Plezier joy bonheur

“We troosten onszelf door herinneringen aan bescherming opnieuw te beleven. Iets geslotens moet onze herinneringen bewaren, zonder hen hun oorspronkelijke waarde als beelden te ontnemen. Herinneringen aan de buitenwereld zullen nooit dezelfde toon hebben als die aan thuis en door deze herinneringen op te roepen, voegen we ze toe aan onze voorraad dromen; we zijn nooit echte historici, maar altijd bijna dichters, en onze emotie is misschien niets anders dan de uitdrukking van een poëzie die verloren ging.” 
UitLa Poétique de l'espace, De poëtica van de ruimte, Gaston Bachelard

Ik had altijd veel plezier in het maken van dingen. Geen grootse dingen, gewoon binnen mijn mogelijkheden. Ik stond ’s morgens op en dacht: oh, vandaag ga ik dit afmaken — of: oh ja, dat wilde ik nog proberen.
Ik herinner me dat plezier, en ik kan het woord niet vaak genoeg herhalen. Plezier, plezier, plezier.
Op een dag werd het serieus. Mijn teken- en schilderlerares gaf me een zetje, en ik werd aangenomen aan de Vrije Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.
Na mijn turbulente actieleven kwam ik het plezier opnieuw in mezelf tegen. Ik schreef al gedichten, maar schrijven gaf me nooit hetzelfde gevoel. Nooit zoveel als werken met mijn handen. Scheppen met mijn handen.

Mijn kinderen waren volwassen, ik hoorde dat ik oma zou worden, en ik had sinds mijn achtendertigste een weduwpensioen dat genoeg was om alleen van te leven. Geen suffe baantjes meer. Ik hoefde alleen nog voor mezelf te zorgen.
Er kwamen schoondochters, kleinkinderen. En een lieve vrouw verscheen in mijn leven.
Natuurlijk ging het leven door — zoals het leven gaat. De lieve vrouw verweduwde me voor de tweede keer. Mijn zoon verloor zijn vrouw en mijn kleindochter haar moeder.
Een andere schoondochter koos voor haar eigen weg. Een zoon vertrok naar de Verenigde Staten.
Wat overeind bleef was mijn liefde voor hen, en mijn plezier in het maken. In het exposeren. In het anderen leren wat ik deed.

Maar ergens onderweg verdween dat plezier. Ik weet niet meer precies wanneer. Misschien toen ik mijn werk op sociale media zette — in de goedkeuringsmachine stapte. Misschien ook omdat je bij het ouder worden als vrouw langzaam uit de maatschappij wordt geschoven. Ongemerkt, maar voelbaar.

Bij het opruimen vond ik oud werk terug. En ik herinnerde me hoe het voelde om het te maken.
Ik wil dat terug. Niet het succes, niet de likes, niet de bevestiging. Het plezier zelf — zonder goedkeuring. Puur het maken, zoals vroeger op die ochtenden: oh, vandaag ga ik dit proberen.

Dat is genoeg. Dat was altijd genoeg.


Gelezen:

  • De poëtica van de ruimte, Gaston Bachelard
  • Essay Authenticiteit als product,
    Lieke Knijnenburg, De groene Amsterdam 6 mei 2026
  • mijn gedachten, herinneringen en handen

  • oude stoffen
    in de jaren zacht geworden
    met de vage geur van gebruik
    een vleug parfum
    wat groene zeep

    wil ik door mijn handen laten glijden

    versleten borduursels
    losse draadjes
    sleetse plekjes

    gladstrijken met mijn vingertoppen

    en dan langzaam
    heel langzaam

    mijn gezicht naar mijn handen buigen

    joy
    bonheur

    alles kunnen helen


    ©IJda Smits IJBer

    Scroll naar boven