJda Smits


 

Waarom schrijf ik dit, lees dit vooral niet het is niet interessant! Wat is er nou helemaal gebeurd. Ik keek de dood in ogen maar leef nog, er is niets. Misschien hoop ik mijn vermogen tot schrijven terug te vinden door dit op te schrijven. Alhoewel mijn schrijfsels nooit erg lezenswaardig zijn geweest. Hoe erg is het dat ik dat kwijt ben, waarom wil ik het weer terug. Ik vind het ook rustig dat het weg is. Verborgen, verdwenen, er nooit geweest.

Verborgen

de maan komt vanavond weer dichter
en dichterbij
stijgend tij

je drinkt het tij volledig op
maar niet te vullen, dat hart
met het zwarte gat

Chen Yuhong, uit: de zon verschrompelt tot een witte berg, vertaling Sylvia Marijnissen.

Tijdens een gedenkwaardig verblijf in Japan begon ik doof te worden. En nu, 5 weken terug in Nederland, is mijn gehoor nog verder achteruit gegaan. Met deze doofheid dringt ook mijn interesse in alle wereldgebeurtenissen niet meer tot me door. Misschien dringt zelfs mijn leven niet meer tot mij door. Ik heb er ook geen woorden meer voor. Ik ben met stomheid geslagen, mijn stem is verdwenen. Om de woorden weer toegang te geven of uit gewoonte blijf ik al mijn linksige kranten en tijdschriften lezen. Vandaag las ik mijn lief een column voor uit een van de bladen. Mijn stem kwam erg moeizaam uit mijn borstkast omhoog en moest toen nog door mijn strot geperst worden. Het geluid van mijn stem is een doffe verre klank in mijn eigen oren.
Is dit het dan, denk ik, is dit het échte ouder worden, geen geluid meer kunnen horen, geen geluid meer kunnen maken. Ik ben wel oud maar had tot voor een paar weken een gehoor en een stem, ik luisterde en werd gehoord.  Dit is geen beklag, ik moet er nog aan wennen.
Zal het toch nog over gaan of heeft het virus dat mij aanviel mijn zintuigen aangetast en misschien ook mijn brein. Er heerste een oorlog in mij tussen het virus en mijn immuunsysteem. Er moest vrede gevonden worden dus werd mijn immuunsysteem bevolen zich terug te trekken.

Het was oorlog in mijn brein. Ik vertelde verhalen over de onbekende grootvader die als kind in het 'Jappenkamp' zat. In de ziekenhuiskamer opgesloten, alleen vreemde klanken horend,  werd mijn brein  achterdochtig om alles wat ik niet mocht of wat wel en niet gebeurde. Mijn sloffen onder het bed waar ik niet bij kon, het wassen vergeten, niet douchen, het hoofdeind van het bed niet zelf mogen bedienen. En Blafkaptein die iedere dag over geld kwam praten en hard de klanken van haar taal uitstootte en dokter Zegtniets en het jonge meisje dat op haar knieen buigend mij in drie engelse woorden de ziekenhuisregels probeerde bij te brengen.  Ondertussen werd er van alles in mij gedruppeld en slikte ik de pillen die me gaven. En de camera die mij dag en nacht bewaakte.
Op een nacht stond ik in de hal van het ziekenhuis met een fotootje van een kleine jongen in mijn hand.

'Zien jullie deze kleine jongen, het is de vader van mijn kinderen en de grootvader van mijn kleinkinderen, hij werd opgesloten en uitgehongerd met zijn moeder en zussen, zoveel lijden dat hij op een dag het leven niet meer aankon en ging.'
Ik sprak vloeiend Japans.
'Ik weet al het leed van na de oorlog hier in dit land, daar denk ik ook écht aan. En al het leed dat er nog steeds is, daar denk ik voortdurend aan. ' Zwijg, praat er niet over, wat weet jij er van, siste het in mijn hoofd.

Ik werd wakker, mijn kussen was nat. Ik wreef over mijn gezicht en keek naar het gezicht van Saito. I give you some oxigen, zei ze.

Waarom deze werkelijke dromen, het is niet mijn oorlog, het is nooit mijn oorlog geweest. Waarom dan nu wel?  Is het het land waar ik ben of een tekort aan zuurstof? Ik lig in dat bed en volg de ziekenhuisroutines. Emoties verdwijnen, een niet gekende rust neemt de plaats in.

Het is zo vreemd, zo onbekend, dit gevoel van vlakheid, dit ontbreken van handelen. Ik hoef niets meer. Er is geen ruimte meer voor creativiteit, voor tekenen, schilderen, mijn geliefde fototechnieken. Hier, thuis, zie ik het allemaal terug en ik bedenk me alleen dat ik het moet opruimen voor ik dood ga. Wat moeten mijn erfgenamen met die troep?
In plaats van alles naar buiten te gooien,  voeg ik er wat brei- en haakwerkjes aan toe.  Ik brei een beertje, ik haak amigurumi kleine Japanse knuffeltjes. Van die laatsten wil de hele familie er één, of meer. En o, de beertjes zijn ook in trek. Alle wensen zal ik inwilligen. Ik word per slot van rekening overgrootmoeder en met deze bezigheden rol ik in mijn rol.

En mijn doofheid zul je je afvragen, of misschien ook niet. Zo lang ik niemand zie die tegen me praat heb ik er geen last van. Maar als er anderen zijn doe ik net of ik hun woorden hoor en knik belangstellend. Niets terug zeggen spaart mijn stem.


 

Bericht openen

Laat me nooit alleen

laat me nooit alleen

Gelezen:
Kazuo Ishiguro
Laat me nooit alleen

Marli Huier
De toekomst van het sterven


en als dan het onmogelijke
gebeurt is het dan mogelijk
dat ik op zachte bodem val
dat rulle aarde me verwelkomt

met geuren van klei en gras
die ik tussen mijn vingers
wrijf en laat dansen over
mijn gezicht door mijn haren

mij schilder in aardse kleuren
tevreden met het resultaat
opsta om de wereld te laten weten

dat vallen een beweging is
een gracieuze beweging
een danspas zonder spankracht

is dat mogelijk

Uit Mogelijkheden, 10 sonnetten en een toegift, IJda Smits.
Te koop in mijn webshop

Beeld: IJda Smits
Ipadtekening

Kazou Ishiguro won in 2017 de Nobelprijs voor literatuur omdat

Die, in romans met een sterke emotionele kracht, de afgrond onder ons denkbeeldig gevoel van verbondenheid met de wereld heeft blootgelegd.

Alhoewel dit boek al in 2005 geschreven is was het aan mij voorbij gegaan. Ik denk omdat in recensies het vaak aangeduid wordt als 'coming to age' literatuur. Dat is het niet. Ja het boek gaat over jonge kinderen, over pubers en jongvolwassenen maar 'to age' zullen ze nooit komen. Ze zijn klonen en op de wereld gekomen om ver van de wereld op te groeien in tehuizen om later als donateur te dienen. Ze zijn gekweekt voor dat doel.
Het is op een heel normale manier geschreven en als je oppervlakkig leest lijkt het inderdaad geneuzel (niet mijn woord, las ik in een recencie) van adolescenten.
De drie hoofdpersonen zijn in een bevoorrecht tehuis opgegroeid waar ze onderwijs kregen en kunstwerken maakten. Dit omdat de leiding ze als gewone mensen wilde laten zien. Maar ze bleven wel rechteloos. Het verhaal wordt door één van hen verteld. Zij is verzorgster voor de doneerders voordat ook zij moet gaan doneren. Niemand komt in opstand tegen het gruwelijk lot, niemand loopt weg. Na de derde of vierde donatie sterven ze.
Het is een beklemmend boek en sinds ik het gelezen heb blijft het me bij. De gruwelijkheid van mensen die in leven willen blijven ten koste van anderen geeft al stof tot nadenken. Er spoken van allerlei dingen door mijn hoofd. Zoals wij dieren behandelen, zo gaan wij ook mensen behandelen die wij in een soort megastallen laten opgroeien. Ik ben altijd tegen orgaandonatie geweest, wil zelf geen orgaandonatie maar ook geen organen afstaan. Mensen moeten het besef hebben dat ze geboren worden en vroeger of later sterven. Dat hun naasten geboren worden en vroeger of laat sterven. Het is niet anders.
Is het ook een vorm van egocentrisme? Of gewoon omdat het mogelijk is, dat je het wilt hebben, dat je er 'recht' op zou hebben.
Als je ziet hoeveel mensen, jong en oud, omkomen in oorlogen, bij natuurrampen, ongelukken waarom zou je dan de bevoorrechte enkeling honoreren met een nieuw orgaan van een ander om in leven te blijven. Door de vraag naar donororganen ontstaat er ook een illegale handel en staan arme mensen in arme landen organen af tegen een schijntje. De volgende stap is het beeld wat Kazou Ishiguro beschrijft: kwekerijen voor donoren.
Het is minder vreemd dan het lijkt, in China worden organen van geëxecuteerden en van politieke gevangenen wereldwijd aangeboden. Wachttijd een maand. Hoeveel geëxecuteerden zijn er in China vraag ik me dan af. Of worden ze geëxecuteerd als doneerder? Het is misschien makkelijker om iemand te doden en gelijk alles eruit te halen wat nodig is. Bij de gewetens-gevangenen is het onzeker of ze toestemming hebben gegeven om een orgaan te doneren. Oeigoeren, Tibetanen, aanhangers van de boeddhistische Falun Gong en Christenen zijn de slachtoffers. De transplantaties worden vaak weken van tevoren gepland. China beweert in 2014 hiermee gestopt te zijn maar het artikel in het Medisch Contact van 2021 doet anders vermoeden. Bron:medisch contact
Eigenlijk wil ik het niet weten anders blijft het door mijn hoofd spoken net als dit boek.

Het naakte leven- en het gevaar het te verliezen- is niet iets wat mensen verenigt, maar iets wat hen verblindt en scheidt. Citaal uit; 'Waar zijn wij? De epidemie als politiek, Giorgio Agamben.

Dit citaat komt uit een essay van Giorgio Agamben over de corona epidemie en de maatregelen die genomen werden door de politiek. Een politiek waarin de biologische overleving voorop staat waardoor de sociale, affectieve en politieke dimensies van het leven veronachtzaamt worden. Maar mijns inziens geldt dit net zo goed voor het biologisch overleven in verband met orgaandonatie. Biologisch overleven is natuurlijk een onderdeel van het menszijn maar hoever ga daarin als je de dood gaat ontkennen. Ik ben van mening, en dat is mijn persoonlijke mening en daar mag je een andere mening over hebben, dat we een spiraal neerwaarts in gang gezet hebben in de medische zorg. Gewoon omdat het kan. En dat er een groter wordende kloof is van mensen die niets hebben en hun organen te koop aan bieden en hun rijke kopers. En ik denk dat dat op meerdere fronten in de medische zorg plaatsvindt.
Waar het om gaat is dat we zelf de regie moeten leren houden over wat wij wel en niet willen aan behandelingen voor onszelf en onze naasten.

Laat me nooit alleen eindigt met het beeld van de verzorgster,  op zoek naar waar ze is opgegroeid, aan de rand van een omgeploegde akker. Het vuil en plastic waait in de bomen en hangt in een afrastering. Ze ziet haar vriend, van wie ze  afscheid heeft genomen en die zijn laatste donatie heeft gedaan, fluitend aan komen lopen. Een klein fantasietje, noemt ze het. Ze huilt maar is niet verdrietig, zegt ze. Ze zal zelf ook niet meer lang leven want spoedig zal ze ook moeten gaan doneren. Een beklemmend beeld, een diepe afgrond  met totale aanvaarding. "Aanvaarding van pijn en lijden is iets anders dan het heldhaftig opzoeken van de strijd of het lijden, maar het inzicht en de nuchtere acceptatie dat doodgaan bij het mens-zijn hoort", zegt Marli Huier. Maar in de context van het boek is het huiveringwekkend. Misschien komt dat omdat ik altijd een vechter voor recht was en dat nog niet kan opgeven.

Dit boek maakte mij  heel erg bewust  van mijn ouderdom, mijn fysieke achteruitgang en mijn nog korte tijd van leven. Dat er voor mij, net als voor de doneerders in de roman, niets anders op zit dan mij in mijn lot te schikken en af te wachten. De zin 'je bent zo oud als je je voelt' blijft plotseling in gebreke als troostende uitspraak. Ik sla het boek van Marli Huier nog maar eens open om te zoeken of er nog enige troost bestaat voor mij.

De laatste alinea van haar boek heet Vrolijk ten onder. Ze geeft daarin een aantal aanbevelingen om met humor de ouderdom in te gaan, om de aftakeling, het verval en de mankementen gewoon te tonen. Om jongeren te laten weten dat de dood onvermijdelijk is maar dat het leven dat ze geleefd hebben de moeite waard is geweest.
Tot die tijd weiger ik als een zwakke eenzame bejaarde gezien te worden, als een soort slachtoffer van de tijd die ik geleefd heb.
Mijn leven is één geheel, vanaf de dag dat ik geboren werd in het huis der sterfelijkheid tot ik het ga verlaten.

Bericht openen

mijzelf bij elkaar tekenen

Gelezen:
De kunst van het ouder worden van Joep Dohmen & Jan Baars (red.)
kranten en tijdschriften


wel ja wat

zei ik vanmorgen
tegen niemand in het bijzonder
toen de bel ging en ook
de telefoon voordat ik
mijzelf fatsoenlijk
bij elkaar getekend had

hoe kan ik de deur openen
zonder handen
hoe kan ik de telefoon opnemen
zonder mond om mee te praten

ja wel hoe

IJda

Ik ben er weer met mijn leven en het onderwerp ouder worden. Ik mag weer bestaan van mij zelf naast alle verschrikkelijke oorlogen en de vele doden die daarbij vallen. Langzaam ben ik uit de shocks gekomen en kijk ik verbaasd naar Nederland en hoe hier voor super rechts gekozen is.
Maar goed, ik ben er weer, ik heb mijzelf weer bij elkaar getekend.

 
XIX Nu rest mij nog het vierde argument dat mensen van onze leeftijd het meest bang en ongerust schijnt te maken: het feit dat de dood naderbij komt. Het is waar, die kan niet ver verwijderd zijn van de levensavond. Maar wat een beklagenswaardige grijsaard , die in zo'n lange tijd van leven nog niet heeft ingezien dat men zich voor de dood geen zorgen moet maken. Cicero, uit Over Ouderdom

Het is een dik en lijvig boek, het boek de kunst van het ouder worden.  Ik lees graag filosofische teksten , maar nu ik met de onderwerpen ouder worden en sterven bezig ben, beginnen er sterretjes voor mijn ogen te draaien en wist ik niet waar te beginnen. Bij de oude Grieken of de modernen of ergens tussenin. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het al jaren in de kast heb staan, het oppakte en weer terugzette en vergat wat er in stond. Dit blog is er dus ook voor om niet gelezen boeken te gaan lezen. Maar ik beloof mijzelf niet dat ik dat waar kan maken.

De inhoudsopgave zou mij inspiratie geven, dacht ik, maar ik zag alleen de heren-filosofen en welgeteld drie-dames filosofen. En een gedicht van Sappho waarin ze het oud worden en het verlies van schoonheid betreurt. Voor dit onderwerp kan ik me niet met mannen en hun gedachten daarover verhouden, denk ik.  Ik ging dus naar de sectie hedendaagse auteurs en begon bij het stuk van Sandra Lee Bartky “ Ongeplande overbodigheid: Enkele bespiegelingen over ouder worden. Alleen de titel al deed een donker gordijn over mijn brein vallen en de rest over alles is verlies,  maakte mij diep depressief.  Ze verlangt naar gesprekken met leeftijdgenoten en treurt over het teloorgaan van haar jeugdcultuur.  

Misschien hadden de bejaarden verwacht dat ze als een schatkamer vol wijsheid beschouwd zouden worden, maar dat is niet zo; ze worden vaker gezien als mensen die niet met hun tijd zijn meegegaan, als hopeloos ouderwets. Sandra Lee  Bartky, Ongeplande overbodigheid.

De rest van de onderwerpen? Verlies van sociale en werkgerelateerde netwerken, intellectuele, morele en culturele overbodigheid, verlies van de bewonderende blik, verlies van mogelijkheden om seksuele relaties aan te gaan. 

Ik verzet me tegen haar verlies litanie maar weet dat ze in bepaalde opzichten gelijk heeft. De meeste verliezen die ze noemt kunnen vervangen worden door nieuwe mogelijkheden of het verlies van bewonderde blikken zo'n verlies is? Ik vind dat heerlijk rustig. Eigenlijk vind ik veel in deze levensfase aangenamer, het je minder aantrekken wat anderen van je denken, het niets uitmaken van hoe je er uit ziet, beter je grenzen kunnen stellen. Ik zou haar ongeplande overbodigheid willen vervangen door overbodige overbodigheid en door -je kunt jezelf zo overbodig maken als je wilt-. Heerlijk toch.

Waar de overbodigheid wel een venijnige vorm aanneemt is het feit dat bij het oud worden mensen denken dat je gebrekkig bent, dommer bent geworden, je niet meer goed kan nadenken, je per definitie kwetsbaar zou zijn.  Uit ervaring weet ik dat ik in sommige situaties aangesproken word alsof ik een onmondig kind ben. En als ik tijdens een gesprek als een normaal mens antwoord dan wordt er vaak gezegd "wat heb je nog een levendige geest"! Ja sorry, waarom zou ik geen levendige geest hebben, misschien wel levendiger dan de geest van degenen die zo'n opmerking maken. Maar ik zeg er niets over want ik mag van mijn kleindochter niet met iedereen ruzie maken, en ze heeft gelijk, het maakt het leven makkelijker om niet meer steeds snedig in discussie te gaan en je gelijk te willen bewijzen. Ik had in de vorige alinea gesteld dat ik me minder aantrek van wat anderen van me denken dus waarom daar dan een punt van maken.

Gelukkig sloeg ik ook een stuk van Bertrand Russell (1872-1970) open, het essay 'How to grow old' uit Portraits from Memory and other Essays (1956) en daar vond ik me helemaal in. Het is dus toch mogelijk me met heren filosofen te verhouden op bepaalde punten. Misschien, misschien vallen mannelijke en vrouwelijke ervaringen over ouderdom wel samen na een bepaalde leeftijd, verdwijnen de verschillen.
Het is een kort essay en ik neem er maar één citaat uit maar het is het lezen waard en misschien ga ik maar eens een vertaling van dit boek zoeken.

Ik denk dat een geslaagde ouderdom het makkelijkst is voor mensen die sterke, niet op de persoon gerichte interesses hebben, waar geschikte activiteiten uit voortvloeien. Op dat terrein is lange ervaring werkelijk vruchtbaar, en op dat terrein kan de wijsheid die voortkomt uit ervaring een rol spelen zonder benauwend te worden. Bertrand Russel, Hoe je oud moet worden.

Ik doe mijn best!

Scroll naar boven